Zitting van 27 02 2025
OPENBARE ZITTING
11. HUISHOUDELIJK REGLEMENT OP DE BEGRAAFPLAATSEN: WIJZIGING NAAR AANLEIDING VAN BEGRAFENIS OF BIJPLAATSING VAN GEZELSCHAPSDIEREN
Juridische gronden
● De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
● Artikel 28 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat dit punt in openbare zitting behandeld wordt.
● Artikel 40 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de gemeentelijke aangelegenheden.
● Artikel 40 § 3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt.
● Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat volgende bevoegdheden niet aan het college van burgemeester en schepenen kunnen worden toevertrouwd:
2° het vaststellen van gemeentelijke reglementen en het bepalen van straffen en administratieve
sancties op de overtreding van die reglementen.
● Decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals gewijzigd door het decreet van 9 februari 2024.
● Omzendbrief BA-2006/03 van 10 maart 2006 betreffende de toepassing van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging en de uitvoeringsbesluiten.
● Omzendbrief BB 2008/05 van 27 juni 2008 betreffende wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, bij het decreet van 18 april 2008
● Huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen en lijkbezorging, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 15 december 2022.
Feiten
● Het decreet van 9 februari 2024 tot wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging wijzigt een aantal bepalingen en voegt een aantal nieuwigheden in de regelgeving toe.
● Het decreet bevat ondermeer bepalingen in zake de mogelijkheid tot bijzetting van gezelschapsdieren, modaliteiten inzake bijzetting van partners,
● Artikel 11 van het decreet voegt een artikel 24ter toe aan het decreet van 16 januari 2004 dat bepaalt dat de gemeenteraad bij reglement kan toestaan dat de urne met as van een of meerdere al overleden gezelschapsdieren:
1. samen met de overledene in de doodskist kan worden geplaatst en begraven;
2. samen met de in een lijkwade gehulde overledene wordt begraven;
3. samen met de urne van de overledene in het urnenveld wordt begraven;
4. samen met de urne van de overledene in het columbarium wordt geplaatst.
De urne met as van het gecremeerde gezelschapsdier moet biologisch niet-afbreekbaar zijn. De urne met as van het gecremeerde gezelschapsdier mag nooit de plaats innemen van een urne van een overleden persoon. De as van het gecremeerde gezelschapsdier volgt de bestemming van de kist of de urne van de overleden eigenaar bij opgraving van laatstgenoemde. Bij opgraving dient de as van gezelschapsdieren gescheiden te worden van de menselijke resten. Het is niet toegelaten dat de as van het overleden gezelschapsdier wordt uitgestrooid op de strooiweide van de gemeentelijke begraafplaats. De mogelijkheid om bij reglement toe te staan dat de urne met de as van een vooroverleden gezelschapsdier mee begraven wordt met de overledene of mee in een columbarium wordt geplaatst, is enkel mogelijk als het gemeentelijk reglement heeft toegestaan dat de urne met de as van de eerder overleden echtgenoot of persoon waarmee de overledene een feitelijk gezin vormde mee kan worden begraven of bijgeplaatst in een columbarium.
Argumentatie
● De wijzigingen aan het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging aangebracht door het decreet van 9 februari 2024 maken een aanpassing van het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen en lijkbezorging van de gemeente Maldegem noodzakelijk.
● Voorgesteld wordt om een artikel 12ter toe te voegen waardoor het mogelijk wordt om de assen van gezelschapsdieren mee te begraven of bij te zetten.
● In artikel 1 moet de definitie van "gezelschapsdier" overgenomen worden van het decreet van 9 februari 2024.
● In artikel 5, ad finum, wordt de zin "het is verboden om meer dan 1 stoffelijk overschot in 1 graf te begraven" geschrapt.
● Voorgesteld wordt om in artikel 12bis, met betrekking tot de toevoeging van bijkomende begunstigden aan een bestaande concessie, te verduidelijken dat dit enkel kan als het technisch mogelijk is om een of meer bijkomende asurnen te plaatsen.
● In artikel 23.3 worden modaliteiten vastgelegd inzake het aanbrengen van de gegevens van het bijgezette gezelschapsdier. Een foto van enkel het gezelschapsdier is niet mogelijk.
● De algemeen directeur herinnert aan alle feitelijke en wettelijke bepalingen.
Tussenkomsten
● Toelichting door schepen Annelies Lammertyn (cd&v)
Besluit
26 stemmen voor: Anneke Gobeyn, Koenraad De Ceuninck, Annelies Lammertyn, Peter Van Hecke, Marten De Jaeger, Rita Verleye, Valerie Taeldeman, Jason Van Landschoot, Wim Swyngedouw, Nicole Maenhout, Leandra Decuyper, Dino Lateste, Kiran Van Landschoot, Timothy De Groote, Henk Deprest, Ineke Hebbrecht, Cedric De Smet, Leen Anthuenis, Danté Basslé, Patrice Timmerman, Robin Van Kerschaver, Lut D´Hondt, Emma De Smet, Maxim Vandemoere, Christiaan Verstrynge en Valentijn De Lille
Enig artikel:
De gemeenteraad stelt het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen en lijkbezorging als volgt vast :
Reglement op de begraafplaatsen en lijkbezorging
Vastgesteld door de gemeenteraad op 27 februari 2025
Artikel 1
De gemeenteraad stelt het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging als volgt vast:
HOOFDSTUK I: BEGRIPSOMSCHRIJVING.
Begrafenis:
De lijkbezorging op de begraafplaats.
Begraving:
Het begraven van stoffelijke overschotten, asurnen, verstrooien van as op de strooiweide.
Bijzetting of bijbegraving:
Het begraven van een tweede of volgende lijk in een grafkelder, het plaatsen van een tweede of volgende asurn in een columbariumnis, een urnenzandgraf of een urnenkelder of het plaatsen van een asurn in een grafkelder of zandgraf.
Concessie:
Een concessie is een aangekochte rustplaats op het kerkhof. Dit kan gaan over een grondconcessie,columbariumconcessie of eventueel een urnenveldconcessie. Een concessie kan niet meer voor “eeuwig” worden aangegaan.
Gezelschapsdier:
Elk dier dat tam is en traditioneel in huis wordt gehouden voor gezelschap of voor emotionele steun.
Hernieuwen van een concessie:
De concessie kan op uitdrukkelijke aanvraag voor een nieuwe periode worden hernieuwd naar aanleiding van elke nieuwe bijzetting in de concessie.
Lijkwade:
Een lijkomhulsel dat in de plaats van een doodskist wordt gebruikt bij de lijkbezorging.
Meervoudige concessie:
De mogelijkheid bestaat om naast de gewone concessie, een concessie bij te kopen.
Niet-geconcedeerde begraving:
Begraving met een minimum grafduur van 10 jaar. Na 10 jaar heeft de gemeente het recht de stoffelijke resten te verwijderen. Een graf dat niet-geconcedeerd werd, kan ook niet verlengd worden.
Ontgraven of ontknekelen:
Een stoffelijk overschot weghalen uit een graf met de bedoeling het te herbegraven, te cremeren of in het geval van een asurne, te verstrooien.
Ossuarium of knekelput:
Een verzamelgraf op het kerkhof waarin alle stoffelijke resten van overledenen samen worden begraven na ontgraving uit de graven waarvan de concessies zijn verstreken.
Oudstrijder:
Een veteraan, een soldaat die deelnam aan een oorlog.
Peterschap:
Organisaties, personen of groepen kunnen het peterschap verwerven over een grafmonument. Ze verbinden zich ertoe het grafmonument te restaureren en te onderhouden. De gemeente Maldegem blijft eigenaar van het monument en het is niet mogelijk om er stoffelijke overschotten in te begraven.
Retroactieve thuisbewaring:
Nabestaanden kunnen vragen om een asurne die begraven is in een urnenveld of in een columbarium is bijgezet (tijdelijk) mee naar huis te nemen.
Ruimen van grafzerken:
Het wegnemen van zerken en gedenktekens.
Sterretjesweide:
Plaats bestemd voor het herdenken en/of begraven van levenloos geboren kinderen ongeacht de duur van de zwangerschap.
Strooiweide:
Het perceel op de begraafplaatsen dat gebruikt wordt voor de uitstrooiing van de as.
Urnenkelder:
Een betonnen graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon een concessie is verleend tot het doen begraven van asurnen.
Urnennis of columbariumnis:
Een nis, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon een concessie is verleend tot het plaatsen van asurnen.
Urnenzandgraf:
Een graf in volle grond, bestemd voor asurnen.
Verlengen van een concessie:
Dit kan bij het einde van de concessie (zonder overlijden).
Verwaarlozing grafzerk:
Verwaarlozing staat vast als het graf doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is. Die verwaarlozing wordt geconstateerd in een akte van de burgemeester die een jaar lang bij de ingang van de begraafplaats en bij het graf aangeplakt blijft.
Voormalig eeuwigdurende concessie:
Is een concessie voor onbeperkte duur die door de wetgeving van 20/07/1971 is omgezet in een concessie met een termijn van 50 jaar, gratis hernieuwbaar met 50 jaar.
Voortijdige beëindiging:
Bij een laatste bijbegraving vóór de effectieve vervaldatum van de concessie en de concessie looptijd bedraagt meer dan 10 jaar, kan gekozen worden voor afstand lees: voortijdige beëindiging van de concessie.
Zandgraf:
Een graf in volle grond, bestemd voor kisten.
Zone:
Ruimtelijke indeling op het kerkhof voor afbakening van de gratis grond, de concessies, het urnenveld, ….
HOOFDSTUK II: ALGEMEENHEDEN.
Artikel 1: Begraafplaats of kerkhof:
● Kerkhof Maldegem-centrum (met hoofdingang Katsweg, en zij ingang via Kapelaanstraat)
● Kerkhof Adegem (Adegem Dorp)
● Kerkhof Kleit-oud (rond de kerk)
● Kerkhof Kleit-nieuw (Aalterbaan) Kerkhof Donk (Brezendedreef 8)
● Kerkhof Middelburg (Middelburgse Kerkstraat, rond de kerk)
Artikel 2: Lijkbezorging op de begraafplaatsen
● Een persoon wordt begraven in een kist of in een lijkwade. Een kist/lijkwade moet beantwoorden aan de voorwaarden bepaald in het uitvoeringsbesluit van 21/10/2005
● De begraafplaatsen van Kleit-Nieuw, Adegem, Maldegem-centrum, Donk en Middelburg zijn bestemd voor het begraven, plaatsen en bijzetten van personen (dit zowel in volle grond als in kelders) en voor het uitstrooien van de as.
● Op de begraafplaats van Adegem en Maldegem is een sterretjesweide voorzien.
Artikel 3: Toewijzing van de graven
● Behoudens de wettelijke bepalingen, voorzien in het decreet en in de lokale reglementering, is de manier van teraardebestelling, zoals vermeld bij de aangifte, definitief.
● De toewijzing van de graven (plaats en volgorde) gebeurt volgens plan in chronologische volgorde per type uitgevoerd. Dat plan wijst de percelen aan met de verschillende zones
● Het is niet mogelijk om een concessie te nemen zonder meteen effectief te begraven, tenzij bij meervoudige concessies (cfr. art.13)
Artikel 4: Beheer van de begraafplaatsen
Enkel de verantwoordelijke voor de begraafplaats is bevoegd om de as uit te strooien, de kist of de asurn in de grond, de grafkelder, de urnenkelder of de urnennis te plaatsen, een graf te delven voor begravingen of plaatsing in volle grond en deze terug te vullen, bestaande grafkelders en urnenkelders te openen en te sluiten, de urnennis te openen, de asurn te plaatsen en de urnennis af te sluiten.
De begrafenisondernemer is bevoegd om de as uit te strooien op de strooiweide van de begraafplaats.
Artikel 5: Aangifte overlijden & tijdstip van begraven
● Elk overlijden op het grondgebied van de gemeente dient binnen de 2 werkdagen aangegeven te worden aan de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand via het web-formulier op www.maldegem.be. De wettelijke dagen waarop de administratieve diensten gesloten zijn, worden niet meegeteld voor het berekenen van deze termijn.
● Bij het bezorgen van de stoffelijke overblijfselen op de begraafplaatsen moeten de gemeentelijke diensten ten minste 2 werkdagen vooraf op de hoogte gebracht worden of het gaat om een begraving, een plaatsing, een bijzetting of een uitstrooiing. Indien afgeweken wordt van de eerste keuze en de werkzaamheden zijn gestart, dan wordt een schadevergoeding aangerekend.
● De aangever(s) regelen met het gemeentebestuur de formaliteiten van de begrafenis. Bij ontstentenis hiervan neemt het gemeentebestuur zelf de nodige maatregelen op kosten van de nalatenschap.
● De begrafenis dient te gebeuren op een werkdag of op zaterdag tussen 10u ’s morgens en 17u ’s avonds
● Op wettelijke feestdagen zijn geen begravingen mogelijk:
1 januari, Paasmaandag, 1 mei, Hemelvaartsdag, Pinkstermaandag, 11 juli, 21 juli, 15 augustus, 1 en 2 november, 11 november, 15 november, 25 en 26 december.
● Tijdens de namiddag van 24 december en 31 december is er geen mogelijkheid tot begrafenis.
● Afwijkingen hiervan kunnen in uitzonderlijke omstandigheden (openbare gezondheid, veiligheid, openbare orde) toegestaan worden door de burgemeester.
Artikel 6: Aanwezigheid nabestaanden
De rouwenden kunnen bij het gehele verloop van de begrafenis aanwezig zijn. Een aanvraag hiertoe wordt minimum 2 dagen vóór de begraving bij de dienst burgerlijke stand ingediend.
Artikel 7: Bestemming
Op de begraafplaatsen van Groot-Maldegem worden begraven of uitgestrooid:
● personen welke op datum van hun overlijden ingeschreven waren in één van de bevolkingsregisters van Maldegem;
● menselijke lijken, ontdekt op het grondgebied van Maldegem;
● personen die de gemeente effectief bewonen, doch krachtens wettelijke bepalingen of internationale overeenkomsten vrijgesteld zijn van inschrijving in één van de bevolkingsregisters van Maldegem.
● personen die vroeger in één van de bevolkingsregisters van Maldegem waren ingeschreven en dit gedurende minstens 18 jaar
● Niet-inwoners, zonder een vroegere inschrijving in één van de bevolkingsregisters van de gemeente Maldegem, kunnen begraven of uitgestrooid worden op de gemeentelijke begraafplaatsen mits betaling van een hoger tarief (cfr. het retributiereglement)
HOOFDSTUK III: NIET-GECONCEDEERDE BEGRAVINGEN.
Artikel 8: Grafrust
Een niet-geconcedeerd graf wordt voor een termijn van 10 jaar bewaard.
Wanneer niet-geconcedeerde gronden worden ontruimd, dan zal een afschrift van de beslissing tot ontruiming gedurende 1 jaar voor het vervallen van de 10-jarige termijn bekend gemaakt worden:
● aan het betrokken graf en/of in de nabijheid van het te ontruimen perceel.
● aan de ingang van de begraafplaats.
● Via de gemeentelijke website of de gemeentelijke infokanalen.
De belanghebbenden zullen, te rekenen vanaf de datum van de bekendmaking bedoeld in vorige alinea, beschikken over een termijn van 1 jaar om de graftekens weg te nemen. Na die termijn worden zij van ambtswege verwijderd, en worden ze eigendom van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze materialen.
De omzetting van een niet-geconcedeerde begraving naar een geconcedeerde is uitgesloten.
Artikel 9: Retroactieve thuisbewaring
● De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van een asurne uit een niet-geconcedeerd perceel of nis, bij toepassing van artikel 24 en 24 bis, van het decreet op de
begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals tot op heden gewijzigd, moet schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en bloedverwanten eerste graad.
● De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan ingediend worden tot zolang de procedure van ontruiming van de niet-geconcedeerde graven loopt.
● De plaats van bewaring of verstrooiing wordt in de aanvraag aangeduid.
● De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan slechts éénmalig worden ingediend.
De modaliteiten betreffende de ontgraving zijn van toepassing.
● Wanneer de thuisbewaring ophoudt, kan de as van de overledene uitgestrooid worden op de strooiweide van één van de gemeentelijke begraafplaatsen of kan de asurne terug worden bijgezet of begraven worden in een concessie op één van de gemeentelijke begraafplaatsen.
HOOFDSTUK IV: CONCESSIES.
Artikel 10: Het nemen van een concessie
● De concessies worden verleend voor 25 jaar en kunnen verlengd worden met één of meerdere periodes van minimum 15 jaar of maximum 25 jaar.
● De concessie gaat in vanaf de datum van begraving
● De concessies en de verlengingen worden toegestaan door het college van burgemeester en schepenen onder de voorwaarden vastgesteld in het gemeentelijk huishoudelijk reglement en het tariefreglement geldend op het ogenblik van de concessieaanvraag of de aanvraag tot verlenging.
● Bij aanvang van de concessie moet duidelijk zijn:
○ Wie de concessiehouder is
○ Wie zijn de begunstigden (naam van de begunstigden)
● De concessie wordt aangevraagd door het invullen van het daartoe bestemde formulier.
● Wijzigingen kunnen enkel gebeuren door de concessiehouder zelf. Bij overlijden van de concessiehouder kunnen de personen vernoemd in de concessie ook wijzigingen aanbrengen. De nominatief toegekende concessies kunnen enkel door de concessiehouder of zijn erfgenamen schriftelijk gewijzigd worden. De wijzigingen kunnen slechts gedaan worden ten aanzien van het aantal voorbehouden plaatsen.
Artikel 11: Machtiging
● Het college van burgemeester en schepenen wordt gemachtigd om de concessies te verlenen conform de modaliteiten van het huishoudelijk reglement en de tarieven voorzien in het tariefreglement betreffende de gemeentelijke begraafplaatsen.
● Het college van burgemeester en schepenen wordt tevens gemachtigd om de concessies te beëindigen bij toepassing van een procedure van verwaarlozing. Het College wordt hiertoe gemachtigd door de gemeenteraad.
Artikel 12: Aantal personen in een concessie
● De concessie in volle grond wordt toegekend voor 2 personen. De concessie in volle grond kan uitbreiden naar een meervoudige concessie tot maximum 4 personen door de ruimte ernaast te reserveren. Voor de begraving van 3 en 4 personen in volle grond, bij toepassing van artikel 12, worden twee percelen van dezelfde grootte naast elkaar voorzien.
● De concessies in een columbariumnis en in het urnenveld worden toegekend voor 1, 2 of maximum 3 personen.
● De concessies in kelders worden toegekend voor 2 of 3 personen maar kunnen uitgebreid worden naar een meervoudige concessie tot maximum 6 personen door de ruimte ernaast te reserveren. Voor de begraving van 4,5 en 6 personen in een kelder, bij toepassing van artikel 13, worden twee percelen van dezelfde grootte naast elkaar voorzien.
Artikel 12bis:
● Uitzonderlijk, en enkel wanneer het technisch mogelijk is om bijkomende urnen te plaatsen, kunnen bijkomende begunstigden aan een bestaande concessie worden toegevoegd.
Deze toevoeging beperkt zich tot de bijzetting van stoffelijke resten in grafkelders:
- In een grafkelder van 2 personen (max. 3 stoffelijke resten):
■ 2 kisten + 1 asurne
■ 1 kist + 2 asurnen
■ 3 asurnen
○ In een grafkelder van 3 personen (max. 4 stoffelijke resten):
■ 2 kisten + 2 asurnen
■ 1 kist + 3 asurnen
■ 3 kisten + 1 asurne
■ 4 asurnen
Artikel12ter:
De urne met as van een of meerdere al overleden gezelschapsdieren kunnen :
● Samen met de overledene in de doodskist worden geplaatst en begraven;
● Samen met de in een lijkwade gehulde overledene worden begraven;
● Samen met de urne van de overledene in het urnenveld worden begraven;
● Samen met de urne van de overledene in het columbarium worden geplaatst
De urne met de as van een gezelschapsdier kan enkel maar samen worden bijgezet of begraven op het ogenblik van de bijzetting of begraving van de eigenaar. Latere bijzettingen van de urne met de as van een gezelschapsdier zijn niet mogelijk.
Voor de toepassing van het eerste lid moeten de gezelschapsdieren al overleden zijn en gecremeerd op het ogenblik van het overlijden van de eigenaar.
De urne met assen van een gezelschapsdier wordt beschouwd als een volwaardige plaats in een concessie en kan niet worden bijgezet in niet-vergunde graven of columbarium. Urnen met de assen van een gezelschapsdier kunnen nooit in een individuele concessie worden bijgezet en moeten steeds samen met de eigenaar worden bijgezet of begraven in een gemeenschappelijk concessie.
De urne met assen van een gezelschapsdier mag nooit de plaats innemen van een urne met de assen van een overleden persoon.
De urne met assen van een gezelschapsdier moet steeds biologisch niet-afbreekbaar zijn, zodanig dat de assen van mens en dier nooit kunnen gemengd worden.
Bij einde van de concessie of ontgraving van de overleden eigenaar, wordt de as van het gecremeerde gezelschapsdier eveneens ontgraven en hetzij uitgestrooid op de dierenstrooiweide hetzij afgegeven aan de nabestaanden.
Artikel 13: Meervoudige concessies
Er kunnen geen concessies verleend worden vóór het overlijden, behoudens in het kader van een meervoudige concessie, waarbij de eerste onmiddellijk benut wordt voor een overleden persoon en de resterende(n) voorbehouden worden aan:
● de overblijvende echtgenoot of echtgenote van de overledene
● de bloed- en aanverwanten 1e en 2 e graad van de overledene;
● een persoon die, op het ogenblik van het overlijden, met de overledene een feitelijk gezin vormde.
● een persoon, die voor het overlijden zijn wil tot samen begraving met de overledene schriftelijke te kennen heeft gegeven en die hiervoor een toestemming heeft verkregen van de concessiehouder.
Omtrent de samenwoonst dient de aanvrager van de concessie de nodige bewijsstukken voor te leggen.
Door het verlenen van een concessie vervreemdt het gemeentebestuur de grond of de columbariumnis niet. Zij verleent slechts een genot en gebruiksrecht met een speciale, tijdelijke en nominatieve bestemming.
Artikel 14: Verlengen van een concessie bij het einde van de concessie
● Een concessie kan altijd verlengd worden; voor 15 jaar of opnieuw voor 25 jaar vanaf de datum van de goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.
● Een voormalig eeuwigdurende concessie kan kosteloos verlengd worden voor 50 jaar.
● De mogelijkheid tot verlenging wordt door middel van een akte van de burgemeester of zijn gemachtigde gedurende 1 jaar bekendgemaakt aan het betrokken graf en aan de ingang van de begraafplaats.
● Indien er geen aanvraag tot verlenging van de concessie is ingediend vóór de vervaldatum, vervalt de concessie.
Artikel 15: Hernieuwen van een concessie na bijzetting
● Op het ogenblik van een bijbegraving wordt de concessie ambtshalve hernieuwd met een termijn van 25 jaar, te rekenen vanaf de datum van de begraving.
● Voor de proportionele berekening van de prijs voor een ambtshalve hernieuwing van de concessie n.a.v. een bijzetting wordt volgende formule toegepast:
- aantal jaren van de nieuwe concessietermijn die de lopende concessietermijn overschrijdt x het verschuldigd bedrag dat bij de totale termijn van de concessie hoort, gedeeld door het aantal jaren van de nieuwe concessietermijn
● De duur van de hernieuwing na bijzetting neemt een aanvang op de datum van het overlijden van diegenen die wordt bijgezet.
● Indien er geen bijbegraving gebeurt voor de effectieve vervaldatum van de concessie, moet de concessie expliciet hernieuwd worden. Indien geen aanvraag tot hernieuwing wordt ingediend, vervalt de concessie. Na het vervallen van de concessie wordt geen bijbegraving meer toegestaan.
Artikel 16: Voortijdige beëindiging
● Op schriftelijk verzoek van de concessiehouder of zijn erfgenamen, of bij ontstentenis hiervan, iedere belanghebbende, kan het college een concessie voortijdig beëindigen.
● Bij beëindiging op verzoek, kan de betaalde concessieprijs noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.
● Vooraleer het college tot beëindiging overgaat, zal de vraag tot beëindiging worden aangeplakt gedurende 1 maand aan de ingang van de begraafplaats en aan de betrokken concessie, en zal, indien mogelijk, de concessiehouder schriftelijk in kennis worden gesteld. Bezwaren tegen een voortijdige beëindiging moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 17: Toepassing van artikel 24 en 24 bis van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
● De retroactieve thuisbewaring is mogelijk in toepassing van art. 24 §1 4e en 24bis van het decreet van 16.01.2004, gewijzigd bij decreet van 09.12.2011.
● De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring van een of meerdere asurnen uit een meervoudige concessie in het columbarium of het urnenveld moet per overledenen en schriftelijk worden aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen door de overlevende echtgeno(o)t(e) of samenlevende partner en de bloedverwanten eerste graad.
● De plaats van bewaring of verstrooiing wordt in de aanvraag aangeduid.
● De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan ingediend worden tot zolang de termijn van de concessie loopt of tot zolang de procedure van de hernieuwing van de concessie loopt.
● De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring kan slechts éénmaal worden ingediend.
● De aanvraag tot retroactieve thuisbewaring wordt gedurende een periode van 6 maanden afgekondigd aan de betrokken nis of aan het betrokken perceel.
● De modaliteiten betreffende de ontgraving zijn van toepassing.
● De geconcedeerde nis of perceel wordt gedurende een termijn van 2 jaar bewaard.
● De bewaringstermijn heeft geen invloed op de oorspronkelijk toegekende concessietermijn.
● Wanneer de thuisbewaring na de termijn van 2 jaar ophoudt, kan de as van de overledene uitgestrooid worden op de strooiweide van één van de gemeentelijke begraafplaatsen of kan de asurne terug worden bijgezet of begraven worden in een concessie op één van de gemeentelijke begraafplaatsen.
Artikel 17.1: Voortijdige beëindiging van de concessie bij toep. Art. 24 & 24bis houdende wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
● Wanneer op het ogenblik van de aanvraag tot retroactieve thuisbewaring, door de nabestaanden reeds gekozen wordt om de asurnen niet meer terug te brengen of wanneer door de nabestaanden gekozen wordt voor een asverstrooiing op een andere plaats dan de begraafplaats, dan worden de modaliteiten van artikel 16 van het gemeentelijk huishoudelijk reglement toegepast.
Artikel 17.2: Hernieuwing bij toep van Art. 24 & 24bis houdende de wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en lijkbezorging
● Wanneer de concessie tijdens de periode van bewaring moet hernieuwd worden, zijn de modaliteiten van de hernieuwing van een concessie, opgenomen in het gemeentelijk huishoudelijk reglement van toepassing. Wanneer de concessie, tijdens de periode van de bewaring, niet hernieuwd wordt, is deze vervallen.
Wanneer, na een termijn van twee jaar, de asurnen niet worden teruggebracht naar de begraafplaats, wordt de concessie ambtshalve opgeheven.
De betaalde concessieprijs kan noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.
Artikel 18: Oudstrijders
● Voor oudstrijders die in een éénpersoonsgraf liggen, is geen concessie nodig. De éénpersoonsgraven van oudstrijders kunnen indien de gemeente dit opportuun acht en op kosten van de gemeente, verplaatst worden naar een andere plaats op dezelfde begraafplaats. Het gemeentebestuur staat in voor het onderhoud van deze graven..
● Het vaststellen van de lijst van reeds begraven oudstrijders is bevoegdheid van het college. Nabestaanden die een reeds begraven oudstrijder op de lijst willen laten plaatsen, dienen een bewijsstuk in te dienen bij de dienst burgerlijke stand.
● Indien nabestaanden van oud-strijders menen in aanmerking te komen voor de maatregelen beschreven in artikel 18 punt 1, dienen deze vóór de begrafenis een aanvraag te richten tot het college.
● Oudstrijders waarvoor de nabestaanden niet kiezen voor een éénpersoonsgraf, vallen onder de gewone concessiereglementering.
Artikel 19: Sterretjesweide
Deze wordt gratis ter beschikking gesteld voor het begraven van foetussen. Er wordt geen grafzerkje geplaatst; de in gebruik te nemen ruimte blijft beperkt tot het plaatsen van een monument van 25 op 25 op 25 cm.
HOOFDSTUK V: SLUITING VAN EEN BEGRAAFPLAATS.
Artikel 20: Sluiting begraafplaats
In geval van sluiting en/of wijziging van de bestemming van de begraafplaats kunnen de concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding. Zij hebben slechts recht op het bekomen van een perceel of nis van dezelfde afmetingen op een andere gemeentelijke begraafplaats, tot het einde van de concessietermijn. De eventuele kosten voor het overbrengen van de stoffelijke overschotten zijn ten laste van het gemeentebestuur. De kosten voor het overbrengen van de graftekens zijn ten laste van diegenen die de overbrenging hebben aangevraagd.
Het recht op het kosteloos verkrijgen van een nieuw perceel of nis is afhankelijk van het indienen van een aanvraag door enige belanghebbende, binnen een termijn van 1 jaar, volgend op de bekendmaking van de gemeenteraadsbeslissing tot sluiting.
HOOFDSTUK VI : PERCELEN EN GRAFMONUMENTEN.
Artikel 21: Algemeen
● Op het perceel, waarin een stoffelijk overschot of een asurne begraven werd in geconcedeerde grond, moet binnen het jaar na de datum van begraving, aanwezig zijn: ○ ofwel een afzoming, in duurzame materialen, van de grenslijnen van de grafconcessie; ○ ofwel een grafzerk waarop de naam, voornaam en de datum of het jaartal van geboorte en van overlijden van de aldaar begraven personen aangebracht worden.
● Op een geconcedeerd perceel van het urnenveld, moet uiterlijk binnen het jaar na de begraving, een afdekplaat geplaatst worden.
● Ingeval van bijbegraving moet na de begraving het perceel onverwijld in een ordentelijke staat gebracht worden en dienen de afzoming, de graftekens of de afdekplaten geplaatst binnen hogervermelde termijn.
● Indien binnen de voorziene termijn de plaatsing van de afzoming, de grafzerk of de afdekplaat niet is uitgevoerd, of indien tijdens de verdere duur van de concessie niet langer aan die voorwaarden voldaan is, kan dit aanleiding geven tot het treffen van dezelfde maatregelen als deze die ingevolge de wet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging zijn voorzien bij verwaarlozing van graven.
● Eenieder heeft het recht op het graf van een bloedverwant of vriend, uiterlijk binnen het jaar na de datum van de begraving, een grafmonument te plaatsen.
● Het gemeentebestuur kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor afwijkende maten. De grafmakers dienen ter plaatse de vaststelling van de metingen te doen.
● Bloemstukken op de strooiweide worden binnen de maand na de uitstrooiing verwijderd door de nabestaanden. Bij het ontbreken van de verwijdering 1 maand na de uitstrooiing worden de bloemen en bloemstukken eigendom van de gemeente en kunnen deze worden weggenomen door de diensten.
● Buiten de concessie mag geen ruimte ingenomen worden. Beplantingen, plantbakken of keien kunnen dus enkel geplaatst worden vóór het grafmonument indien het grafmonument niet de volledige concessie bedekt. Inbreuken hierop worden ambtshalve verwijderd. Het gemeentebestuur kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade toegebracht aan de grafzerk hierdoor.
Artikel 22: Plaatsing en bijzetting van de asurnen:
● De afmetingen van de urnen moeten van die aard zijn dat zij in urnennissen & urnenkelders bijgezet kunnen worden in verhouding tot het aantal personen per concessie.
● Aan de plaatsing en bijzetting van de asurn worden de volgende voorwaarden gesteld:
● De urnennissen en urnenkelders kunnen maximaal 3 urnen van standaardformaat bevatten. Indien de nabestaanden kiezen voor een sierurne kan niet gegarandeerd worden dat er plaats is voor een tweede of derde urne.
● De asurnen dienen te worden vervaardigd uit materialen die uit oogpunt van hygiëne en stabiliteit verantwoord zijn.
● Nadat de asurne is bijgezet, wordt de nis/kelder/grond door de aangestelde van de gemeente afgesloten.
Artikel 23: Afmetingen & voorwaarden
Het plaatsen van graftekens en monumenten is onderworpen aan hieronder vermelde voorwaarden en afmetingen:
Artikel 23.1: Gedenkplaten geplaatst op een perceel bedoeld voor begraving in volle grond en in kelder:
● Maximum 2,30m lang en 90 cm breed
● Stevig geplaatst zijn en de basis mag niet dieper dan 5 cm onder het grondpeil worden aangebracht, behoudens de funderingspalen;
● Het grondvlak moet horizontaal geplaatst worden en in overeenstemming met de aangeduide lijnrichting;
● De horizontale afdekplaat moet de volledige oppervlakte van het graf bedekken.
● Vervaardigd zijn uit duurzame materialen;
● Maximum 1,50 m boven het grondpeil uitsteken
● Een nieuw te plaatsen monument volgt de achterlijn van de reeds eerder geplaatste grafmonumenten
Artikel 23.2: Gedenkplaten geplaatst op een perceel van het urnenveld
● 60 cm lang en 60 cm breed
● Op de begraafplaats van Kleit-nieuw kan de afmeting van de betonnen urnenkelder afwijken van de standaard kunststofurenkelder.
● Maximum 0,50cm hoog
● Te plaatsen achter de urnenkelder, niet vastgehecht aan het deksel
● De ruimte tussen twee monumenten van het urnenveld moet vrij gehouden worden, er mag geen beplanting, bedekkingsmateriaal of enig ander voorwerp worden geplaatst.
● Bij inbreuk hierop wordt de gedenkplaat ambtshalve verwijderd.
Artikel 23. 3: Afdekplaatjes urnennissen
● Op de afdekplaatjes mag een foto van de overledene aangebracht worden en een siervaasje met een maximum hoogte van 12cm. Het zicht van de omgevende nissen mag in geen geval belemmerd worden. Indien er een urne van een gezelschapsdier werd bijgeplaatst, kan de naam, geboorte- en overlijdensjaar van het huisdier toegevoegd worden op het afdekplaatje. Het is niet toegelaten om een foto van het gezelschapsdier alleen aan te brengen, een foto van het gezelschapsdier samen met de eigenaar kan wel.
● Het is niet toegelaten om op of aan de nissen van het columbarium, op eigen initiatief, bloemen, foto’s sierstukken, constructies of andere versierselen te plaatsen of te hangen.
● Bij inbreuk hierop wordt de afdekplaat ambtshalve verwijderd.
Artikel 23.4: Naamplaatje gedenkzuil strooiweide
● Naamplaatjes op de herdenkingsmonument van de strooiweide kunnen worden aangebracht met volgende afmetingen: 15 cm lang, 6 cm hoog en max 0,50 cm dik.
● Het graveren en/of invullen van de naamplaatsjes is ten laste van de nabestaanden.
● De naamplaatjes mogen al dan niet voorzien zijn van een foto van de overledene.
● De naamplaatjes op de gedenkzuil worden gedurende een termijn van 10 jaar bewaard.
● Er worden geen blijvende ornamenten, bloembakken toegestaan op de strooiweide
Artikel 24: Verwijdering of herplaatsing grafmonumenten
● De verwijdering en de herplaatsing van de grafmonumenten en van de afdekplaten van het columbarium, naar aanleiding van een aanvraag tot retroactieve thuisbewaring, bij toepassing van artikel 24 en 24 bis, van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zoals tot op heden gewijzigd, gebeurt in opdracht en op kosten van de aanvrager van de thuisbewaring.
● Voor de verwijdering en de herplaatsing wordt een afspraak gemaakt met de dienst burgerlijke stand.
● De modaliteiten met betrekking tot de plaatsing van grafmonumenten zijn van toepassing.
● De herplaatsing van de afdekplaat en de herplaatsing van het monument moet binnen een termijn van 1 week worden uitgevoerd.
● De aanvrager van de retroactieve thuisbewaring is verantwoordelijk voor eventuele schade.
Artikel 25: Niet-weggenomen graftekens
Wanneer een begraving om gelijk welke reden ten einde loopt, worden de niet weggenomen graftekens en de nog bestaande constructies eigendom van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen bepaalt de bestemming van de grafmonumenten.
Artikel 26: Herplaatsen afdekplaat
● Naar aanleiding van een bijzetting wordt de verwijdering en de herplaatsing van de afdekplaat van het urnenveld, concessie of niet-geconcedeerd graf geregeld door de nabestaanden. De kosten ter zake zijn ten laste van de aanvrager(s).
● Bij inbreuk hierop wordt de afdekplaat ambtshalve verwijderd.
Artikel 27: Opruiming
Van graven die eigendom geworden zijn van het gemeentebestuur, kunnen de grafmonumenten en gedenkstenen weggenomen worden. De nabestaanden hebben de mogelijkheid om kleine grafornamenten mee naar huis te nemen, tenzij het graf is opgenomen op de lijst van funerair erfgoed. Deze graven dienen in hun totaliteit bewaard te worden, met inbegrip van grafgiften, portretfoto’s,…
Artikel 28: Terugneming van een perceel of sluiting van een deel van de begraafplaats In geval van terugneming van een perceel omwille van openbaar belang of dienstnoodwendigheden, kunnen de concessiehouders geen aanspraak maken op enige vergoeding. Zij hebben wel het recht op het kosteloos verkrijgen van een ander perceel of nis van dezelfde afmetingen op een ander deel van de begraafplaats, tot het einde van de concessietermijn. De kosten voor het overbrengen van de stoffelijke overschotten en de kosten van de verplaatsing van de graftekens zijn ten laste van het gemeentebestuur
HOOFDSTUK VII : GRAVEN MET LOKAAL HISTORISCH BELANG EN PETERSCHAP
Artikel 29: Opmaken van de lijst historisch belang
Het college van burgemeester en schepenen bepaalt autonoom welke graven van historisch belang zijn.
Deze grafmonumenten worden gedurende 50 jaar bewaard. De termijn is verlengbaar.
Het onderhoud is ten laste van het gemeentebestuur.
Het college kan zich ter zake laten adviseren door een werkgroep, samengesteld uit de burgemeester, de schepen van cultuur, en een afvaardiging van de dienst cultuur, de administratie van de begraafplaatsen en de desbetreffende dienst.
Artikel 30: Peterschap
● Eenieder kan een aanvraag indienen om het peterschap over een bepaald grafmonument te verwerven.
● Door de toekenning van het peterschap verbindt de aanvrager er zich toe om, gedurende een welbepaalde periode, een welbepaald grafmonument te behouden en te onderhouden. De aanvrager mag onderhouds- en restauratiewerken uitvoeren, zonder de oorspronkelijke staat van het grafmonument te wijzigen.
● Het gemeentebestuur blijft eigenaar van het grafmonument.
● Het peterschap kan enkel aangevraagd worden voor grafmonumenten die op de lijst van het funerair erfgoed staan.
● De aanvraag tot peterschap wordt schriftelijk ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, en moet gemotiveerd worden.
● Het college van burgemeester en schepenen kent het peterschap toe, na advies van de werkgroep, samengesteld uit de burgemeester, de schepen van cultuur, en een afvaardiging van de diensten cultuur, de administratie van de begraafplaatsen en de technische dienst en eventuele externe adviseurs.
● Voor het peterschap wordt een overeenkomst gesloten. Hierin worden de richtlijnen van de restauratie en het onderhoud van het grafmonument opgenomen, alsook de termijn van het peterschap.
● De aanvrager is aansprakelijk voor eventuele schade aan het grafmonument die, als gevolg van werken, in zijn of haar opdracht zijn uitgevoerd.
● De verwerving van het peterschap is gratis. De aanvrager kan geen aanspraak maken op vergoedingen of compensaties.
● Het peterschap kan bekend gemaakt worden aan het grafmonument, op de in de overeenkomst vastgestelde plaats, door middel van een plaatje.
HOOFDSTUK VIII: SLOTBEPALINGEN
Artikel 31:
Alle niet in dit reglement voorziene gevallen worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen, in zoverre zij niet door een wet, besluit of decreet aan een andere overheid worden toegewezen.
Artikel 32:
Elke bij hoogdringendheid genomen beslissing van de burgemeester wordt ter kennis gebracht van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 33:
Het huishoudelijk reglement van 15 december 2022 betreffende de gemeentelijke begraafplaatsen en de lijkbezorging wordt opgeheven en vervangen door bovenstaand reglement met ingang van 1 februari 2025.