Notulen gemeenteraad van 26 02 2026

 

Aanwezig:

Danté Basslé, Voorzitter;

Koenraad De Ceuninck, Burgemeester;

Annelies Lammertyn, Peter Van Hecke, Marten De Jaeger, Anneke Gobeyn en Valerie Taeldeman, Schepenen;

Jason Van Landschoot, Wim Swyngedouw, Nicole Maenhout, Leandra Decuyper, Kiran Van Landschoot, Timothy De Groote, Ineke Hebbrecht, Henk Deprest, Cedric De Smet, Leen Anthuenis, Robin Van Kerschaver, Lut D´Hondt, Dino Lateste, Patrice Timmerman, Emma De Smet, Maxim Vandemoere, Christiaan Verstrynge en Rik Vandenberghe, Raadsleden;

Britt Schouppe, Algemeen directeur.

 

Verontschuldigd:

Rudi De Smet, Schepen;

Valentijn De Lille, Raadslid;

Vanaf punt 16 verlaat Ineke Hebbrecht, Raadslid de zitting omwille van een belangenconflict.

Vanaf punt 17 verlaat Nicole Maenhout, Raadslid de zitting omwille van een belangenconflict.

Vanaf punt 18 vervoegt Nicole Maenhout, Raadslid de zitting.

Vanaf punt 19 vervoegt Ineke Hebbrecht, Raadslid de zitting.

 

 

Overzicht punten

 

Zitting van 26 02 2026

 

OPENBARE ZITTING

 

 

1.   MEDEDELINGEN

 

 

 

 

Publicatiedatum: 13/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 02 2026

 

OPENBARE ZITTING

 

 

2.   GOEDKEURING NOTULEN EN AUDIOVISUELE OPNAME VAN DE GEMEENTERAADSZITTING VAN 22 JANUARI 2026

 

Juridische gronden

        Artikel 28, §1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de vergaderingen van de gemeenteraad openbaar zijn.

        Artikel 32 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 dat bepaalt dat behalve in spoedeisende gevallen de notulen van de vorige vergadering ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering ter beschikking worden gesteld van de gemeenteraadsleden en dat het huishoudelijk reglement de wijze bepaalt waarop de notulen ter beschikking worden gesteld.

Dat verder bepaalt dat elk gemeenteraadslid het recht heeft om tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast en dat ook nog verduidelijkt dat als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen van de vorige vergadering, de notulen als goedgekeurd beschouwd worden.

        Artikel 40 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017  waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de gemeentelijke aangelegenheden.

        Het gemeenteraadsbesluit van 27 februari 2019 waarbij beslist wordt het zittingsverslag te vervangen door een audio- of een audiovisuele opname.

 

Feiten

        De notulen werden ten minste acht dagen voor de dag van de vergadering ter beschikking gesteld van de gemeenteraad.

        De audiovisuele opname werd tijdens de zitting van 22 januari 2026 gelivestreamd en bleef sindsdien gepubliceerd op de gemeentelijke website onder 'Vergaderingen gemeenteraad': zie https://web-maldegem.streamovations.be

 

Besluit

 

25 stemmen voor: Danté Basslé, Koenraad De Ceuninck, Annelies Lammertyn, Peter Van Hecke, Marten De Jaeger, Anneke Gobeyn, Valerie Taeldeman, Jason Van Landschoot, Wim Swyngedouw, Nicole Maenhout, Leandra Decuyper, Kiran Van Landschoot, Timothy De Groote, Ineke Hebbrecht, Henk Deprest, Cedric De Smet, Leen Anthuenis, Robin Van Kerschaver, Lut D´Hondt, Dino Lateste, Patrice Timmerman, Emma De Smet, Maxim Vandemoere, Christiaan Verstrynge en Rik Vandenberghe

 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de notulen en de audiovisuele opname van de zitting van de gemeenteraad van 22 januari 2026 goed.

 

Artikel 2:

De voorzitter en de algemeen directeur worden gemandateerd om de notulen na deze goedkeuring te ondertekenen.

 

 

Publicatiedatum: 13/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 02 2026

 

OPENBARE ZITTING

 

 

3.   ONTSLAG ALS GEMEENTERAADSLID EN SCHEPEN MET INGANG VAN 1 MAART 2026: AKTENAME

 

Juridische gronden

        Artikel 28 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat de vergaderingen van de gemeenteraad openbaar zijn;

        Artikel 13 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 stelt dat het gemeenteraadslid dat ontslag wil nemen, dat schriftelijk meedeelt aan de voorzitter van de gemeenteraad.  Het ontslag is definitief na ontvangst van de kennisgeving door de voorzitter van de gemeenteraad. Het lid van de gemeenteraad blijft zijn mandaat uitoefenen tot zijn opvolger is geïnstalleerd, behoudens als het ontslag het gevolg is van een onverenigbaarheid.

        Artikel 48 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 stelt dat de schepen die ontslag wil nemen, dat schriftelijk meedeelt aan de voorzitter van de gemeenteraad. Het ontslag is definitief na ontvangst van de kennisgeving door de voorzitter van de gemeenteraad. 

        Artikel 68 §1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 bepaalt dat ... de raad voor maatschappelijk welzijn uit dezelfde leden als de gemeenteraad bestaat.

 

Feiten

        Op 11 februari 2026 ontving algemeen directeur Britt Schouppe een brief raadslid en schepen Rudiger De Smet, waarbij hij meedeelt ontslag te nemen als gemeenteraadslid, als lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, als bestuurder van het AGB, als lid van het college van burgemeester en schepenen, van het vast bureau en van het directiecomité van het AGB, met ingang van 1 maart 2026.

 

Besluit

 

Artikel 1:

De gemeenteraad neemt akte van het ontslag van Rudiger De Smet als gemeenteraadslid, als lid van de raad voor maatschappelijk welzijn, als bestuurder van het AGB en als lid van het college van burgemeester en schepenen, van het vast bureau en van het directiecomité van het AGB, met ingang van 1 maart 2026.

 

Artikel 2:

Het ontslag als gemeenteraadslid houdt van rechtswege het ontslag als lid van raad van maatschappelijk welzijn in.

 

 

Publicatiedatum: 13/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 02 2026

 

OPENBARE ZITTING

 

 

4.   AANWIJZING VAN EEN OPVOLGEND RAADSLID: ONDERZOEK VAN DE GELOOFSBRIEVEN EN EEDAFLEGGING

 

Juridische gronden

          Artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011;

          Artikel 6 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende de installatie van de raadsleden, de eedaflegging en de rangorde van de raadsleden;

          Artikel 14 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 dat bepaalt dat een gemeenteraadslid dat ontslag genomen heeft, vervangen wordt door zijn opvolger, die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011;

          Artikel 28 §1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de vergaderingen van de gemeenteraad openbaar zijn;

          Artikel 68 §1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 dat bepaalt dat de raad voor maatschappelijk welzijn uit dezelfde leden als de gemeenteraad bestaat;

          De gemeenteraadsbeslissing van 2 december 2024 houdende de installatie van de raadsleden en het vaststellen van de rangorde van de gemeenteraadsleden;

          De aktename door de gemeenteraad in zitting van heden van het ontslag van titelvoerend gemeenteraadslid Rudi De Smet die bij de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober 2024 deel uitmaakte van de lijst Ons Dorp;

          Het proces-verbaal betreffende de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober 2024 en het besluit van de Bestendige Deputatie houdende geldigverklaring van deze verkiezingen.

 

Feiten

        Het mandaat van titelvoerend raadslid is vacant naar aanleiding van het ontslag van raadslid Rudi De Smet;

        Uit het proces-verbaal betreffende de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen blijkt dat op de lijst Ons Dorp, Henk Deprest werd verkozen als eerste opvolger; Hij legde in zitting van 2 december 2024 de eed als  gemeenteraadslid af, ingevolge de verzaking aan het mandaat van de verkozene Nikola Storm;

        Uit het proces-verbaal betreffende de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen blijkt dat op de lijst Ons Dorp, Jan De Metsenaere werd verkozen als tweede opvolger;

        Uit het onderzoek van de geloofsbrieven van Jan De Metsenaere blijkt dat aan alle voorwaarden voldaan is om als gemeenteraadslid aangesteld te kunnen worden in opvolging van raadslid Rudi De Smet.

 

Besluit

 

25 stemmen voor: Danté Basslé, Koenraad De Ceuninck, Annelies Lammertyn, Peter Van Hecke, Marten De Jaeger, Anneke Gobeyn, Valerie Taeldeman, Jason Van Landschoot, Wim Swyngedouw, Nicole Maenhout, Leandra Decuyper, Kiran Van Landschoot, Timothy De Groote, Ineke Hebbrecht, Henk Deprest, Cedric De Smet, Leen Anthuenis, Robin Van Kerschaver, Lut D´Hondt, Dino Lateste, Patrice Timmerman, Emma De Smet, Maxim Vandemoere, Christiaan Verstrynge en Rik Vandenberghe

 

 

Artikel 1

De gemeenteraad beslist de geloofsbrieven van Jan De Metsenaere, die bij de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober 2024 verkozen werd op de lijst Ons Dorp, goed te keuren.

Met het oog op zijn aanstelling als titelvoerend lid van de gemeenteraad wordt hij uitgenodigd om de eed als gemeenteraadslid af te leggen. 

Op verzoek van de voorzitter treedt Jan De Metsenaere in de vergaderzaal en legt in handen van de voorzitter de volgende eed af : ‘Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen”. 

Betreffende het vervullen van deze formaliteit wordt een afzonderlijke akte opgemaakt.

 

Artikel 2

Jan De Metsenaere wordt aangesteld als effectief gemeenteraadslid en wordt toegelaten tot deelname aan de beraadslagingen van de gemeenteraad met ingang van 1 maart 2026. Hij zal het mandaat van raadslid Rudi De Smet voleindigen.

 

Artikel 3

De tabel van rangorde van de gemeenteraadsleden wordt vastgesteld als volgt:

 

Rangorde raadsleden

Naam en roepnaam

Anciënniteit

Aantal Stemmen 2024

1

Gobeyn Anneke

18/01/1995 -

726

2

Taeldeman Valerie

03/01/2001 -

1219

3

Van Landschoot Jason

03/01/2001 -

667

4

De Ceuninck Koenraad

02/01/2007 -

2713

5

Lammertyn Annelies

2/01/2007 -

1698

6

De Jaeger Marten

2/01/2013 -

1026

7

Van Hecke Peter

2/01/2013 -

898

8

Swyngedouw Wim

2/01/2013 -

316

9

Maenhout Nicole

2/01/2013 -

276

10

Decuyper Leandra

29/06/2017 -

540

11

Lateste Dino

17/12/2015 - 23/6/2016 en 7/1/2019 -

285

12

Van Landschoot Kiran

7/1/2019 -

533

13

De Groote Timothy

7/1/2019 -

298

14

Deprest Henk

7/1/2019 -

287

15

De Metsenaere Jan

26/1/2017 - 6/1/2019 en 20/1/2022 - 2/12/2024 en 1/3/2026 -

239

16

Hebbrecht Ineke

20/1/2022 -

590

17

De Smet Cedric

1/2/2022 -

308

18

Anthuenis Leen

2/12/2024 -

577

19

Basslé Danté

2/12/2024 -

571

20

Timmerman Patrice

2/12/2024 -

538

21

Van Kerschaver Robin

2/12/2024 -

526

22

D'Hondt Lut

2/12/2024 -

482

23

De Smet Emma

2/12/2024 -

429

24

Vandemoere Maxim

2/12/2024

336

25

Verstrynge Christiaan

2/12/2024 -

334

26

De Lille Valentijn

2/12/2024 -

316

27

Vandenberghe Rik

27/11/2025 -

409

 

Artikel 4:

Ingevolge zijn aanstelling als gemeenteraadslid wordt Jan De Metsenaere van rechtswege lid van de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

 

Publicatiedatum: 13/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 02 2026

 

OPENBARE ZITTING

 

 

5.   AANWIJZING EN EEDAFLEGGING VAN EEN SCHEPEN: AKTENAME

 

Juridische gronden

        Artikel 28 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur dat bepaalt dat de  vergaderingen van de gemeenteraad openbaar zijn;

        Artikel 43, §1, derde lid decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur dat bepaalt: "De gezamenlijke akte van voordracht kan ook de einddatum van het mandaat van een kandidaat-schepen vermelden. In dat geval kan op de gezamenlijke akte van voordracht de naam vermeld worden van een of meer personen die hem zullen opvolgen voor de resterende duurtijd van het mandaat. In voorkomend geval is de schepen bij het bereiken van de einddatum van het mandaat van rechtswege ontslagnemend en wordt hij van rechtswege opgevolgd door de persoon die in de gezamenlijke akte van voordracht als opvolger is vermeld. Als het mandaat eindigt voor de einddatum, vermeld in de gezamenlijke akte van voordracht, of als de persoon die in de gezamenlijke akte van voordracht is vermeld als de persoon die de schepen zou opvolgen, zijn mandaat niet opneemt, neemt de eerstvolgende opvolger vervroegd het mandaat op..."

         Artikel 49 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur betreffende de opvolging van een schepen die ontslag heeft genomen;

        Het Besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2024 tot vaststelling van de modellen van akte van voordracht en akte van opvolging in het kader van de installatie en samenstelling van de lokale bestuursorganen;

        Het besluit van de gemeenteraad van 2 december 2024 houdende de verkiezing en eedaflegging van de schepenen, waarbij Rudi De Smet werd aangesteld als vijfde schepen;

        Het besluit van de gemeenteraad van heden, waarbij akte werd genomen van het ontslag als schepen van Rudi De Smet, met ingang van 1 maart 2026;

 

Feiten en argumentatie

        Het maximale aantal te verkiezen schepenen voor de gemeente Maldegem is vastgesteld op 5 overeenkomstig het Besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2024;

        Een gezamenlijke akte van voordracht van kandidaat-schepenen werd overhandigd aan de algemeen directeur op 18 oktober 2024; Uit deze gezamenlijke voordrachtakte blijkt dat Leen Anthuenis aangeduid  werd als opvolger van vijfde schepen Rudiger De Smet;

        De kandidaat-schepen heeft op de installatievergadering de eed als gemeenteraadslid afgelegd.

        De kandidaat-schepen bevindt zich niet in een toestand van onverenigbaarheid.

        De kandidaat-schepen legt de volgende eed af in handen van de burgemeester:
 

 "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen".

Tussenkomsten

        door raadslid Dino Lateste (Groen Maldegem)

 

Besluit

 

Artikel 1

De gemeenteraad neemt kennis van de gezamenlijke akte van voordracht van kandidaat-schepenen, die ontvankelijk werd verklaard tijdens de vergadering van de gemeenteraad van 2 december 2024 en verklaart de voorgedragen kandidaat-schepen Leen Anthuenis verkozen in de rangorde van de schepen die zij opvolgt, zijnde de vijfde schepen, met ingang van 1 maart 2026.

 

Artikel 2

De gemeenteraad neemt akte van de eedaflegging van schepen Leen Anthuenis.

 

 

Publicatiedatum: 13/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 02 2026

 

OPENBARE ZITTING

 

 

6.   NAAMSWIJZIGING FRACTIE OPEN VLD DE MERLAAN NAAR "ANDERS.": KENNISNAME

 

Juridische gronden

        Artikel 28 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de vergaderingen van de gemeenteraad openbaar zijn;

        Artikel 40 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de gemeentelijke aangelegenheden;

        Artikel 68,§1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de raad voor maatschappelijk welzijn uit  dezelfde leden als de gemeenteraad bestaat;

        Artikel 6, §1 van de statuten van het Autonoom Gemeentebedrijf van Maldegem (AGB) van 19 december 2024 waarin wordt bepaald dat de samenstelling van de raad van bestuur dezelfde is als van de gemeenteraad;

        Het besluit van de gemeenteraad van 2 december 2024 houdende de grootte en de samenstelling van de fracties en de aanduiding van de fractieleiders.

 

Feiten

           Op 13 februari 2026 bezorgde raadslid Wim Swyngedouw, fractieleider van Open Vld De Merlaan een e-mail aan de algemeen directeur Britt Schouppe en aan de voorzitter van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn Danté Basslé. Hierin deelde hij mee dat in de bestuursvergadering van 11 februari 2026 beslist werd om de naam Open Vld De Merlaan te wijzigen naar "Anders.".

 

Argumentatie

        Uit de door raadslid Swyngedouw ingediende attesten blijkt dat de nationale partij toelating verleent aan de fractie Open Vld De Merlaan in Maldegem om gebruik te maken van de fractienaam "Anders." in de  gemeenteraad van Maldegem;

        Uit de door raadslid Swyngedouw ingediende attesten blijkt dat de leden van Open Vld De Merlaan akkoord gaan met de naamsverandering van hun fractie in de gemeenteraad;

        De naam van de fractie is dezelfde in alle politieke organen waarin de fractie, of een lid van de fractie vertegenwoordigd is. Dit geldt aldus voor de vergaderingen van de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn, de raad van bestuur van het AGB, het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst.

 

Adviezen

           De website van VVSG (Vereniging van Steden en Gemeenten) vermeldt dat de naam van een fractie kan wijzigen, mits:

           schriftelijk akkoord van de fractieleden,

           mededeling op de gemeenteraad

           (optioneel) een akkoord van de nationale partij met beschermde lijstnaam

Tussenkomsten

           door raadslid Dino Lateste (Groen Maldegem)

           door raadslid Wim Swyngedouw (Anders.)

           door burgemeester Koenraad De Ceuninck (cd&v)

 

Besluit

 

Artikel 1:

De gemeenteraad neemt kennis van de beslissing van de fractie Open Vld De Merlaan om de naam te wijzigen naar "Anders." met ingang van de gemeenteraadszitting van 26 februari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 13/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 02 2026

 

OPENBARE ZITTING

 

 

7.   RAPPORT AUDITOPDRACHT OPVOLGAUDIT BIJ LOKAAL BESTUUR MALDEGEM: KENNISNAME

 

Juridische gronden

      Artikel 34, §1 van het kaderdecreet bestuurlijk beleid van 18 juli 2003;

      Artikel 28 §1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin bepaald wordt dat de vergaderingen van de gemeenteraad openbaar zijn;

      Artikel 29 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 dat bepaalt dat de gemeenteraadsleden het recht van inzage hebben in alle dossiers, stukken en akten, ongeacht de drager, die het bestuur van de gemeente betreffen.

      Artikel 40 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 dat bepaalt dat de gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de aangelegenheden van gemeentelijke belang;

      Artikel 221 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 dat bepaalt dat in elke gemeente en in elk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn periodiek een audit wordt uitgevoerd door Audit Vlaanderen. Audit Vlaanderen bezorgt de verslagen van de audits aan de voorzitter van de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn, die ze bezorgt aan de leden van de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn.

 

Feiten

        Op 16 september 2025 werd het gemeentebestuur door Audit Vlaanderen in kennis gesteld van een opvolgaudit bij Lokaal Bestuur Maldegem.

        Auditreikwijdte en -doelstellingen

        De beoordeling van de aanpak van organisatiebeheersing

        Evaluatie van de mate waarin de aanbeveling(en) uit 2022 zijn gerealiseerd.

        Op 16 januari 2026 ontving het gemeentebestuur van Audit Vlaanderen het Auditrapport 2516 029: "Beoordeling aanpak organisatiebeheersing en opvolging aanbevelingen Lokaal bestuur Maldegem"

        Samenvatting van het auditrapport

        Globale maturiteit van de aanpak van organisatiebeheersing: gestructureerde aanzet (2)

        Opvolging van eerder geformuleerde aanbevelingen: gerealiseerd (100%)

        De opvolgaudit bevestigt dat het lokaal bestuur de aanbevelingen uit 2022 volledig heeft opgevolgd en een gestructureerde aanzet tot organisatiebeheersing heeft opgezet.

 

Besluit

 

Artikel 1:

De gemeenteraad neemt kennis van het auditrapport 2516 029 van Audit Vlaanderen: "Beoordeling aanpak organisatiebeheersing en opvolging aanbevelingen Lokaal bestuur Maldegem" van 16 januari 2026.

 

 

Publicatiedatum: 13/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 02 2026

 

OPENBARE ZITTING

 

 

8.   KLACHTEN JAARVERSLAG 2025: KENNISNAME

 

Juridische gronden

        Artikel 28 §1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de vergaderingen van de gemeenteraad openbaar zijn.

        Artikel 40 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de gemeentelijke aangelegenheden.

        Artikel 303 § 1 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat het systeem van klachtenbehandeling zowel voor de gemeente als voor het OCMW georganiseerd wordt op het ambtelijke niveau en maximaal onafhankelijk is van de diensten waarop de klachten betrekking hebben.

        De procesbeschrijving klachtenbehandeling, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 28 juni 2018 en in de raad voor maatschappelijk welzijn van 30 augustus 2018, bepaalt dat van de behandelde klachten een verslag wordt opgemaakt en jaarlijks gerapporteerd wordt aan de raden.

 

Feiten

        Het organisatiebeheersingssysteem stelt dat jaarlijks over de klachten wordt gerapporteerd aan de raad.

        Het jaarrapport bevat statistische gegevens, die voorzien worden van de nodige duiding.

        Enkele vaststellingen:

        66 geregistreerde klachten

        12 gegronde klachten

        De gemiddelde doorlooptijd voor behandeling bedroeg 10 dagen in 2025

Tussenkomsten

        door raadslid Wim Swyngedouw (Anders.)

        door raadslid Cedric De Smet (N-VA)

        door  burgemeester Koenraad De Ceuninck (cd&v)

 

Besluit

 

Artikel 1:

De gemeenteraad neemt kennis van het jaarverslag klachten 2025.

 

 

Publicatiedatum: 13/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 02 2026

 

OPENBARE ZITTING

 

 

9.   KERKFABRIEK ST.-ANTONIUS VAN PADUA - GOEDKEURING BUDGETWIJZIGING 2025

 

Juridische gronden

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.

        Artikel 28 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat dit punt in openbare zitting behandeld wordt.

        Artikel 40 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de gemeentelijke aangelegenheden.

        Het eredienstendecreet van 7 mei 2004, artikel 41 tot en met 44.

        Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten, artikel 39 tot en met 43.

        Het ministerieel besluit van 27 november 2006 tot vaststelling van de modellen van de boekhouding van de besturen van de eredienst en ter uitvoering van artikel 46 van het besluit van de Vlaamse regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erediensten en van de centrale besturen van de eredienst, artikel 1 tot en met 12.

        Beslissing van de gemeenteraad van de stad Eeklo van 18 december 2023 betreffende de goedkeuring van de meerjarenplanwijziging 2020-2025 van de kerkfabriek Sint-Antonius van Padua.

        De goedkeuring van het budget 2025 door de kerkraad van 17 juni 2024.

        Beslissing van de gemeenteraad van de stad Eeklo van 15 december 2025 houdende goedkeuring van de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Antonius van Padua.

 

Feiten

           De gemeenteraad van de stad Eeklo keurde in zitting van 15 december 2025 een budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Antonius van Padua goed.

           Deze budgetwijziging viel niet binnen de meerjarenplanwijziging van de kerkfabriek, waardoor deze diende goedgekeurd te worden door de gemeenteraad.

           De exploitatietoelage stijgt van € 23 360,70 naar € 25 285,82.

           Aangezien de exploitatietoelage echter te hoog was ingeschreven in het budget van 2025, wordt deze exploitatietoelage in 2025 in de meerjarenplanaanpassing verlaagd van € 29 170,09 naar € 25 285,82.

 

Argumentatie

           Aangezien de exploitatietoelage van de kerkfabriek Sint-Antonius van Padua tussen de stad Eeklo en de gemeente Maldegem verdeeld is volgens de verdeelsleutel 58,55 % voor Eeklo en 41,45% voor Maldegem, betekent dit dat de oorspronkelijke exploitatietoelage ten laste van de gemeente Maldegem daalt met € 10 480,97 euro.

Tussenkomsten

        door raadslid Wim Swyngedouw (Anders.)

        door burgemeester Koenraad De Ceuninck (cd&v)

 

Besluit

 

19 stemmen voor: Danté Basslé, Koenraad De Ceuninck, Annelies Lammertyn, Peter Van Hecke, Marten De Jaeger, Anneke Gobeyn, Valerie Taeldeman, Nicole Maenhout, Leandra Decuyper, Kiran Van Landschoot, Ineke Hebbrecht, Henk Deprest, Cedric De Smet, Leen Anthuenis, Robin Van Kerschaver, Lut D´Hondt, Patrice Timmerman, Emma De Smet en Rik Vandenberghe

4 stemmen tegen: Jason Van Landschoot, Wim Swyngedouw, Maxim Vandemoere en Christiaan Verstrynge

2 onthoudingen: Timothy De Groote en Dino Lateste

 

 

Enig artikel:

De gemeenteraad keurt de budgetwijziging 2025 van de kerkfabriek Sint-Antonius van Padua goed.

 

 

Publicatiedatum: 13/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 02 2026

 

OPENBARE ZITTING

 

 

10.  KERKFABRIEK ST.-ANTONIUS VAN PADUA - GOEDKEURING MEERJARENPLAN 2026-2031 EN KENNISNAME BUDGET 2026

 

Juridische gronden

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.

        Artikel 28 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat dit punt in openbare zitting behandeld wordt.

        Artikel 40 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de gemeentelijke aangelegenheden.

        Het eredienstendecreet van 7 mei 2004, artikel 41 tot en met 44.

        Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten, artikel 39 tot en met 43.

        Het ministerieel besluit van 27 november 2006 tot vaststelling van de modellen van de boekhouding van de besturen van de eredienst en ter uitvoering van artikel 46 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006 houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de eredienst en van de centrale besturen van de eredienst, artikel 1 tot en met 12.

        Beslissing van de gemeenteraad van de stad Eeklo van 15 december 2025 houdende goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031 en kennisname van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Antonius.

 

 

Feiten

           De gemeenteraad van Eeklo keurde in zitting van 15 december 2025 het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Antonius van Padua goed.

           Op het vlak van de exploitatie werd bij het opstellen van het meerjarenplan gepoogd om een gebalanceerd beleid en een waarheidsgetrouwe langetermijnstrategie uit te stippelen. Daarom werd bij het startjaar 2026 gestreefd om een gezond en duurzaam budget op te stellen dat een logische marge inhoudt en de afhandeling van de betalingen steeds mogelijk maakt.

           Uitgangspunt was een analyse van de tendensen van de voorbije jaarrekeningen en te budgetteren naar waarheid. Concreet betekent dit dat het budget 2026 in het verlengde ligt van de cijfers van de voorgaande jaren met soms een kleine marge in functie van onvoorziene omstandigheden en de kasvoorraad.

           In het meerjarenplan werd rekening gehouden met een indexering van 2% op het budget van het startjaar 2026. Waar wenselijk werd bovendien rekening gehouden met het gemiddelde van de voorbije vijf jaarrekeningen. Posten die de voorbije jaren exponentieel waren gestegen en dus de voorbije jaren onvoldoende waren gebudgetteerd, werden naar waarheid verhoogd. Sommige rekeningen werden echter niet geïndexeerd, waardoor hun bedrag gedurende het volledige meerjarenplan onveranderd blijft.

           Intresten afkomstig van patrimoniumrekeningen en de huurinkomsten werden tot op heden steeds volledig overgeheveld naar "exploitatie". De kerkfabriek stelt voor om een deel van de huurinkomsten, na afspraak met de gemeenten, terug te laten vloeien naar de patrimoniumrekening om aldus opnieuw een voor de kerkfabriek belangrijke financiële buffer voor onvoorziene zaken te creëren. Zo kan, ook in de toekomst, de kerkfabriek bijdragen aan gebeurlijke investeringen.

           Op het vlak van de investeringen is de buitengewone herstelling (renovatie) van het exterieur van de kerk achter de rug. Zij is derhalve, door het gebruik van duurzame materialen, weer toekomstbestendig gemaakt.

           Ook de bouw en aankoop van twee sociale appartementen, een tweede investering uit het vorige meerjarenplan, werd ondertussen voltooid en een huurovereenkomst met de Meetjeslandse Woonmaatschappij werd ondertekend. Hierdoor komt de parochie, wat investeringen betreft, voor de komende periode in rustiger vaarwater terecht.

           Aangezien de renovatiekosten het oorspronkelijke budget met ruim 10% overschreden, beliste de kerkraad voor de periode die zich uitstrekt over 2026-2031, de voorziene (bescheiden) investeringen te laten vallen, met uitzondering van de wandlezer en de deurpomp van de parochiezaal (bereikbaarheid van het sanitair voor mindervaliden). Voor deze ingreep wordt € 5 000 ingeschreven.

           Het vernieuwen van de sanitaire installaties en leidingen, voorzien in de komende jaren, zullen deels en gespreid gerealiseerd worden via exploitatie op het moment dat er (rest)budget beschikbaar is.

           In het meerjarenplan worden aldus volgende toelagen gevraagd:

           investeringssubsidies:

           2026 : € 3 333,33

           geen investeringen voor de periode 2027-2031

           werkingstoelage (exploitatie):

           2026 : € 36 327,90

           2027 : € 49 025,11

           2028 : € 48 554,35

           2029 : € 49 042,18

           2030 : € 49 488,77

           2031 : € 49 944,25

           Aangezien het budget 2026 past in het meerjarenplan 2026-2031 neemt de gemeenteraad van Eeklo er enkel kennis van.

           Het bisdom van Gent gaf op 5 november 2025 gunstig advies voor het meerjarenplan 2026-2031 en het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Antonius van Padua.

 

Argumentatie

           De financiering gebeurt aan de hand van een verdeelsleutel tussen de stad Eeklo en de gemeente Maldegem. De bijdrage van Eeklo bedraagt 58,55 %, de bijdrage van Maldegem 41,45%.

           De bijdrage van de gemeente Maldegem komt aldus op volgende bedragen:

                investeringssubsidies:

           2026 : € 3 333,33

        geen investeringen voor de periode 2027-2031

                werkingstoelage (exploitatie):

           2026 : € 15 057,91

           2027 : € 20 320,91

           2028 : € 20 125,78

           2029 : € 20 327,98

           2030 : € 20 513,10

           2031 : € 20 701,89

           Het meerjarenplan werd besproken met vertegenwoordigers van de kerkfabriek, de stad Eeklo en de gemeente Maldegem op 28 mei 2025.

           Gelet op het feit dat de bedragen overeenkomen met de bedragen die opgenomen zijn in het meerjarenplan van de gemeente Maldegem is geen advies van de financieel directeur noodzakelijk.

 

Besluit

 

19 stemmen voor: Danté Basslé, Koenraad De Ceuninck, Annelies Lammertyn, Peter Van Hecke, Marten De Jaeger, Anneke Gobeyn, Valerie Taeldeman, Nicole Maenhout, Leandra Decuyper, Kiran Van Landschoot, Ineke Hebbrecht, Henk Deprest, Cedric De Smet, Leen Anthuenis, Robin Van Kerschaver, Lut D´Hondt, Patrice Timmerman, Emma De Smet en Rik Vandenberghe

4 stemmen tegen: Jason Van Landschoot, Wim Swyngedouw, Maxim Vandemoere en Christiaan Verstrynge

2 onthoudingen: Timothy De Groote en Dino Lateste

 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt het meerjarenplan 2026-2031 van de kerkfabriek Sint-Antonius van Padua goed.

Artikel 2:

De gemeenteraad neemt kennis van het budget 2026 van de kerkfabriek Sint-Antonius van Padua.

 

 

Publicatiedatum: 13/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 02 2026

 

OPENBARE ZITTING

 

 

11.  ADVIES CAMERABEWAKING OPENBAAR DOMEIN

 

Juridische gronden

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.

        Artikel 28 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat dit punt in openbare zitting behandeld wordt.

        Artikel 40 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de gemeentelijke aangelegenheden.

        Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat volgende bevoegdheden niet aan het college van burgemeester en schepenen kunnen worden toevertrouwd:

    beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan de gemeenteraad voorbehoudt.

           Het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mensen en de fundamentele vrijheden.

           De bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet en het Gemeentedecreet.

           De bepalingen van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992.

           De wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

           De wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's en latere wijzigingen (camerawet).

           Het koninklijk besluit van 10 februari 2008 tot vaststelling van de wijze waarop wordt aangegeven dat er camerabewaking plaatsvindt en latere wijzigingen.

           Het koninklijk besluit van 2 juli 2008 betreffende de aangiften van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's en latere wijzigingen

           De omzendbrief van 10 december 2009 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's, waarbij het toegestaan wordt dat de gemeenteraad een positief advies geeft om, in een perimeter die groot genoeg is, gebruik te maken van vaste of verplaatsbare camera's om een bepaald fenomeen goed te kunnen opvolgen.

           De omzendbrief van 13 mei 2011 houdende wijziging van de omzendbrief van 10 december 2009 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's.

 

Feiten

           In het meerjarenplan 2025-2031 is onder beleidsdoelstelling M-02 opgenomen dat we zorgen voor een veilig Maldegem waarbij overlast aangepakt wordt met bewakingscamera's. Iedereen moet zich veilig voelen in Maldegem: thuis, op straat, onderweg en tijdens evenementen. Veiligheid is en blijft één van onze topprioriteiten.

           Het lokaal bestuur investeerde in 2018 reeds in een verplaatsbare PTZ (Pan-Tilt-Zoom) camera in functie van het voorkomen en vaststellen van veiligheidsincidenten. Deze camera wordt vooral ingezet op locaties met een gekende overlastproblematiek en tijdens evenementen.

           Het lokaal bestuur investeert nu ook in een vaste camera op het openbaar domein ter hoogte van jeugdhuis Redekiel en de polyvalente zaal K-ba gelegen te Mevr. Courtmanslaan 82, 9990 Maldegem.

 

Argumentatie

           Uit het verleden blijkt een verhoogd risico op overlast of veiligheidsincidenten als er geen camera staat geplaatst ter hoogte van Redekiel en K-ba. Bijgevolg is het financieel interessanter dat de gemeente op die locatie een eigen vaste camera plaatst zodat de verplaatsbare PTZ (Pan-Tilt-Zoom) camera actiever op andere locaties kan ingezet worden.

           Cameratoezicht is een nuttig hulpmiddel voor de objectieve waarneming van overlastproblemen en de preventieve aanpak ervan en kan als afschrikmiddel voor potentiële daders gebruikt worden.

           Cameratoezicht is eveneens een nuttig hulpmiddel voor de gerichte en efficiënte politie-inzet tijdens evenementen.

           Natuurlijk dient ook duidelijk rekening gehouden te worden met de aanbevelingen omtrent de bescherming van de privacy en de persoonlijke levenssfeer met betrekking tot cameratoezicht op het openbaar domein. Daarom werd een gegevensbeschermingseffectbeoordeling (GEB) opgemaakt voor zowel de verplaatsbare PTZ camera als de vaste camera ter hoogte van Redekiel/ K-ba. Graag verwijzen we hierbij naar de adviezen van de DPO opgenomen in de GEB's betreffende de vaste en verplaatsbare camera's.

           De jeugddienst/ vzw Redekiel zijn ook vragende partij voor regelmatige controle aangezien in de zomer van 2024 de nodige overlast werd vastgesteld toen de PTZ camera ingezet werd op andere evenementen en er dus geen preventief effect was van cameratoezicht. In de zomer van 2025 werd dit opgevangen door het tijdelijk huren van een camera.

           Conform artikel 5 van de camerawet dient de gemeenteraad een advies te geven voor het gebruik van camera's op een niet-besloten plaats na het inwinnen van het advies van de korpschef van de lokale politie.

           Aan de gemeenteraad wordt bijgevolg advies gevraagd voor het in gebruik nemen van een vaste camera op het openbaar domein ter hoogte van jeugdhuis Redekiel en polyvalente zaal K-ba gelegen te Mevr. Courtmanslaan 82, 9990 Maldegem.

           Daarnaast wordt gevraagd het advies van de gemeenteraad dd. 25/01/2018 betreffende het gebruik van een verplaatsbare PTZ camera te hernieuwen.

 

 

Adviezen

           Positief advies van de korpschef wnd. voor beide camera's, toegevoegd als bijlage.

 

           Jeugddienst: De jeugddienst verleent een positief advies voor het in gebruik nemen van een vaste bewakingscamera op het openbaar domein ter hoogte van jeugdhuis Redekiel en de polyvalente zaal K-ba. De jeugddienst stelt vast dat er in het verleden, en meer specifiek tijdens de zomerperiode, regelmatig overlast en vandalisme werd vastgesteld in de onmiddellijke omgeving van Redekiel en de K-ba, voornamelijk op momenten waarop de verplaatsbare camera elders werd ingezet. De aanwezigheid van cameratoezicht heeft in het verleden een duidelijk preventief effect gehad en draagt bij tot het veiligheidsgevoel van jongeren, bezoekers, buurtbewoners en medewerkers.

 

           Vzw Redekiel: De Redekiel verleent een positief advies voor het in gebruik nemen van een vaste bewakingscamera op het openbaar domein ter hoogte van jeugdhuis Redekiel en de polyvalente zaal K-ba, uitsluitend in functie van het vaststellen en opvolgen van strafbare feiten. De beelden dienen enkel ter objectieve vaststelling van incidenten, zodat de werking niet op basis van vermoedens of foutieve interpretaties kan worden aangesproken of beschuldigd.

Tussenkomsten

        door raadslid Emma De Smet (cd&v)

        door raadslid Timothy De Groote (Vlaams Belang)

        door raadslid Dino Lateste (Groen Maldegem)

        door  burgemeester Koenraad De Ceuninck (cd&v)

 

Besluit

 

24 stemmen voor: Danté Basslé, Koenraad De Ceuninck, Annelies Lammertyn, Peter Van Hecke, Marten De Jaeger, Anneke Gobeyn, Valerie Taeldeman, Jason Van Landschoot, Wim Swyngedouw, Nicole Maenhout, Leandra Decuyper, Kiran Van Landschoot, Timothy De Groote, Ineke Hebbrecht, Henk Deprest, Cedric De Smet, Leen Anthuenis, Robin Van Kerschaver, Lut D´Hondt, Patrice Timmerman, Emma De Smet, Maxim Vandemoere, Christiaan Verstrynge en Rik Vandenberghe

1 onthouding: Dino Lateste

 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad geeft een gunstig advies over het gebruik van een vaste bewakingscamera ter hoogte van jeugdhuis Redekiel en polyvalente zaal K-ba te Mevr. Courtmanslaan 82, 9990 Maldegem.

 

Artikel 2:

De gemeenteraad hernieuwt het gunstig advies over het gebruik van de verplaatsbare PTZ camera op het grondgebied van de gemeente Maldegem.

 

Artikel 3:

Deze adviezen zijn geldig tot en met 31/12/2031.

 

 

Publicatiedatum: 13/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 02 2026

 

OPENBARE ZITTING

 

 

12.  WIJZIGING REGLEMENT CAMERATOEZICHT OP HET OPENBAAR DOMEIN

 

Juridische gronden

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.

        Artikel 28 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat dit punt in openbare zitting behandeld wordt.

        Artikel 40 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de gemeentelijke aangelegenheden.

        Artikel 40 § 3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt.

        Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat volgende bevoegdheden niet aan het college van burgemeester en schepenen kunnen worden toevertrouwd:

 het vaststellen van gemeentelijke reglementen en het bepalen van straffen en administratieve sancties op de overtreding van die reglementen.

    beslissingen die een wet, een decreet of een uitvoeringsbesluit uitdrukkelijk aan de gemeenteraad voorbehoudt

           Het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mensen en de fundamentele vrijheden.

           De bepalingen van de Nieuwe Gemeentewet.

           De bepalingen van de wet op het politieambt van 5 augustus 1992.

           De wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

           De wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's en latere wijzigingen (camerawet).

           Het koninklijk besluit van 10 februari 2008 tot vaststelling van de wijze waarop wordt aangegeven dat er camerabewaking plaatsvindt en latere wijzigingen.

           Het koninklijk besluit van 2 juli 2008 betreffende de aangiften van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's en latere wijzigingen.

           De omzendbrief van 10 december 2009 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's, waarbij het toegestaan wordt dat de gemeenteraad een positief advies geeft om, in een perimeter die groot genoeg is, gebruik te maken van vaste of verplaatsbare camera's om een bepaald fenomeen goed te kunnen opvolgen.

           De omzendbrief van 13 mei 2011 houdende wijziging van de omzendbrief van 10 december 2009 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's.

           Het advies van de gemeenteraad van heden betreffende het gebruik van een vaste camera en een verplaatsbare PTZ (Pan Tilt Zoom) camera op het openbaar domein van de gemeente Maldegem.

 

Feiten

           Op 25 januari 2018 keurde de gemeenteraad het reglement betreffende cameratoezicht op het openbaar domein goed.

           In diezelfde gemeenteraad werd positief advies gegeven over het gebruik van een verplaatsbare camera op het openbaar domein van de gemeente.

           In het meerjarenplan 2025-2031 is onder beleidsdoelstelling M-02 opgenomen dat we zorgen voor een veilig Maldegem waarbij overlast aangepakt wordt met bewakingscamera's. Iedereen moet zich veilig voelen in Maldegem: thuis, op straat, onderweg en tijdens evenementen. Veiligheid is en blijft één van onze topprioriteiten.

 

Argumentatie

           Het lokaal bestuur investeert in een vaste camera op het openbaar domein ter hoogte van jeugdhuis Redekiel en polyvalente zaal K-ba gelegen te Mevr. Courtmanslaan 82, 9990 Maldegem. Dit in functie van het voorkomen en vaststellen van veiligheidsincidenten. Uit het verleden blijkt een verhoogd risico op voorvallen als er geen camera staat. Bijgevolg is het financieel interessanter dat de gemeente op die locatie een eigen vaste camera plaatst zodat de verplaatsbare PTZ (Pan-Tilt-Zoom) camera actiever op andere locaties kan ingezet worden.

           Het gemeentelijk reglement betreffende cameratoezicht op het openbaar domein wordt gewijzigd en geactualiseerd naar aanleiding van deze bijkomende vaste camera.

           Hieronder worden de wijzigingen van het reglement opgesomd:

           Artikel 1: begripsbepalingen: toevoegen van definities 'verplaatsbare camera' en 'vaste camera' als volgt:

           8° “verplaatsbare camera”: een PTZ camera die verplaatst kan worden over het hele grondgebied van de gemeente Maldegem onder andere in functie van evenementen en overlast op het openbaar domein

           9° “vaste camera”: een niet- verplaatsbare camera die wordt ingezet op een specifieke plaats voor het voorkomen, vaststellen en opvolgen van overlast, vandalisme en misdrijven, en om het algemeen veiligheidsgevoel te verhogen.

           Artikel 3: Categorieën van personen opgenomen in de verwerking van beelden: dit artikel wordt aangepast met de specificatie waar de camera's worden ingezet. Het gebied waar de verplaatsbare camera kan worden uitgezet wordt uitgebreid naar heel de gemeente en de locatie van de vaste camera wordt toegevoegd als volgt:

           De verplaatsbare camera kan worden ingezet op het grondgebied van de gemeente Maldegem onder andere bij risicovolle evenementen.

           Een vaste camera wordt voorzien op het openbaar domein ter hoogte van Mevr. Courtmanslaan 82, 9990 Maldegem.

           Artikel 4: Soorten van gegevens, wijze van verkrijging: dit artikel wordt gewijzigd en voorzien van een duidelijkere omschrijving van de wijze waarop de beeldgegevens worden aangewend. Dit wordt vermeld als volgt:

           De ingezette camera's kunnen op tweeërlei wijze worden aangewend:

           Enerzijds kunnen zij worden gebruikt voor realtime observatie tijdens evenementen die plaatsvinden op het openbaar domein, met het oog op het handhaven van de openbare orde, het verzekeren van de veiligheid en het preventief optreden tegen verstoringen.

           Anderzijds kunnen de camerabeelden niet-realtime worden geraadpleegd en verwerkt, uitsluitend na een vaststelling of interventie door of aangifte bij de politiediensten, en dit in het kader van opsporing, vaststelling en bewijsvoering van inbreuken of strafbare feiten, conform de geldende wet- en regelgeving.

           Artikel 5: Het beheer, de bewerking en de verwerking van beelden: dit artikel wordt aangepast in die zin dat het een gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijkheid is van de gemeente Maldegem en de politiezone Aalter/Maldegem aangezien ook mogelijk is dat de politie rechtstreeks de beelden kan bekijken indien nodig.

           De gezamenlijke verantwoordelijke voor de verwerking van de beelden is de gemeente Maldegem en de politiezone Aalter/Maldegem.

           Artikel 6: Toegang tot de beelden wordt aangevuld met de verwerkers, de politiezone Aalter/Maldegem en een back-up mogelijkheid voor de stafmedewerker veiligheid.

           De beelden zijn toegankelijk via een cloud based applicatie voorzien door de verwerker:

           voor de verplaatsbare camera: Telenet Group

           voor de vaste camera: InbraakVeilig

           Rechtstreeks toegang tot de beelden hebben uitsluitend en slechts binnen het kader van de hun opgedragen werkzaamheden, volgende gemachtigde personen:

           de korpschef van de lokale politie Aalter/Maldegem

           de door de korpschef of gemeente aangewezen (politie)functionarissen

           de verwerker

           de stafmedewerker veiligheid of de door de algemeen directeur aangestelde bevoegde ambtenaar.

           Deze personen hebben een discretieplicht omtrent de persoonsgegevens die de beelden opleveren.

           De korpschef en de gemeente waken erover dat onbevoegde personen geen toegang hebben tot het systeem.

           Bij langdurige afwezigheid van de gemachtigde personen of bij hoogdringendheid of noodzaak kan het college van burgemeester en schepen een vervanger aanduiden.

           In het geval van een onderzoek naar overlast, kan de gemachtigde persoon de verkregen gegevens doorgeven aan de gemeentelijke ambtenaren/ omgevingsambtenaren voor het opmaken van het proces-verbaal voor een gemeentelijke administratieve sanctie/ milieu- inbreuk of milieumisdrijf.

           Artikel 10: Informatieplicht. Dit artikel wordt aangepast conform de hogere regelgeving inzake gegevensbescherming en omschreven als volgt:

           De zone onder cameratoezicht krijgt aangepaste signalisatie (pictogrammen) aan de mast zelf én ter hoogte van de invalswegen. De pictogrammen bevatten alle wettelijke verplichte vermeldingen. De personen die het grondgebied van de gemeente betreden worden via deze pictogrammen geïnformeerd dat zij een locatie betreden waar camerabewaking aanwezig is. De pictogrammen bevatten alle wettelijk verplichte mededelingen.

           De betrokkenen kunnen hun rechten tot informatie uitoefenen:

           Via e-mail: privacy@maldegem.be

           Via brief: College van burgemeester en schepenen, Marktstraat 7, 9990 Maldegem

           Artikel 11: Inzagerecht. Dit artikel wordt aangepast conform de hogere regelgeving inzake gegevensbescherming en omschreven als volgt:

           Iedere gefilmde persoon heeft het recht op toegang tot de beelden. Dit recht kan slechts uitgeoefend worden indien de beelden werden opgeslagen en bewaard.

           Wie toegang wenst tot zijn gegevens richt hiertoe een verzoek aan de verwerkingsverantwoordelijke:

           Via e-mail: privacy@maldegem.be

           Via brief: College van burgemeester en schepenen, Marktstraat 7, 9990 Maldegem

           De aanvraag moet vergezeld zijn van voldoende gedetailleerde vermeldingen om de juiste plaats van de gegevens in de opname te kunnen lokaliseren (datum, uur, exacte locatie).

           Bij het ter beschikking stellen van beelden wordt er gewaakt over de privacy van derden die mogelijk zichtbaar zijn op de beelden. De verwerkingsverantwoordelijke zal de belangen van de aanvrager afwegen tegenover de belangen van de veiligheid.

           Artikel 12: Inwerkingtreding- overgangsbepalingen.

           De actualisatie van dit reglement treedt in werking de dag van goedkeuring door de gemeenteraad. De aangifte van de plaatsing en het gebruik van de camerasystemen gebeurt op elektronische wijze via het centraal e-loket voor de aangifte van bewakingscamera’s dat dor de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken ter beschikking wordt gesteld uiterlijk de dag vóór die waarop de camera in gebruik wordt genomen.

Tussenkomsten

        door raadslid Wim Swyngedouw (Anders.)

        door burgemeester Koenraad De Ceuninck (cd&v)

        door schepen Anneke Gobeyn (cd&v)

 

Besluit

 

25 stemmen voor: Danté Basslé, Koenraad De Ceuninck, Annelies Lammertyn, Peter Van Hecke, Marten De Jaeger, Anneke Gobeyn, Valerie Taeldeman, Jason Van Landschoot, Wim Swyngedouw, Nicole Maenhout, Leandra Decuyper, Kiran Van Landschoot, Timothy De Groote, Ineke Hebbrecht, Henk Deprest, Cedric De Smet, Leen Anthuenis, Robin Van Kerschaver, Lut D´Hondt, Dino Lateste, Patrice Timmerman, Emma De Smet, Maxim Vandemoere, Christiaan Verstrynge en Rik Vandenberghe

 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad gaat akkoord met de wijzigingen van het reglement betreffende cameratoezicht op het openbaar domein en keurt het reglement als volgt goed:

 

Reglement cameratoezicht op het openbaar domein

 

Artikel 1: Begripsbepalingen

 

In dit reglement wordt verstaan onder:

1° "wet van 8 december 1992", de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;

2° "camerawet", de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera's;

3° "verantwoordelijke voor de verwerking", degene, die de beslissing neemt tot de plaatsen van het camerasysteem en dit systeem beheert. De gemeente Maldegem is de verantwoordelijke voor de verwerking van de opname en de gemaakte beelden.

4° "verwerker", degene, die de zorg heeft voor de technische verwerking van de gegevens of daarin een aandeel heeft. De gemeente en de korpschef duiden de personen aan die toegang hebben tot het bekijken en mededelen alsook tot de verwerking van de beelden en aan wie de gegevens kunnen worden meegedeeld binnen het kader van de gestelde doelstellingen. De politie zal enkel de beelden bekijken en mogelijk in beslag nemen voor onderzoeken die bij haar gemeld worden. De politie zal niet instaan voor het beheer noch van de hardware noch van de software of de bewaring van de beelden;

5° "Commissie", de Commissie voor de Bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

6° "cameratoezicht", toezicht met behulp van camera- en videotechnieken voor veiligheidsdoeleinden;

7° "verwerking van beelden", elk opnamesysteem, analoog of numeriek, al dan niet onderbroken, met of zonder bewaring van deze opnames, op welke drager dan ook.

8° “verplaatsbare camera”: een PTZ camera die verplaatst kan worden over het hele grondgebied van de gemeente Maldegem onder andere in functie van evenementen en overlast op het openbaar domein.

9° “vaste camera”: een niet- verplaatsbare camera die wordt ingezet op een specifieke plaats voor het voorkomen, vaststellen en opvolgen van overlast, vandalisme en misdrijven, en om het algemeen veiligheidsgevoel te verhogen.

 

Artikel 2: Doel van de verwerking van beelden

De verwerking van beelden omvat volgende doelstellingen:

- voorkomen, vaststellen en bewijzen verzamelen van misdrijven tegen de veiligheid van personen of goederen;

- voorkomen, vaststellen en bewijzen verzamelen van overlast;

- verschaffen van informatie die de politie in staat stelt bedoelde overlast en misdrijven op te sporen en te vervolgen;

- verhogen van de pakkans van de daders van die misdrijven bij de bestrijding van de criminaliteit;

- daders, verstoorders van de openbare orde, getuigen of slachtoffers opsporen en identificeren;

- optimaliseren van de ingezette gemeentelijke preventieve maatregelen in combinatie met politietoezicht;

- het optreden van politie adequaat en goed voorbereid uit te voeren bij interventie n.a.v. ordeverstoringen en in het bijzonder bij geweldsdelicten.

 

Artikel 3: Categorieën van personen opgenomen in de verwerking van beelden

De verwerking van beelden bevat uitsluitend gegevens over bezoekers van de onmiddellijke omgeving van de camera

De verplaatsbare camera kan worden ingezet op het grondgebied van de gemeente Maldegem onder andere bij risicovolle evenementen.

Een vaste camera wordt voorzien op het openbaar domein ter hoogte van Mevr. Courtmanslaan 82, 9990 Maldegem.

 

Er wordt op toegezien dat de bewakingscamera niet specifiek gericht wordt op een plaats waarvoor de verantwoordelijke voor de verwerking niet zelf de gegevens verwerkt, tenzij hij daarvoor expliciet de toestemming heeft van de verantwoordelijke voor de verwerking van de betrokken plaats.

 

Artikel 4: Soorten van gegevens, wijze van verkrijging

De verwerking van beelden bestaat uit beelden van zodanige kwaliteit dat personen te identificeren zijn.

 

De ingezette camera’s kunnen op tweeërlei wijze worden aangewend.

- Enerzijds kunnen zij worden gebruikt voor realtime observatie tijdens evenementen die plaatsvinden op het openbaar domein, met het oog op het handhaven van de openbare orde, het verzekeren van de veiligheid en het preventief optreden tegen verstoringen.

- Anderzijds kunnen de camerabeelden niet-realtime worden geraadpleegd en verwerkt, uitsluitend na een vaststelling of interventie door of aangifte bij de politiediensten, en dit in het kader van opsporing, vaststelling en bewijsvoering van inbreuken of strafbare feiten, conform de geldende wet- en regelgeving.

 

De bewakingscamera's mogen in geen geval beelden opleveren die de intimiteit van een persoon schenden of gericht zijn op het inwinnen van informatie over de filosofische, religieuze, politieke, syndicale gezindheid, etnische of sociale origine, het seksuele leven of de gezondheidstoestand.

 

Elk heimelijk gebruik van bewakingscamera's is verboden.

 

Artikel 5: het beheer, de bewerking en de verwerking van beelden

 

De gezamenlijke verantwoordelijke voor de verwerking van de beelden is de gemeente Maldegem en de politiezone Aalter/Maldegem.

De beelden moeten een watermerk bevatten om de echtheid ervan te garanderen.

De gegevens mogen op geen enkele wijze bewerkt worden.

 

Artikel 6: toegang tot de beelden

De beelden zijn toegankelijk via een cloud based applicatie voorzien door de verwerker:

        Voor de verplaatsbare camera: Telenet Group

        Voor de vaste camera: InbraakVeilig

 

Rechtstreeks toegang tot de beelden hebben uitsluitend en slechts binnen het kader van de hun opgedragen werkzaamheden volgende gemachtigde personen:

- de korpschef van de lokale politie Aalter/Maldegem

- de door de korpschef of gemeente aangewezen (politie)functionarissen

- de verwerker

- de stafmedewerker veiligheid of de door de algemeen directeur aangestelde bevoegde ambtenaar

 

Deze personen hebben een discretieplicht omtrent de persoonsgegevens die de beelden opleveren.

 

De korpschef en de gemeente waken erover dat onbevoegde personen geen toegang hebben tot het systeem.

 

Bij langdurige afwezigheid van de gemachtigde personen of bij hoogdringendheid of noodzaak kan het college van burgemeester en schepenen een vervanger aanduiden.

 

In het geval van een onderzoek naar overlast, kan de gemachtigde persoon de verkregen gegevens doorgeven aan de gemeentelijke ambtenaren/ omgevingsambtenaren voor het opmaken van een proces-verbaal voor een gemeentelijke administratieve sanctie/ milieu-inbreuk of milieumisdrijf.

 

Artikel 7: Verbanden met andere persoonsregistraties

 

Deze verwerking van beelden heeft in principe geen verbanden met andere persoonsregistraties.

De politie kan de gegevens uit de registratie gebruiken als bewijsmateriaal bij een incident vallend onder de cameradoelstelling, vermeld in artikel 2.

 

Artikel 8: Verstrekking aan gemeentelijke en niet-gemeentelijk organisaties

Er worden enkel gegevens verstrekt aan de politie en de gerechtelijke overheden.

 

In het kader van de opmaak van een proces-verbaal voor een gemeentelijke administratieve sanctie/ milieu-inbreuk of milieumisdrijf kunnen ook gegevens worden verstrekt aan de betreffende politiefunctionarissen of de gemeentelijke ambtenaren/ omgevingsambtenaren.

 

Artikel 9: Verwijdering en vernietiging van gegevens

De beelden worden niet langer bijgehouden dan strikt noodzakelijk met een maximum van 1 maand.

 

Alleen in het geval gegevens noodzakelijk zijn voor opsporingsonderzoek van de politie en moeten dienen als bewijsmateriaal tijdens een rechtszitting, indien beelden een bijdrage kunnen leveren tot het bewijzen van een misdrijf, van schade of van overlast of het identificeren van een dader, een verstoorder van de openbare orde, een getuige of een slachtoffer, kunnen gegevens langer bewaard worden.

 

De gegevens worden in dat geval bewaard totdat het opsporingsonderzoek en de gerechtelijke procedure zijn afgerond.

 

Na de gestelde bewaarduur worden de beelden vernietigd.

 

Artikel 10: Informatieplicht

De zone onder cameratoezicht krijgt aangepaste signalisatie (pictogrammen) aan de mast zelf én ter hoogte van de invalswegen. De pictogrammen bevatten alle wettelijke verplichte vermeldingen. De personen die het grondgebied van de gemeente betreden worden via deze pictogrammen geïnformeerd dat zij een locatie betreden waar camerabewaking aanwezig is. De pictogrammen bevatten alle wettelijk verplichte mededelingen.

De betrokkenen kunnen hun rechten tot informatie uitoefenen:

        Via e-mail: privacy@maldegem.be

        Via brief: College van burgemeester en schepenen, Marktstraat 7, 9990 Maldegem

 

Artikel 11: Inzagerecht

Iedere gefilmde persoon heeft het recht op toegang tot de beelden[1]. Dit recht kan slechts uitgeoefend worden indien de beelden werden opgeslagen en bewaard.

Wie toegang wenst tot zijn gegevens richt hiertoe een verzoek aan de verwerkingsverantwoordelijke:

        Via e-mail: privacy@maldegem.be

        Via brief: College van burgemeester en schepenen, Marktstraat 7, 9990 Maldegem

De aanvraag moet vergezeld zijn van voldoende gedetailleerde vermeldingen om de juiste plaats van de gegevens in de opname te kunnen lokaliseren (datum, uur, exacte locatie).

Bij het ter beschikking stellen van beelden wordt er gewaakt over de privacy van derden die mogelijks zichtbaar zijn op de beelden. De verwerkingsverantwoordelijke zal de belangen van de aanvrager afwegen tegenover de belangen van de veiligheid.

 

Artikel 12: Inwerkingtreding - overgangsbepalingen

De actualisatie van dit reglement treedt in werking de dag van goedkeuring door de gemeenteraad.

De aangifte van de plaatsing en het gebruik van de camerasystemen gebeurt op elektronische wijze via het centraal e-loket voor de aangifte van bewakingscamera’s dat dor de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken ter beschikking wordt gesteld uiterlijk de dag vóór die waarop de camera in gebruik wordt genomen.

 

 

Artikel 2:

Van dit besluit en de plaatsen waarop de camerabewaking van toepassing kan zijn, zal melding gedaan worden via het centraal e-loket voor de aangifte van bewakingscamera’s dat dor de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken.

 

 


[1] Artikel 12 van de wet van 21 maart 2007 tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s gewijzigd door de wet van 21 maart 2018  en artikel 10 & 12 van de Privacywet

Publicatiedatum: 13/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 02 2026

 

OPENBARE ZITTING

 

 

13.  WIJZIGING VAN HET ALGEMEEN POLITIEREGLEMENT MALDEGEM N.A.V. WIJZIGING VAN HET KONINKLIJK BESLUIT VAN 9 MAART 2014 OVER DE GEMEENTELIJKE ADMINISTRATIEVE SANCTIES VOOR DE OVERTREDINGEN BETREFFENDE HET STILSTAAN EN PARKEREN EN VOOR DE OVERTREDINGEN BETREFFENDE DE VERKEERSBORDEN C3 EN F103

 

Juridische gronden

          Artikel 28 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat dit punt in openbare zitting behandeld wordt.

          Artikel 40 § 3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt.

          De wet van 19 juli 2018 tot wijziging van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties wat de verkeersinbreuken betreft die het voorwerp kunnen uitmaken van gemeentelijke en administratieve sancties;

          De wet van 11 december 2023 tot wijziging van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, van de Nieuwe Gemeentewet en van de wet van 15 mei 2007 tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet.

          Het koninklijk besluit van 14 januari 2026 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.

          Algemeen Politiereglement Maldegem vastgesteld door de gemeenteraad op 18 december 2014, zoals laatst gewijzigd door de gemeenteraad op 25 september 2025.

 

Feiten en argumentatie

      Op 14 januari 2026 werden de aanpassingen goedgekeurd van het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014, betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen, goedgekeurd.

      De wijzigingen opgenomen in dit besluit treden in werking op 1 maart 2026 en dienen zo snel mogelijk doorgevoerd te worden in het lokale politiereglement zodat de verbalisanten hiermee aan de slag kunnen gaan en de GAS-procedures correct opgestart worden.

      Het aanpassen van het reglement aan deze nieuwe regelgeving past binnen beleidsdoelstelling M-02: We zorgen voor een veilig Maldegem, gedragen door nabije en alerte hulp- en veiligheidsdiensten uit het meerjarenplan. Iedereen moet zich veilig voelen in Maldegem: thuis, op straat, onderweg en tijdens evenementen. Veiligheid is en blijft één van onze topprioriteiten. Daarom zetten we de komende jaren sterk in op nabijheid, preventie en samenwerking met hulp- en veiligheidsdiensten. Onder deze doelstelling valt het actieplan: We pakken overlast en verkeersonveiligheid aan met ANPR-camera’s, bewakingscamera’s en trajectcontroles. GAS-boetes en snelheidsremmende maatregelen zorgen voor een doortastende handhaving en maken onze dorpen leefbaarder en veiliger. 

      Zowel het opschrift van het Koninklijk Besluit als enkele artikelen werden aangepast.

      Aangezien het politiereglement steeds een vermelding maakt van het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen, dient het politiereglement aangepast te worden zodat de correcte benaming van het Koninklijk Besluit in het politiereglement staat.

      Het nieuwe opschrift luidt als volgt: Koninklijk Besluit betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

      Dit impliceert dat deze benaming op verschillende plaatsen in het APR dient gewijzigd te worden namelijk in artikel 137, artikel 138 en artikel 139.

      Binnen artikel 137 dienen verwijzingen naar de Wegcode te worden aangepast:

      Artikel 23.1, 2° van de Wegcode werd veranderd:

      Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:

      - Buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;

      - Indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;

      - Indien de berm niet breed genoeg is, moet het geparkeerd voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;

      - Indien er geen bruikbare berm is, moet het geparkeerd voertuig op de rijbaan opgesteld worden;

      - Indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op:

      ° de zijdelingse strook

      ° de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.

      - Indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden op:

       ° de zijdelingse strook of

       ° de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is

      De vetgedrukte stukken zijn toegevoegd in dit artikel. Indien het bestuur wenst dat er op deze toevoeging ook geverbaliseerd wordt, dient dit mee opgenomen te worden in het politiereglement.

      Artikel 23.3 van de Wegcode werd veranderd:

      Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op de plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in de artikelen 70.2.1, 3°, f en 77.5, tweede lid van voormeld koninklijk besluit. De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerstroken opgesteld worden.

      Het vetgedrukte stuk werd toegevoegd. Indien het bestuur wenst dat er op deze toevoeging ook geverbaliseerd wordt, dient dit mee opgenomen te worden in het politiereglement.

      Artikel 24, eerste lid, 2°, 4° en 7° tot 11° van de Wegcode werd veranderd:

      Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:

       op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;

       op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;

       in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;

       op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke reglementering;

       op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 meter bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;

       op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 meter bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;

       op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.

      Het vetgedrukte werd toegevoegd/veranderd. Indien het bestuur wenst dat er op deze toevoeging ook geverbaliseerd moet worden, dient dit mee opgenomen te worden in het politiereglement.

      De overtreding betreffende de verhoogde inrichting stond voordien in het artikel 22ter.1, 3°. Dit artikel is sedert enkele jaren reeds geschrapt uit de Wegcode, dus dit mag uit het politiereglement gehaald worden.

      Artikel 25.1 van de Wegcode werd veranderd:

      Het is verboden een voertuig te parkeren:

      1° op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;

      2° op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;

      3° voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;

      5° op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;

      8° buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;

      9° op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;

      10° op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;

      11° op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;

      12°  op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;

      13° buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middenberm die deze rijbanen scheidt;

      15° op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

      Het vetgedrukte stuk (15°) werd toegevoegd. Indien het bestuur wenst dat er op deze toevoeging ook geverbaliseerd moet worden, dient dit mee opgenomen te worden in het politiereglement.

      Artikel 77.5, eerste lid van de Wegcode werd veranderd:

      Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen, moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

      Dit artikel is volledig veranderd. Indien het bestuur wenst dat er op dit feit nog steeds geverbaliseerd kan worden, dient dit mee aangepast te worden in het politiereglement.

      In artikel 68.3 van de Wegcode wordt er een zin geschrapt:

      Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3 wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.

      Het nieuwe artikel is dus: Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3.

      Indien het bestuur wenst dat verbalisanten hierop zouden kunnen verbaliseren door eigen vaststellingen (en dus zonder automatisch werkende toestellen), dient dit aangepast te worden in het politiereglement.

      In artikel 71 van de Wegcode wordt er een zin geschrapt:

      Het niet in acht nemen van het verkeersbord F103 wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen.

      Het nieuwe artikel is dus: Het niet in acht nemen van het verkeersbord F103.

      Indien het bestuur wenst dat verbalisanten hierop zouden kunnen verbaliseren door eigen vaststellingen (en dus zonder automatisch werkende toestellen), dient dit aangepast te worden in het politiereglement.

      Artikel 71.2 wordt toegevoegd aan het KB:

      Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.

      Indien het bestuur wenst dat er op deze toevoeging ook geverbaliseerd wordt, dient dit mee opgenomen te worden in het politiereglement.

 

      De in artikel 4 §4 opgenomen verwijzingen naar de verkeersinbreuken van het KB van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg worden gewijzigd naar aanleiding van bovenstaande wijzigingen van het KB.

      Artikel 144 wordt gewijzigd ter verduidelijking dat er twee protocolakkoorden zijn afgesloten met de Procureur des Konings, met name betreffende gemengde inbreuken verkeer en niet-verkeer.

      Bovenstaande wijzigingen dienen voorgelegd te worden aan de gemeenteraad.

      Naar aanleiding van deze wijzigingen van het KB van 9 maart 2014 zal ook het protocolakkoord verkeer met het parket Oost-Vlaanderen worden gewijzigd. De wijziging van het protocolakkoord verkeer zal eerst goedgekeurd worden door het college en daarna bekrachtigd worden door de gemeenteraad.

 

Besluit

 

25 stemmen voor: Danté Basslé, Koenraad De Ceuninck, Annelies Lammertyn, Peter Van Hecke, Marten De Jaeger, Anneke Gobeyn, Valerie Taeldeman, Jason Van Landschoot, Wim Swyngedouw, Nicole Maenhout, Leandra Decuyper, Kiran Van Landschoot, Timothy De Groote, Ineke Hebbrecht, Henk Deprest, Cedric De Smet, Leen Anthuenis, Robin Van Kerschaver, Lut D´Hondt, Dino Lateste, Patrice Timmerman, Emma De Smet, Maxim Vandemoere, Christiaan Verstrynge en Rik Vandenberghe

 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad stelt het gewijzigde algemene politiereglement als volgt vast:

Algemeen Politiereglement Maldegem:

 

AFDELING 1: Toepassingsgebied

Artikel 1

Dit reglement is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Maldegem en op iedereen die zich op dit grondgebied bevindt, ongeacht zijn woonplaats of nationaliteit.

Artikel 2

Zijn in overtreding met dit reglement, diegenen die weigeren gevolg te geven aan de aanmaningen van bevoegde personen teneinde inbreuken op dit reglement te doen ophouden of om inbreuken te voorkomen.

Artikel 3

Wanneer in betreffend reglement sprake is van vergunningen en/of toelatingen dienen de erin vervatte voorwaarden, modaliteiten en verplichtingen strikt nageleefd te worden. 

 

AFDELING 2: Soorten inbreuken

Artikel 4

§1. Inbreuken die uitsluitend met een gemeentelijke administratieve sanctie kunnen worden gesanctioneerd, opgenomen in de gemeentelijke reglementen als vormen van lokale overlast met inbegrip van de gedepenaliseerde inbreuken van boek II, titel X van het strafwetboek en gedepenaliseerde inbreuken van de besluitwet van 29 december 1945 houdende verbod tot het aanbrengen van opschriften op de openbare weg. Deze inbreuken kunnen uitsluitend bestraft worden met gemeentelijke administratieve sancties (GAS).

§2. Lichte gemengde inbreuken vervat in onderstaande artikelen van het strafwetboek (Sw) waarvan de gedragingen zijn opgenomen als vormen van lokale overlast in de verordeningen en reglementen van de gemeenteraad:

- artikel 461 Sw: het bedrieglijk wegnemen van een zaak;

- artikel 463 Sw: eenvoudige diefstal;

- artikel 526 Sw: vernielen of beschadigen van grafstenen, monumenten, standbeelden,

- kunstvoorwerpen;

- artikel 534 bis Sw: aanbrengen van graffiti op roerende of onroerende goederen;

- artikel 534 ter Sw: beschadigen van onroerende goederen;

- artikel 537 Sw: kwaadwillig omhakken van bomen;

- artikel 545 Sw: vernielen van afsluitingen, hagen, enz.;

- artikel 559, 1° Sw: beschadigen van roerende goederen;

- artikel 561, 1° Sw: nachtlawaai;

- artikel 563, 2° Sw: beschadigen van landelijke of stedelijke afsluitingen;

- artikel 563, 3° Sw: feitelijkheden of lichte gewelddaden;

- artikel 563 bis Sw: zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat men niet herkenbaar is.

Deze gedragingen kunnen worden bestraft met een straf voorzien in het strafwetboek of met een gemeentelijke administratieve sanctie. Inbreuken begaan door minderjarigen zullen (conform het protocolakkoord niet-verkeer) uitsluitend op niveau van het parket worden behandeld.

§3. Zware gemengde inbreuken vervat in onderstaande artikelen van het strafwetboek waarvan de gedragingen zijn opgenomen als vormen van lokale overlast in de verordeningen en reglementen van de gemeenteraad:

- artikel 398 Sw: opzettelijk verwondingen of slagen toebrengen;

- artikel 521.3° Sw: gehele of gedeeltelijke vernieling of onbruikbaarmaking, met het oogmerk om te schaden, van rijtuigen, wagons en motorvoertuigen.

Deze gedragingen kunnen worden bestraft met een straf voorzien in het strafwetboek of een gemeentelijke administratieve sanctie. Inbreuken begaan door minderjarigen zullen (conform het protocolakkoord niet-verkeer) uitsluitend op niveau van het parket worden behandeld.

§4. De verkeersinbreuken vervat in  de onderstaande artikelen van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg:

 Overtredingen van de eerste categorie:

- artikel 22 bis, 4°, a)

- artikel 22 sexies, 1 en 2

- artikel 23.1, 1°

- artikel 23.1, 2°

- artikel 23.1, 2, eerste lid, 1°, 2° en 3° en tweede lid

- artikel 23.3

- artikel 23.4

- artikel 24, eerste lid, 2°, 4° en 7°, 8°, 9°, 10° en 11°

- artikel 25.1, 1°, 2°, 3°, 5°, 8°, 9°, 10°, 11°, 12°, 13° en 15°

- artikel 27.1.3

- artikel 27.5.1, 5.2.2 en 5.3.

- artikel 27bis

- artikel 68.3

- artikel 71

- artikel 70.2.1

- artikel 70.3

- artikel 71.2

- artikel 77.4

- artikel 77.5

- artikel 77.8

 Overtredingen van de tweede categorie:

- artikel 24 lid 1, 1°, 2°, 4°, 5° en 6°

- artikel 25.1, 4°, 6° en 7°

- artikel 25.1.14°

Het K.B. van 9 maart 2014 (B.S. 20 juni 14) bepaalt in artikel 1 dat de gemeenteraad in zijn besluiten of verordeningen kan voorzien in een administratieve sanctie voor de overtredingen van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, die in artikel 2 van het K.B. van 9 maart 2014 worden opgesomd en die begaan worden door meerderjarige natuurlijke personen of door rechtspersonen. Inbreuken begaan door minderjarigen zullen bijgevolg uitsluitend op het niveau van het parket worden behandeld.

 

AFDELING 3: Vaststelling

Artikel 5

De politie is bevoegd voor de vaststelling van alle overtredingen vervat in dit algemeen politiereglement.

Inbreuken die uitsluitend bestraft worden met een administratieve sanctie kunnen eveneens vastgesteld worden door ambtenaren zoals bepaald in artikel 21 van de wet van 24 juni 2013.

Elke overtreding die aanleiding kan geven tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie dient te worden vastgesteld door middel van een proces-verbaal of een bestuurlijk verslag. 

Indien het proces-verbaal of het bestuurlijk verslag onvoldoende gegevens zou bevatten, kan de aangewezen sanctionerend ambtenaar de politiediensten of de bevoegde gemeentelijke ambtenaar verzoeken die gegevens, eventueel na bijkomend onderzoek, nog toe te voegen aan het dossier.

 

AFDELING 4: Sancties

Artikel 6

§1. De gemeentelijke administratieve sanctie wordt proportioneel vastgesteld in functie van de feiten die haar verantwoorden en in functie van eventuele herhaling. In het geval van gemengde inbreuken die zowel strafrechtelijk als administratiefrechtelijk kunnen worden bestraft, kunnen nooit tezelfdertijd een strafsanctie en een gemeentelijke administratieve sanctie worden opgelegd, maar slechts één van beide.

§2. Na het verstrijken van de wettelijk voorziene termijn kan geen gemeentelijke administratieve sanctie meer worden opgelegd. Deze termijn bedraagt 6 maanden en neemt een aanvang op het moment van de vaststelling. Ingeval in een dossier een GAS-bemiddelingsaanbod gebeurt, bedraagt deze termijn 12 maanden. Als er een GAS-bemiddeling plaatsvindt waarbij in het akkoord bepaalde termijnen worden afgesproken, dan geldt een afwijkende regeling: op verzoek van de bemiddelaar moet de sanctionerend ambtenaar zijn beslissing nemen en meedelen aan de betrokkene binnen 15 maanden na de vaststelling van de feiten.

§3. De vaststelling van meerdere samenlopende inbreuken op dezelfde reglementen of verordeningen zal worden bestraft met één enkele administratieve geldboete, in verhouding tot de ernst van de feiten zonder dat het bedrag van de geldboete het wettelijk maximum toegelaten bedrag van 500 euro voor meerderjarigen of 175 euro voor minderjarigen mag overschrijden.

§4. De schorsing, intrekking en/of de sluiting worden opgelegd door het College van Burgemeester en Schepenen nadat de overtreder een voorafgaande verwittiging heeft gekregen en volgens de procedure beschreven in dit hoofdstuk.

Artikel 6/1

De gemeentelijke administratieve sancties kunnen opgelegd worden aan natuurlijke personen vanaf de minimumleeftijd van zestien jaar en aan rechtspersonen.

Artikel 7- Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014

Artikel 8- Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014

 

AFDELING 5: Sanctionerend ambtenaar en Procedure

Artikel 9 – sanctionerend ambtenaar

Het gemeentebestuur zal beroep doen op de provinciale ambtenaren als aangewezen ambtenaar. (Beslissing gemeenteraad d.d. 23/01/08).

Artikel 9/1 – opstarten van de procedure

§1. Wanneer een inbreuk enkel met een gemeentelijke administratieve sanctie kan worden bestraft, wordt het proces-verbaal of het bestuurlijk verslag uiterlijk binnen 2 maanden na de vaststelling verstuurd aan de sanctionerend ambtenaar.

§2. Voor de lichte gemengde inbreuken moet het origineel van het proces-verbaal uiterlijk binnen de twee maanden na de vaststelling door de lokale politie worden overgemaakt aan de procureur des Konings. De politieambtenaar of agent van politie vermeldt op het proces-verbaal uitdrukkelijk de datum waarop het werd toegestuurd aan of ter hand werd gesteld van de procureur des Konings. Gelijktijdig wordt een afschrift van het proces-verbaal bezorgd aan de sanctionerend ambtenaar.

De sanctionerend ambtenaar kan onmiddellijk de procedure opstarten zoals vermeld onder §4, ofwel de mededeling van de procureur des Konings of het verstrijken van de termijn waarbinnen de procureur des Konings de mededeling kan doen, afwachten.

§3. Voor de zware gemengde inbreuken gelden dezelfde voorschriften als voor de lichte gemengde inbreuken zoals vermeld in § 2. De sanctionerend ambtenaar moet echter wachten op de mededeling van de procureur des Konings dat het aangewezen lijkt een administratieve geldboete op te leggen, alvorens hij/zij de procedure tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie opstart.

§4. Wanneer de procedure tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie wordt opgestart, wordt het volgende door middel van een aangetekende brief meegedeeld:

- de feiten en hun kwalificatie;

- dat de overtreder de mogelijkheid heeft om binnen de 15 dagen na de datum van kennisgeving zijn verweermiddelen door middel van een aangetekend schrijven uiteen te zetten, en hij/zij bij die gelegenheid het recht heeft om aan de sanctionerend ambtenaar te vragen om zijn verweer mondeling uiteen te zetten;

- dat de overtreder het recht heeft om zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman;

- dat de overtreder het recht heeft om zijn dossier te raadplegen.

Een kopie van het proces-verbaal of van het bestuurlijk verslag wordt als bijlage bij de brief gevoegd.

Indien de overtreder een minderjarige betreft, wordt tevens iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige ingelicht door middel van een aangetekend schrijven evenals de stafhouder van de orde van advocaten met het oog op het ter beschikking stellen van een raadsman aan de minderjarige.

Artikel 9/2 - verweermiddelen

De overtreder kan bij aangetekende brief een verweerschrift indienen bij de sanctionerend ambtenaar met een eventueel verzoek tot mondelinge verdediging van zijn zaak, uiterlijk de vijftiende dag na de datum van de kennisgeving.

Het recht op een mondeling verweer is niet van toepassing indien de geldboete die kan worden opgelegd niet hoger is dan 70 euro.

De sanctionerend ambtenaar bepaalt de dag waarop de overtreder wordt uitgenodigd om de mondelinge verdediging van zijn zaak voor te dragen.

Van de hoorzitting wordt een verslag opgemaakt dat door de overtreder wordt ondertekend.

Artikel 9/3 – GAS-bemiddeling

In navolging van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en het Koninklijk besluit houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in kader van de Wet betreffende de Gemeentelijke Administratieve Sancties, wordt er samengewerkt met de stad Gent voor de toepassing van de GAS-bemiddeling voor meerderjarigen en minderjarigen.

Een toepassing van een herstelprestatie in het kader van GAS-bemiddeling kan zijn, een onbetaalde prestatie onder toezicht van de gemeente of van een door de gemeente aangewezen bevoegde rechtspersoon en uitgevoerd ten behoeve van een gemeenschapsdienst of een publiekrechtelijke rechtspersoon, een stichting of een vereniging zonder winstgevend oogmerk die door de gemeente wordt aangewezen.

De GAS-bemiddelingsprocedure kan pas worden aangevat  indien de overtreder hiermee instemt en deze instemming meedeelt aan de sanctionerend ambtenaar of de bemiddelaar.

Indien het dossier voor GAS-bemiddeling wordt doorverwezen en de overtreder de bemiddeling weigert of de bemiddeling niet succesvol verloopt, dient het slachtoffer door de sanctionerend ambtenaar ingelicht te worden over de mogelijkheden om zijn rechten langs de burgerrechtelijke weg te doen gelden.

Artikel 9/4- Kennisgeving beslissing sanctionerend ambtenaar

De sanctionerend ambtenaar brengt zijn beslissing tot het opleggen van een administratieve sanctie bij aangetekende brief ter kennis van de overtreder. Indien de overtreder een minderjarige betreft, wordt tevens een afschrift van de beslissing per aangetekend schrijven aan iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige, evenals aan de raadsman van de minderjarige toegestuurd.

In deze brief worden de rechtsmiddelen vermeld. De sanctionerend ambtenaar kan een afschrift van zijn beslissing versturen naar elke belanghebbende partij die voorafgaandelijk hiertoe een schriftelijk en gemotiveerd verzoek heeft ingediend.

Artikel 9/5- Rechtsmiddelen

§1. De meerderjarige overtreder kan binnen een termijn van één maand vanaf de kennisgeving van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar, bij de politierechtbank bij verzoekschrift hoger beroep instellen tegen de beslissing van de sanctionerend ambtenaar.

De politierechter beoordeelt de wettigheid en de proportionaliteit van de opgelegde sanctie. Hij/zij kan de beslissing van de sanctionerend ambtenaar hetzij bevestigen, hetzij herzien. De politierechter doet, in het kader van een openbaar debat met uiteenzetting door alle partijen, uitspraak in eerste en laatste aanleg. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open. Wel is cassatieberoep als buiten-gewoon rechtsmiddel mogelijk.

§2. De minderjarige overtreder kan binnen een termijn van één maand vanaf de kennisgeving van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar via een kosteloos verzoek bij de jeugdrechtbank hoger beroep instellen tegen de beslissing van de sanctionerend ambtenaar. Het beroep kan eveneens worden ingesteld door iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige. De jeugdrechtbank blijft bevoegd indien de overtreder meerderjarig is op het ogenblik van de uitspraak.

De jeugdrechtbank kan in de plaats van een administratieve geldboete een maatregel van bewaring, behoeding of opvoeding opleggen bepaald bij artikel 37 van de Wet van 19 juli 2013 tot wijziging van de Wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. In dit geval is artikel 60 van dezelfde wet van toepassing.

De beslissing van de jeugdrechter is niet vatbaar voor hoger beroep.

Wanneer de jeugdrechtbank echter beslist om de gemeentelijke administratieve sanctie te vervangen door een maatregel van bewaring, behoeding of opvoeding zoals bedoeld in artikel 37 van voormelde wet, is de beslissing wel vatbaar voor hoger beroep. In dit geval zijn de procedures bedoeld in voormelde wet van toepassing.

Artikel 9/6- Uitvoerbaarheid van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar

De beslissing van de sanctionerend ambtenaar heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van een termijn van één maand vanaf haar kennisgeving, behoudens wanneer hoger beroep wordt ingesteld.

Artikel 9/7 - Inning van de geldboete

§1. De administratieve geldboetes worden geïnd ten voordele van de gemeente.

§2. De beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van één maand vanaf de dag van de kennisgeving, behoudens wanneer hoger beroep wordt aangetekend overeenkomstig artikel 31 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

Artikel 9/8- Onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete

Personeelsleden van het operationele kader van de federale en lokale politie kunnen, onder de voorwaarden bepaald in hoofdstuk 5 van de wet van 24 juni 2013, voor natuurlijke personen die noch een woonplaats, noch een vaste verblijfplaats in België hebben, gebruikmaken van een onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete.

Artikel 9/9- Verjaring van de geldboete

De administratieve geldboetes verjaren na 5 jaar te rekenen vanaf de datum waarop ze betaald moeten worden. Die termijn kan gestuit worden, hetzij zoals voorzien bij de artikelen 2244 en volgende van het burgerlijk wetboek, hetzij door een afstand van de verkregen verjaring.

Artikel 9/10 - Procedure voor het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie door het college van burgemeester en schepenen

§1. De sanctionerend ambtenaar ontvangt het proces-verbaal of het bestuurlijk verslag en stuurt dit door naar het college van burgemeester en schepenen in het geval de inbreuk betrekking heeft op een toelating of vergunning afgeleverd door het gemeentebestuur of betrekking heeft op een andere inbreuk die een vorm van overlast uitmaakt en die kan leiden tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie door het college van burgemeester en schepenen.

§2. Het college van burgemeester en schepenen kan slechts een sanctie opleggen nadat de overtreder met aangetekende brief een voorafgaande verwittiging heeft ontvangen.

Deze verwittiging bevat een uittreksel van het overtreden reglement of van de overtreden verordening. De verwittiging vermeldt verder dat wanneer de inbreuk wordt gehandhaafd of bij een volgende inbreuk, het college van burgemeester en schepenen, naargelang het geval, één van volgende gemeentelijke administratieve sancties zal opleggen: de administratieve schorsing of intrekking van een toelating of vergunning of de tijdelijke of definitieve sluiting van de instelling.

§3. In het geval na de voorafgaande schriftelijke verwittiging vaststaat op grond van een proces-verbaal of het bestuurlijk verslag, dat de inbreuk blijft bestaan of dat er een volgende zelfde inbreuk is, stuurt de sanctionerend ambtenaar een aangetekende brief aan de overtreder waarin hij/zij de feiten meedeelt die aanleiding geven tot het opstarten van de procedure met een afschrift van het proces-verbaal of het bestuurlijk verslag. Tevens wordt meegedeeld dat het college van burgemeester en schepenen een gemeentelijke administratieve sanctie zal opleggen en dat betrokkene binnen een termijn van 15 dagen na ontvangst van de aangetekende brief schriftelijk zijn verweermiddelen kan indienen met een eventueel verzoek tot mondelinge verdediging van zijn zaak voor het college van burgemeester en schepenen en dat hij/zij het recht heeft zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman. Betrokkene heeft het recht zijn dossier in te zien. De hoorzitting wordt gehouden door het college van burgemeester en schepenen.

§4. Bij het bepalen van de sanctie houdt het college van burgemeester en schepenen rekening met de ernst van de inbreuk.

§5. De kennisgeving van de gemeentelijke administratieve sanctie opgelegd door het college van burgemeester en schepenen wordt ondertekend door de burgemeester en medeondertekend door de algemeen directeur en wordt bij aangetekende brief verstuurd naar de overtreder. Bij de kennisgeving worden de rechtsmiddelen en termijnen vermeld.

§6. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie kan een beroep tot schorsing of nietigverklaring worden ingesteld bij de Raad van State.

 

AFDELING 6: Opheffing politiereglementen

Artikel 10

Worden expliciet opgeheven op de dag van de inwerkingtreding van huidige reglement:

- politiereglement op het rein houden van de gemeente d.d. 29/10/1980;

- politiereglement op de bescherming van dieren d.d. 29/10/1980;

- politiereglement betreffende luidsprekers op de openbare weg d.d. 25/03/1981;

- politiereglement op het afvuren van vreugdeschoten d.d. 19/10/1982;

- politiereglement op het uitvliegen van duiven tijdens het vluchtseizoen d.d. 26/04/1989;

- politieverordening betreft het voederen van duiven op de openbare weg d.d. 28/03/1990;

- politieverordening op het snoeien van planten langs de openbare weg d.d. 27/11/1991;

- politiereglement aangaande het voeren van verkiezingspropaganda d.d. 10/03/1999;

- politiereglement op woonwagenbewoners d.d. 17/03/2004;

- politiereglement aangaande het aanbrengen van huisnummers in de gemeente Maldegem d.d.

            22/01/2003;

- politiereglement betreffende gemeentelijke begraafplaatsen d.d. 26/03/2003.

Bepalingen van het huidig politiereglement gaan boven eender welke bepaling van enig vroeger gemeentelijk politiereglement zelfs al werd dit nu, of eerder, niet expliciet opgegeven.

 

HOOFDSTUK 2

OPENBARE RUST, VEILIGHEID EN OVERLAST

 

AFDELING 1: Definities

Artikel 11– Openbare plaats

§1. Voor de toepassing van onderhavig reglement, verstaat men onder «openbare plaats» :

 de openbare weg, te weten de wegen en doorgangen die in hoofdorde bestemd zijn voor alle verkeer van personen en voertuigen, met inbegrip van de bermen, voetpaden en de ruimten aangelegd als aanhorigheden van de verkeerswegen en voornamelijk bestemd voor het parkeren van voertuigen. De berm is de ruimte of het gedeelte van de weg dat niet in de rijweg begrepen is.

 de parken, openbare tuinen, pleinen en speelterreinen en alle stukken van de openbare plaats, buiten de openbare weg, die open staan voor het verkeer van personen en in hoofdorde bestemd zijn voor wandelen en ontspanning.

§2. Onder een «voor het publiek toegankelijke plaats» verstaat men in onderhavig reglement elke plaats waar andere personen dan de beheerder en de personen die er werkzaam zijn toegang hebben ofwel omdat ze geacht worden gewoonlijk toegang te hebben tot die plaats, ofwel omdat ze er toegelaten zijn zonder individueel te zijn uitgenodigd.

Artikel 12- Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.

Artikel 13 – Openbaar evenement

Elke tijdelijke bijeenkomst waaraan iedereen kan deelnemen. Dit kan zowel op een openbare plaats, de openbare weg, een privélocatie of een combinatie hiervan zijn. Dit kan zowel gebeuren in openlucht (d.i. ook tent) als in een overdekte plaats, al dan niet mits betalen van toegangsgeld.

 

AFDELING 2: Evenementen

Onderafdeling 1: Openbare evenementen in open lucht

Artikel 14

Behoudens voorafgaande schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepenen is het organiseren van ieder openbaar evenement in open lucht, verboden.

Indien de organisatoren niet gekend zijn en niet kunnen geïdentificeerd worden en geen vergunning verleend werd door de het college van burgemeester en schepenen, kan een administratieve sanctie opgelegd worden aan alle deelnemers.

Artikel 15

De vergunning voor een openbaar evenement, in open lucht zal schriftelijk, 6 weken op voorhand, aangevraagd worden, tenzij de situatie een kortere termijn vereist wegens overmacht. Deze aanvraag wordt gericht aan het college van burgemeester en schepenen door middel van de volledig ingevulde "evenementenaanvraag".

Artikel 16

Indien het noodzakelijk is om een aantal zaken te bevragen of te verduidelijken, kan bijkomend een coördinatievergadering georganiseerd worden met alle betrokkenen. Dit kan zowel op vraag van het lokaal bestuur Maldegem als van de organisator en gebeurt vóór de definitieve beoordeling van de aanvraag.

Op deze coördinatievergadering zullen naast de organisator alle andere betrokken partners aanwezig zijn.

De gemaakte afspraken worden geformaliseerd in een verslag.

Artikel 17

De organisator heeft de plicht al het mogelijke te doen opdat het ordelijk verloop van het evenement gehandhaafd kan blijven, inzonderheid dient hij/zij zich te houden aan afspraken die gemaakt zijn met het gemeentebestuur.

Artikel 18

Elke persoon die deelneemt aan een openbaar evenement dient zich te gedragen naar de bevelen van de plaatselijke politie die tot doel hebben de veiligheid of het gemak van doorgang te vrijwaren of te herstellen.

Artikel 19

Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 25 september 2025.

Artikel 20

Het is verboden, op enige wijze, een openbaar evenement die voorafgaandelijk werd vergund en die op de openbare plaats wordt georganiseerd, te onderbreken of op enige wijze te storen.

 

Onderafdeling 2: Openbare evenementen in een niet ingedeelde inrichting

Artikel 21

Het organiseren van een openbaar evenement in een niet – ingedeelde inrichting dient 3 weken op voorhand gemeld te worden aan het college van burgemeester en schepenen.

 

Onderafdeling 3: Evenementen in een gemeentelijke zaal/infrastructuur

Artikel 22

Behoudens voorafgaande schriftelijke toelating of vergunning van het college van burgemeester en schepenen is het organiseren van een openbaar of privatief evenement in een gemeentelijke zaal/infrastructuur verboden.

Indien de organisatoren niet gekend zijn en niet kunnen geïdentificeerd worden en geen toelating verleend werd door het college van burgemeester en schepenen, kan een administratieve sanctie opgelegd worden aan alle deelnemers.

Artikel 23

De vergunning voor een openbaar evenement, in een gemeentelijke zaal/infrastructuur zal schriftelijk, 6 weken op voorhand, aangevraagd worden, tenzij de situatie een kortere termijn vereist wegens overmacht. Deze aanvraag wordt gericht aan het college van burgemeester en schepenen door middel van de volledig ingevulde "evenementenaanvraag".

Artikel 24

Indien het noodzakelijk is om een aantal zaken te bevragen of te verduidelijken, kan bijkomend een coördinatievergadering georganiseerd worden met alle betrokkenen. Dit kan zowel op vraag van het lokaal bestuur Maldegem als van de organisator en gebeurt vóór de definitieve beoordeling van de aanvraag.

Op deze coördinatievergadering zullen naast de organisator alle andere betrokken partners aanwezig zijn.

De gemaakte afspraken worden geformaliseerd in een verslag.

Artikel 25

De organisator heeft de plicht al het mogelijke te doen opdat het ordelijk verloop van het evenement gehandhaafd kan blijven, inzonderheid dient hij/zij zich te houden aan afspraken die gemaakt zijn met het gemeentebestuur.

Artikel 26

Elke persoon die deelneemt aan een openbaar evenement dient zich te gedragen naar de bevelen van de plaatselijke politie die tot doel hebben de veiligheid of het gemak van doorgang te vrijwaren of te herstellen.

Artikel 27

Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 25 september 2025.

Artikel 28

Het is verboden, op enige wijze, een openbaar evenement in een gemeentelijke zaal/infrastructuur die voorafgaandelijk werd vergund en die op de openbare plaats wordt georganiseerd, te onderbreken of op enige wijze te storen.

 

AFDELING 3: Veiligheid en doorgang op de openbare plaats

Onderafdeling 1: Algemene bepaling

Artikel 29– Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.

Onderafdeling 2: Hinderlijke en gevaarlijke voorwerpen

Artikel 30 – Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.

Artikel 31

De huurder of eigenaar van een gebouw mag de kelderingangen die wegens gedoogzaamheid in de voetpaden bestaan enkel openen gedurende de tijd dat hun opening nodig is voor het laden en het lossen.

Onderafdeling 3: Reinheid van de openbare plaats

Artikel 32

De hoofdbewoner, hoofdgebruiker, de bewoner van de benedenverdieping en, bij ontstentenis van deze, de eigenaar van ieder gebouw of ander onroerend goed moet instaan voor de reinheid van de aangelegde berm, het voetpad en de goot voor de eigendom dat hij/zij gebruikt of bewoont.

Is het een appartementsgebouw, dan berusten deze verplichtingen op degenen die op het gelijkvloers woonachtig zijn, of op de eerste verdieping, indien het gelijkvloers onbewoond is, tenzij het reglement van inwendige orde een andere verantwoordelijke daartoe heeft aangeduid.

Het is verboden op alle openbare plaatsen biociden te gebruiken.

Artikel 33

De huurder en desgevallend de eigenaar van een stuk grond palend aan een voetpad of verhoogde berm deel uitmakend van de openbare weg is verplicht dit voetpad of deze verhoogde berm te onderhouden, zodanig dat de voetgangers op geen enkele wijze gehinderd worden zelfs niet door onkruid of gewassen op dit voetpad of verhoogde berm.

Artikel 33/1

Een uitzondering wordt gemaakt voor eigenaars en huurders die een geveltuin willen aanleggen na verkrijgen van een vergunning via de dienst Infrastructuur. Zij moeten het aangelegde groen zodanig onderhouden dat het geen hinder of gevaar oplevert, zoals vermeld in het Reglement Geveltuinen. Het Lokaal Bestuur Maldegem kan, na eerste verwittiging, het gevelgroen wegnemen en de openbare weg in zijn oorspronkelijke staat herstellen op kosten van de eigenaar.

Artikel 34

Werkzaamheden die stof of afval op de openbare plaats of de omringende eigendommen kunnen verspreiden mogen pas aangevat worden nadat er schermen aangebracht zijn.

Iedereen die, op om het even welke wijze, de openbare plaats heeft bevuild of laten bevuilen moet er voor zorgen dat deze onverwijld opnieuw gereinigd wordt.

Bij niet naleving zal mits aanmaning het reinigen ambtshalve en op kosten van de bevuiler en indien deze laatste niet gekend, de eigenaar, gebeuren.

Het is verboden afval, dat zich al dan niet op de straat bevindt, in de rioolroosters, in waterlopen of in de kunstmatige afvoerwegen voor hemelwater te brengen, zodat de goede werking ervan zou kunnen belemmerd of in gevaar gebracht worden.

 

Onderafdeling 4: Bestrijding van sneeuw en ijs en het betreden van ijs

Artikel 35

Het is verboden, behoudens toelating van de burgemeester, op een openbare plaats :

 water te laten lopen of te doen lopen bij vriesweer of dreigende vorst;

 glijbanen te maken;

 sneeuw of ijs afkomstig van of uit de gebouwen of aanhorigheden ervan te werpen of neer te leggen;

 ijskegels aan de buitenkant van de daken te laten hangen.

Het is verboden zich op het ijs te begeven van kanalen, vijvers, beken, grachten en waterlopen, zonder toelating van de bevoegde overheden.

Artikel 36

Bij gladheid of sneeuwval is de hoofdbewoner, hoofdgebruiker, de bewoner van de benedenverdieping en, bij ontstentenis van deze, de eigenaar van ieder gebouw of stuk grond verplicht :

 sneeuw of ijs weg te ruimen van de voetpaden en stoepen die grenzen aan zijn gebouw of het perceel grond dat hij/zij bewoont, gebruikt of waarvan hij/zij eigenaar is, alsook dezelfde gedeelten te bestrooien met strooizout, zand, zaagsel of fijne as. In verkeersvrije straten en pleinen, of in straten waar geen trottoir is aangelegd, geldt deze verplichting over een breedte van 1 meter. In beide omstandigheden wordt de afstand gemeten vanaf de rooilijn of de gevel of in geval van aanwezige gelijkgrondse uitsprongen (o.a. terrassen, ...) vanaf de uiterste grens van deze uitsprongen;

 te zorgen dat de sneeuw of het ijs, bij het wegruimen, wordt gebracht op de uiterste rand van het voetpad of de stoep, derwijze dat er voor de voetgangers voldoende ruimte overblijft en er tevens voldoende openingen aanwezig zijn voor het afvloeien van het dooiwater. Tevens dienen de brandkranen en riooldeksels vrij te blijven. Bij een te smal voetpad of stoep zal de sneeuw of ijs op de weg opgehoopt worden, zo dicht mogelijk bij de boordsteen van het voetpad of de stoep maar op die wijze dat de greppels, riooldeksels, autobushaltes, rioolmonden en overige kunstwerken van openbaar nut vrij blijven.

 

Onderafdeling 5: Snoeien van planten die boven de openbare weg hangen

Artikel 37

De gebruiker of bij ontstentenis daarvan de eigenaar van een onroerend goed moet ervoor zorgen dat de planten op hun eigendom zodanig gesnoeid worden dat geen enkele tak ervan :

 over de rijbaan hangt op minder dan 4,50 meter boven de grond;

 over de gelijkgrondse berm of over het voetpad hangt op minder dan 2,5 meter boven de grond;

 de luchtleidingen van het laagspanningsnet en de openbare verlichting hindert;

 levende afsluitingen moeten op minimum 0,50 meter achter de perceelsgrens geplant worden en dienen gesnoeid te worden indien zij het voet- en/of fietspad belemmeren.

Dode afsluitingen moeten volledig buiten de grens van het openbaar domein staan.

Langs de verharde wegen mogen de hagen en het ondoorzichtig gedeelte van de dode afsluitingen langs de bolvormige kant van de onoverzichtelijke bochten slechts een maximum-hoogte van 1 meter bereiken. Deze hoogte wordt gemeten vanaf het peil van de rijweg.

 de stabiliteit van de installaties voor openbare verlichting in het gedrang brengt of het uitgestraalde licht ervan in belangrijke mate vermindert;

 enige belemmering betekent voor de leesbaarheid van de straatnaamborden of voor de doeltreffendheid van de openbare verlichting;

 het(de) huisnummer(s) bedekt.

 

Onderafdeling 6: Draden, toestellen en andere verbindingen

Artikel 38

Zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning van de burgemeester is het verboden op of over de openbare plaats, draden, toestellen of andere verbindingen, uitgaande van privé-initiatief, aan te brengen.

 

AFDELING 4: Identificeerbaarheid

Onderafdeling 1: Algemene bepalingen

Artikel 39

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder

- “het gelaat” verstaan :”het voorhoofd, de wangen, de ogen, de mond, de neus en de kin”.

- maskeren : is het bedekken van het gelaat of het onherkenbaar maken van het gelaat (bv. door het aanbrengen van verf, dragen van een nylonkous,...).

Artikel 40

Het maskeren van het gelaat is verboden op openbare plaatsen.

 

Onderafdeling 2: Carnaval en Halloween

Artikel 41

Het maskeren van het gelaat is toegestaan in het kader van Driekoningen, carnaval, viering van 100- dagen, Pasen, Halloween feesten, Sinterklaas, Kerstmis tot 24u.

Artikel 42

Het is tijdens carnavalsoptochten en andere openbare evenementen verboden computerconfetti en andere materialen bestaande uit kunststof (plastiek) te werpen of te bezitten, of spuitbussen met kleur- en scheerschuim, spuitbussen met kleurhaarlak, spuitserpentaires, dolle draad, schoensmeer of enig ander middel dat kwetsuren of schade kan veroorzaken aan personen of goederen, op de openbare plaats of in de openbare inrichtingen te gebruiken of bij zich te hebben.

Met computerconfetti wordt alleen de confetti bedoeld die uit afval van computerpapier vervaardigd is. Het is verboden confetti of slingerpapier in openbare plaatsen, waar dranken of eetwaren worden verbruikt te werpen of opgeraapte confetti of slingerpapier te werpen.

 

AFDELING 5: Bestrijding van de geluidshinder

Onderafdeling 1:  Geluidsoverlast

Artikel 43

Het is dag en nacht verboden geluid, gerucht of rumoer te veroorzaken zonder reden of zonder noodzaak als dat toe te schrijven is aan een gebrek aan vooruitzicht en voorzorg en de rust van de inwoners in het gedrang brengt. Het bewijs kan met alle mogelijke middelen geleverd worden.

Onder dag wordt verstaan de periode van 6u tot 22u.

 

Onderafdeling 2: Niet-hinderlijk geluid

Artikel 44

Een geluid wordt als niet-hinderlijk beschouwd wanneer dit het gevolg is van :

- werken aan de openbare weg of voor het aanleggen van openbare nutsvoorzieningen, uitgevoerd met toestemming van de daartoe bevoegde overheid of in opdracht van die overheid;

- werken van 7 uur tot 20 uur op werkdagen en van 8 uur tot 20 uur op zaterdagen die aan private eigendommen worden uitgevoerd, waarvoor de bevoegde overheid een vergunning heeft verleend, en van verbeterings-, verbouwings- of onderhoudswerken aan dergelijke eigendommen die zonder vergunning kunnen worden uitgevoerd, en waarbij de nodige voorzorgen worden getroffen om overdreven of niet noodzakelijk lawaai te voorkomen;

- werken of handelingen die dringend of zonder verder uitstel moeten worden uitgevoerd ter bescherming van personen of eigendommen, of ter voorkoming van rampen;

- een door het gemeentebestuur vergund evenement, voor zover de in de vergunning en afgesloten overeenkomst met het gemeentebestuur opgelegde voorwaarden worden nageleefd;

- spelende kinderen.

 

Onderafdeling 3: Geluidsinstallaties in en op de voertuigen

Artikel 45

Het is de bestuurder van een voertuig verboden elektronische versterkte muziek die hoorbaar is buiten het voertuig te produceren of toe te laten dat dergelijke muziek wordt geproduceerd. De overtredingen tegen deze bepaling, die aan boord van voertuigen worden begaan, worden verondersteld door de persoon op wiens naam het voertuig staat ingeschreven te zijn begaan, tot bewijs van het tegendeel.

Het is verboden voertuigen of hun toebehoren draaiende te houden terwijl het voertuig stilstaat, tenzij daartoe noodzaak is.

Het gebruik van voertuigen uitgerust met of voorzien van luidsprekers en bestemd voor het maken van reclame en propaganda is onderworpen aan de voorafgaande geschreven toelating van het college van burgemeester en schepenen.

 

Onderafdeling 4: Werktuigen aangedreven door ontploffings- of elektrische motoren

Artikel 46

Het gebruik in open lucht van alle werktuigen aangedreven door ontploffing- of elektrische motoren is verboden van 22.00 uur tot 6.00 uur. Tenzij een voorafgaande toelating werd bekomen van de burgemeester of het college van burgemeester en schepenen in het kader van bepaalde bouwwerkzaamheden. Op zondagen, evenals op wettelijke feestdagen is het gebruik van dergelijke toestellen eveneens verboden.

De verbodsbepalingen van dit artikel zijn echter niet van toepassing op land-, tuin- en bosbouwmachines, aangewend voor de normale exploitatie van het land-, tuin- en bosbouwbedrijf.

 

Onderafdeling 5: Speel-, sport of experimenteertuigen

Artikel 47

Het gebruik van speel-, sport- of experimenteertuigen aangedreven door verbrandingsmotoren en die niet kunnen worden aangezien als zijnde voertuigen te gebruiken in open lucht, is verboden, behoudens toelating van de burgemeester op openbare of private terreinen die gelegen zijn op minder dan 500 meter aan de rand van een woonwijk of woonkern of van stilte behoevende inrichtingen en parken.

 

Onderafdeling 6: Alarmkanonnen

Artikel 48

Zonder voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester of zijn gemachtigde is het verboden, op private of openbare eigendommen al dan niet automatische alarmkanonnen en gelijkaardige toestellen die gebruikt worden om vogels af te schrikken, te gebruiken.

Deze kanonnen mogen niet gebruikt worden op minder dan 100 meter van een woning of op minder dan 500 meter van een woonkern, tenzij het gebruik ervan gegrond is.

Het gebruik ervan is enkel toegelaten tussen 7.00 uur 's morgens en 20.00 uur 's avonds.

In de mate van het mogelijke dient de opening van het alarmkanon weg van de omliggende woning(en) of woonkern geplaatst te worden.

De ontploffingen mogen elkaar niet opvolgen met tussenpozen van minder dan 15 minuten.

De toelating wordt geschorst of ingetrokken indien een overtreding van dit reglement of het bestaan van overmatige hinder wordt vastgesteld.

Bij gebreke aan een machtiging, wordt bewarend beslag gelegd op het vogelschrikkanon en toebehoren door de politiediensten.

 

Onderafdeling 7: Verhuizingen

Artikel 49

Geen verhuizing mag plaatshebben tussen 22.00 uur en 06.00 uur tenzij bij dringende noodzakelijkheid en wanneer de lokale politie hiervan vooraf in kennis werd gesteld.

 

Onderafdeling 8: Geluid veroorzaakt door dieren

Artikel 50

Honden of andere dieren mogen geen abnormale hinder veroorzaken voor de buren door aanhoudend geblaf, geschreeuw, gekrijs of ander aanhoudend geluid.

De burgemeester kan de politieambtenaren laten overgaan tot de inbeslagname van de betrokken dieren en de plaatsing van het dier op kosten van de eigenaar of de houder ervan in een dierenasiel, zo de eigenaar of de houder van de dieren na de eerste waarschuwing geen passende maatregelen zou genomen hebben en de abnormale hinder zou aanhouden waarbij de openbare rust wordt verstoord.

 

Onderafdeling 9: Openbare evenementen en in niet-ingedeelde inrichtingen

Artikel 51

Het geluidsniveau bij openbare evenementen dient te voldoen aan de voorwaarden opgenomen in de vergunning van het evenement conform volgende normen:

§1. Niet-elektronisch versterkte muziek: Indien het geluidsniveau van de muziek niet hoger is dan 85 dB(A) LAeq, 15min (vergelijkbaar met zachte achtergrondmuziek), volstaat naleving van artikel 43 van het politiereglement.

§2. Elektronisch versterkte muziek: Het gebruik van elektronisch versterkte muziek valt onder de Vlaamse milieuregelgeving (VLAREM). Afhankelijk van het geluidsniveau en de aard van het evenement gelden volgende bepalingen:

      Volume tussen 85 dB(A) en 100 dB(A) LAeq, 15min:

      Moet worden aangegeven in de evenementenaanvraag.

      Het geluidsniveau mag nooit hoger zijn dan 100 dB(A) LAeq, 60min.

      Binnenlocaties (zaal, café, lokaal): maximaal 12 evenementen per jaar, en 2 per maand.

      Openlucht of tenten: geen beperking op aantal evenementen.

      Vanaf 95 dB(A) LAeq, 15min: gratis oordopjes verplicht beschikbaar voor het publiek.

§3. Geluidsmeting en registratie

      Volume tussen 85 dB(A) en 95 dB(A) LAeq, 15min:

      Continu geluidsmeting vereist.

      Volume moet zichtbaar zijn voor de bediener van de installatie.

      Volume tussen 95 dB(A) en 100 dB(A) LAeq, 60min:

      Continu geluidsmeting én registratie vereist.

      Start registratie 15 minuten vóór de eerste muziekactiviteit (inclusief soundcheck) en eindigt 15 minuten na de laatste activiteit.

      Geluidsmeter kan gereserveerd worden via de gemeentelijke uitleendienst.

      Registratiegegevens moeten binnen 7 dagen digitaal bezorgd worden aan de uitleendienst (Bloemestraat 45, 9990 Maldegem – uitleendienst@maldegem.be).

§4. Affichering van geluidsniveau

      Vanaf meer dan 85 dB(A) LAeq, 15min: Maximaal toegestane geluidsniveau moet zichtbaar geafficheerd worden aan de ingang en aan de mengtafel.

      Vanaf meer dan 95 dB(A), 15min: Ook het niveau in LAeq, 60min moet geafficheerd worden op dezelfde plaatsen.

§5. Toegestane speelduur

      Afhankelijk van de dag waarop het evenement plaatsvindt:

      Zondag t.e.m. donderdag: tot 22.00 uur

      Vrijdag: tot 2.00 uur

      Zaterdag: tot 4.00 uur

      Vooravond van een feestdag: wordt als zaterdag beschouwd

      Meerdaagse evenementen: slechts één avond tot 4.00 uur toegestaan; keuze ligt bij de organisator

      Uitzonderingen voor jaarlijkse Maldegemse evenementen: mits aanvraag via het evenementenformulier en goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen

§6. Afbouwschema bij hoge volumes

      Bij evenementen met muziek vanaf 90 dB(A) LAeq, 15min en 108 dB(C) LCeq, 15min (toetsingswaarde: 102 dB(A) LAmax Slow), moet het afbouwschema gevolgd worden.

      Tijdens de laatste 30 minuten (bij evenementen die niet tot 4.00 uur duren) geldt een verlaagd geluidsniveau van 85 dB(A) LAeq, 15min en 98 dB(C) LCeq, 15min (toetsingswaarde: 92 dB(A) LAmax Slow), als signaal dat het evenement ten einde loopt

 

Artikel 51/1

Indien de openbare rust verstoord wordt door gelijk welk geluid veroorzaakt in en/of vanuit lokalen toegankelijk voor het publiek, met inbegrip van het daaraan palende terras, dan kan de inrichting tijdelijk gesloten worden.

 

AFDELING 6: Dieren

Onderafdeling 1:  Algemene bepalingen

Artikel 52

De eigenaars, de bezitters of bewakers van honden en andere dieren moeten deze aangelijnd laten rondlopen op een openbare plaats. Deze verplichting geldt niet voor honden die gebruikt worden tijdens de jacht, die een kudde begeleiden, die onder toezicht rondlopen binnen de gemeentelijke hondenlosloopweide, die voor reddingsoperaties ingezet worden en voor politiehonden, blindengeleidehonden en assistentiehonden.

De bewaking dient zodanig te zijn dat de begeleider de hond of het dier elk ogenblik kan beletten om personen of dieren te intimideren of lastig te vallen, voertuigen te bespringen of private eigendommen te betreden.

Het is verboden honden of andere dieren te laten begeleiden door personen die het dier niet onder controle kunnen houden.

Het is verboden wilde of verwilderde duiven of verwilderde huisdieren (bv. zwerfkatten) te voederen.

Artikel 53

De eigenaar of de begeleider van de dieren die de openbare plaats vervuilen, is verplicht de openbare plaats op te kuisen.

Indien de overtreder de uitwerpselen niet verwijdert, worden de kosten voor het opruimen en reinigen door de gemeente aan de overtreder aangerekend.

Artikel 54

De eigenaar, bezitter, bewaker of houder van een dier dient ervoor te zorgen dat de afsluiting waardoor het dier van de openbare plaats gescheiden wordt, zich op elk moment in goede staat bevindt teneinde een uitbraak of schade te vermijden.

Artikel 55 – Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014

 

Onderafdeling 2: Honden

Artikel 56 – Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014

Artikel 57 – Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014

Artikel 58 – Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014

Artikel 59

De eigenaar of begeleider van honden is ertoe gehouden:

 te beletten dat hun hond de parken en plantsoenen, de speelpleinen (indien toegelaten), de recreatiecentra, andere voor het publiek toegankelijke plaatsen, alsmede de voet- en fietspaden, de rijwegen, de wandelpaden en de bermen bevuilt;

 steeds in het bezit te zijn van voldoende zakjes voor het verwijderen van de uitwerpselen van zijn dier. Het (de) zakje(s) moet(en) op het eerste verzoek van de toezichthoudende ambtenaar worden getoond;

 altijd en overal, met uitzondering van speciaal aangelegde hondentoiletten, de uitwerpselen van de hond onmiddellijk te verwijderen met behulp van het daartoe bestemde zakje. Het zakje moet de uitwerpselen mag alleen worden gedeponeerd in de gemeentelijke vuilnisbakken of meegegeven worden met het huisvuil. Uitzondering aan deze verplichting wordt gemaakt voor slechtzienden en blinden met een blindengeleidehond en rolstoelgebruikers.

De bepalingen van dit artikel ontslaan de aangelanden evenwel niet van hun algemene verplichting de bepalingen inzake het rein houden van de gemeente na te leven.

 

Onderafdeling 3: Uitvliegen van duiven

Artikel 60

Het is verboden duiven die niet deelnemen aan prijsvluchten te laten uitvliegen tijdens het speelseizoen tussen 07.00 uur en 18.00 uur op zaterdagen en op zon- en feestdagen en vooraleer de prijsvluchten gesloten zijn.

Het speelseizoen begint de eerste zondag van april en eindigt de laatste zondag van oktober.

Zo de duiven niet gelost werden, gelden dezelfde voorschriften tot het sluiten van de prijskamp. In dit geval zijn de deelnemende duivenliefhebbers gehouden dit ruchtbaar te maken in de buurt van het duivenhok.

Artikel 61

Elke handeling die de liefhebber schade kan toebrengen of hem benadelen is verboden. Deze handelingen zijn o.a. slaan op allerlei voorwerpen, zwaaien met of uithangen van linnen of gelegenheidsvlaggen, uitgezonderd de nationale of andere vaandels die uithangen ter gelegenheid van bepaalde feestdagen of toegestane feesten, of die hangen aan openbare gebouwen, het plaatsen van molentjes en het oplaten van ballonnen in de nabijheid van duivenhokken.

 

Onderafdeling 4:  Exotische in het wild levende dieren

Artikel 62 - Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.

Artikel 63 - Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014 .

 

Onderafdeling 5:  Circus met dieren

Artikel 63/1

Het is verboden met wilde dieren te werken in een circus.

Gedomesticeerde dieren zoals ganzen, eenden, hoenderachtigen, duiven, runderen, honden, katten,  Aziatische buffel, dromedarissen, kamelen, lama’s, geiten, paarden, pony’s, ezels, fretten, konijnen, schapen en varkens mogen gebruikt worden, mits aan de voorwaarden wordt voldaan van het KB van 2 september 2005 betreffende het welzijn van dieren gebruikt in circussen en rondreizende tentoonstellingen (gewijzigd bij KB van 26 april 2007).

 

AFDELING 7: Vuurwerk, wensballonnen, wapens en munitie

Artikel 64

Zowel op het openbaar domein als binnen private eigendommen is het verboden, zonder afbreuk te doen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de jacht en het organiseren van schietoefeningen op schietstanden, zonder een voorafgaandelijke geschreven toelating van de burgemeester of zijn gemachtigde schietwapens af te schieten, afschieten van wapens met veren of perslucht, paintball shooting, airsoft shooting, veldkanonnetjes in werking te zetten, vreugdeschoten te lossen of op het openbaar domein vuur te maken.

Het gebruik van wensballonnen of gelijkaardig is te allen tijde verboden.

Artikel 64/1

§1. Het ontsteken van feestvuurwerk door particulieren is verboden.

Onder feestvuurwerk dient te worden verstaan: vuurwerk dat bestemd is voor gebruik door particulieren en in België vrij mag verkocht worden aan personen vanaf 16 jaar. Elk type feestvuurwerk bestemd voor particulieren is duidelijk gedefinieerd in hogere wetgeving.

§2. Het ontsteken van spektakelvuurwerk (en toebehoren) kan enkel toegelaten worden op voorwaarde dat een voorafgaande machtiging wordt aangevraagd aan het college van burgemeester en schepenen.

Wel is het vereist dat bij deze handelingen de gepaste veiligheidsmaatregelen worden genomen om het veroorzaken van schade of gevaar voor derden te vermijden.

Onder spektakelvuurwerk (en toebehoren) wordt verstaan: professioneel vuurwerk dat afgestoken wordt ter gelegenheid van evenementen. Een particulier mag geen spektakelvuurwerk bezitten.

Bij het afsteken van vuurwerk moet de hinder voor de buurt beperkt blijven.

Artikel 65

In het geval van een individuele vergunning dient de betrokkene, ten tijde van de activiteit drager te zijn van deze vergunning en dient hij/zij bovendien bij deze, op verzoek, aan ieder binnen deze regelgeving gemachtigd persoon te vertonen.

Artikel 66

Het is verboden aan minderjarigen beneden de leeftijd van zestien jaar te verkopen of uit te delen: knalbonbons, knalerwten, knalstenen, voetzoekers en ander vuurwerk die niet vallen onder de wet op de springstoffen van 28 mei 1956 en zijn latere wijzigingen.

Artikel 67

Vuurwerk dat gebruikt wordt of kennelijk bedoeld is om gebruikt te worden in strijd met bovenvermelde bepalingen wordt in beslag genomen.

 

AFDELING 8: Rondreizende woonwagenbewoners en kampeerders

Artikel 68

Behoudens vergunning vanwege de burgemeester, is het verboden op het hele grondgebied van de gemeente en op iedere plaats van de openbare ruimte langer dan 24 uur achtereen te verblijven of te slapen in een tent, wagen, een caravan of een daartoe ingericht voertuig, of er te kamperen.

Het is eveneens verboden meer dan 24 uur achtereen op een privéterrein te verblijven in een mobiel onderkomen zoals een woon- en aanhangwagen, een caravan of een mobilhome, behoudens vergunning.

Artikel 68/1

Uitzonderingen op artikel 68 zijn toegestaan voor:

 het verblijven op een locatie die als zone voor verblijfsrecreatie is ingekleurd;

 het kamperen in een tent op de terreinen nabij het speelbos te Kleit en dit voor maximaal twee opeenvolgende nachten, voor maximum drie tenten en maximum vijftien personen per nacht.

Artikel 69

Het is verboden:

 een kermis of circusvoorstelling te organiseren of zich als foorkramer te vestigen op een voor het publiek toegankelijk privaat terrein zonder vergunning van de bevoegde overheid;

 een kermis- of circusattractie te installeren of de installatie ervan op te slaan buiten de voorziene plaatsen en data voor iedere kermis, foor of circus, alsook in de gevallen dat de overheid de intrekking van de concessie of de vergunning beveelt;

 voor de uitbaters hun voertuigen elders te plaatsen dan op de door het bestuur aangeduide plaatsen.

De kermis- en circusattracties en de voertuigen geplaatst in overtreding met onderhavige bepaling moeten verplaatst worden bij het eerste politiebevel.

Circusexploitanten die het dierenwelzijn niet garanderen, verliezen onmiddellijk hun vergunning.

Artikel 70

Het is kermis-, circusexploitanten en foorkramers in het bijzonder verboden groot en klein vee, almede  pluimvee, te houden op het terrein dat ze met woon- of kermiswagen bezetten, tenzij het terrein speciaal daartoe is uitgerust en uitgezonderd trekdieren en dieren van het kermis- of circusbedrijf.

Artikel 71

De kermis- en circusexploitanten en woonwagenbewoners zijn verplicht:

- de plaats rond en onder de wagen zuiver te houden;

- zich van hun afval op wettige wijze te ontdoen;

- een doorgang van ten minste vier meter tussen de wagens te laten, die moeten toelaten eventuele tussenkomsten van de hulpverleners mogelijk te maken.

Artikel 72 - Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.

Artikel 73 - Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.

 

AFDELING 9:  Voorkomen van ongevallen

Artikel 74

Het is verboden op een openbare plaats enig voorwerp te werpen of producten te verspreiden of te plaatsen waardoor dieren zouden gekwetst of bevuild worden, goederen beschadigd of bevuild worden of personen gekwetst of gehinderd worden.

Artikel 75

Het is verboden te klimmen op of over afsluitingen en kunstwerken of op plaatsen te komen waar dit volgens de opschriften verboden is. Het is eveneens verboden te klimmen op andere voorwerpen op een manier waarop men zichzelf of een ander effectief in gevaar brengt.

De (speel)toestellen ter beschikking gesteld van het publiek mogen niet ongepast gebruikt worden zodat de openbare veiligheid in het gedrang komt. De gemeente is niet aansprakelijk voor ongevallen te wijten aan het onoordeelkundig gebruik van speeltoestellen op een gemeentelijk speelterrein, noch voor het gebruik van dergelijke (speel)toestellen in tegenstrijd met de bepaling van onderhavig artikel.

Het is verboden om op de openbare plaats voorwerpen neer te werpen, te plaatsen of achter te laten, die door hun val of door ongezonde uitwasemingen kunnen schaden.

Artikel 76

Het is verboden de openbare veiligheid in het gedrang te brengen door bouwvalligheid, gebrek aan herstelling of onderhoud aan huizen of gebouwen, of door een belemmering of een uitgraving of enig ander werk op of nabij openbare straten, wegen, pleinen of banen, zonder de voorgeschreven of gebruikelijke voorzorgsmaatregelen of waarschuwingstekens.

De eigenaars van gebouwen zijn verplicht om gehoor te geven aan de aanmaning van de administratieve overheid om gebouwen die bouwvallig zijn, te herstellen of te slopen.

Artikel 77

De eigenaar moet gepaste feitelijke maatregelen nemen om de toegang tot onbezette gebouwen te verhinderen.

De eigenaar van een niet-bewoond of niet gebruikt gebouw is verplicht het op een zodanige wijze af te sluiten dat iedere toegangsmogelijkheid, zonder inbraak, onmogelijk wordt. Tevens dienen in deze gebouwen de gepaste maatregelen te worden genomen om de toegang voor huis- en knaagdieren, in het wild levende dieren en voor vogels via vensters, ramen, deuren keldergaten en riolen te voorkomen.

Artikel 78

Het is verboden op een openbare plaats voorwerpen te plaatsen of te bevestigen die, ingevolge een onvoldoende stevigheid, op de openbare weg kunnen vallen en daardoor de veiligheid of het gemak van doorgang in gevaar kunnen brengen of die door hun aard de openbare weg of de gebruikers ervan kunnen bevuilen.

Vlaggen en constructies mogen worden aangebracht mits de onderkant ervan ten minste drie meter van de grond verwijderd is. Zij dienen verder in overeenstemming te zijn met andere reglementaire bepalingen dienaangaande.

 

AFDELING 10:  Bediening van installaties van algemeen nut

Artikel 79

Personen die daar door het gemeentebestuur niet toe werden gemandateerd, mogen geen kranen van leidingen of kanaliseringen, schakelaars van de openbare verlichting, openbare uurwerken, signalisatieapparaten, elektriciteitskasten alsook uitrustingen voor telecommunicatie die zich bevinden op of onder de openbare weg of in openbare gebouwen bedienen.

Artikel 79/1

Iedere bedrieglijke hulpoproep of bedrieglijk gebruik van een praatpaal of signalisatietoestel bestemd om de veiligheid van de gebruikers te vrijwaren, is verboden.

 

AFDELING 11: Toebrengen van schade

Artikel 80

Het is verboden voorwerpen op iemand te werpen, die de persoon hinderen of bevuilen of op welke manier dan ook schade veroorzaken.

Artikel 81

Het is verboden stenen of andere harde lichamen, of andere voorwerpen die kunnen bevuilen of beschadigen, tegen voertuigen, huizen, gebouwen, afsluitingen of in tuinen en besloten erven te werpen.

Artikel 82

Met behoud van de toepassing van de bepalingen van Boek II, titel XI, hoofdstuk III, van het Strafwetboek is het verboden andermans roerende eigendommen opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Artikel 83

Het is verboden afsluitingen, van welke materialen dan ook gemaakt, opzettelijk te beschadigen.

Artikel 84

Het is verboden eigendommen en straatmeubilair te vernielen of met graffiti te bespuiten, tenzij het college uitdrukkelijk toelating geeft in het kader van een artistiek project.

Artikel 85

Het is verboden om andermans onroerende goederen opzettelijk te beschadigen.

Artikel 86

Het is verboden te vernielen, neer te halen, te verminken of te beschadigen:

 grafsteden, gedenktekens of grafstenen;

 monumenten, standbeelden of andere voorwerpen die tot algemeen nut of tot openbare versiering bestemd zijn en door de bevoegde overheid of met machtigingen zijn opgericht;

 monumenten, standbeelden, schilderijen of welke kunstvoorwerpen ook, die in kerken, tempels of andere openbare plaatsen zijn geplaatst.

Artikel 87

Het is verboden om kwaadwillig bomen om te hakken of zodanig af te snijden, te verminken of te  ontschorsen dat zij vergaan, of om enten te vernielen.

Artikel 88

Het is verboden om grachten geheel of ten dele te dempen, levende of dode hagen af te hakken of uit te rukken, landelijke of stedelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, te vernielen en ook om grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, te verplaatsen of te verwijderen.

 

AFDELING 12:  Opzettelijke slagen en verwondingen

Artikel 89

Het is verboden om opzettelijke slagen en verwondingen toe te brengen.

 

AFDELING 13: Diefstal

Artikel 90

Hij/zij die een zaak die hem niet toebehoort, bedrieglijk wegneemt, is schuldig aan diefstal.  Met diefstal wordt gelijkgesteld: het bedrieglijk wegnemen van andermans goed voor een kortstondig gebruik.

 

AFDELING 14:  Wildplassen

Artikel 91

Het is verboden te urineren of uitwerpselen achter te laten op een openbare plaats of in galerijen en passages op privégebied die voor het publiek toegankelijk zijn, elders dan in de daartoe bestemde plaatsen.

 

AFDELING 15:  Voeren van publiciteit – aanplakkingen – aanbrengen spandoeken en opschriften

Artikel 92

Het is verboden door aanplakking, beschildering, uitstrooiing of op enige andere wijze publicitaire teksten, propaganda of andere teksten, beelden of tekeningen op het openbaar domein aan te brengen, tenzij op plaatsen aangeduid door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 93

Aangebrachte publiciteit mag niet afgerukt, gescheurd, bevuild, noch onleesbaar gemaakt worden.

Artikel 94

Het overdekken van aanplakkingen is verboden tot zolang de datum van de gebeurtenis waarvoor de aanplakking dient, niet is verstreken of tot zolang deze haar belang niet verloren heeft. Publiciteit wordt geacht haar belang te hebben verloren vanaf het ogenblik dat zij twee maanden is aangebracht of wanneer deze door weer- of andere omstandigheden in de tekst of in de voorstelling beschadigd is.

 

AFDELING 16:  Verkiezingspropaganda

Artikel 95

Veertig dagen voor de datum van een door of krachtens de wet voorziene verkiezing of volksraadpleging tot en met de dag van die verkiezing of volksraadpleging, is het verboden door aanplakking, beschildering, uitstrooiing of op andere wijze publicitaire teksten, propaganda of andere teksten, beelden of tekeningen aan te brengen, tenzij met voorafgaande en schriftelijke toelating van de eigenaar of de gebruiksgerechtigde.

Het gemeentebestuur stelt na de toekenning van de lijstnummers bij verkiezing of na het ter beschikking stellen aan de inwoners van de brochure bij volksraadpleging, aanplakborden ter beschikking van de in de kiesomschrijving ingediende lijsten bij verkiezingen en/of de verdedigers van de mogelijke antwoorden op de vragen bij volksraadpleging, op de door het gemeentebestuur voorziene plaatsen.

Elke hierboven bedoelde lijst bij verkiezing of elk mogelijk antwoord op de vragen bij volksraadpleging beschikt per bord over een vlakke oppervlakte van 2m² met dezelfde afmetingen en met een gelijke zichtbaarheid van op de openbare weg. De volgorde op de borden wordt bepaald van links naar rechts en naar volgorde van de lijstnummers bij verkiezing of aan de volgorde van de brochure bij volksraadpleging. Elke lijst of elk mogelijk antwoord plakt op deze borden uitsluitend op de met het lijstnummer gemarkeerde ruimte bij verkiezing of op de met het vraagnummer en het mogelijk antwoord gemarkeerde ruimte bij volksraadpleging.

De verkiezingspropaganda moet binnen de 2 weken na de datum van de verkiezing of volksraadpleging verwijderd zijn.

Het gemeentebestuur mag de officiële aanplakborden vroeger verwijderen.

Het gemeentebestuur zal de officiële aankondigingen bij verkiezing of volksraadpleging op het marktplein uithangen.

Artikel 96

Op de dag van de verkiezing of volksraadpleging is het verboden in een straal van 100 meter rond de ingang van kiesbureaus voertuigen en/of aanhangwagens voorzien van propaganda of publiciteit te plaatsen.

Artikel 97

Op de dag van de verkiezing of volksraadpleging is het verboden gebruik te maken van luidsprekers, toestellen of apparaten voor het verspreiden van propaganda of publiciteit.

In de periode bedoeld in art. 95 en onverminderd de eerste bepaling van dit artikel, is het gebruik van geluidsinstallaties enkel toegelaten op werkdagen tussen 09.00 uur en 17.00 uur en voor zover men over een voorafgaande schriftelijke toelating van de burgemeester beschikt, onverminderd art. 45.

Artikel 98

In de periode bedoeld in art. 95 is het uitrijden van een aaneengesloten groep van ten minste tien voertuigen enkel toegelaten mits men over een voorafgaande schriftelijke toelating van de burgemeester beschikt.

Bij de organisatie van auto- en fietskaravanen moeten de deelnemers zich houden aan de verkeersregels (KB 1 december 1975). Bij de organisatie van een fietskaravaan moet in het bijzonder rekening gehouden worden met de bepalingen betreffende fietsers in groep (art. 43bis).

 

AFDELING 17: Lichtpollutie

Artikel 99

Het gebruik van lichtbronnen in open lucht is beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid. De verlichting is dermate geconcipieerd dat niet functionele lichtoverdracht naar de omgeving maximaal wordt beperkt. Het in de lucht projecteren van stilstaande of bewegende lichtstralen voor publicitaire, artistieke of andere doeleinden, is verboden. Mits een voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester kan hiervan worden afgeweken voor openbare evenementen.

Artikel 100

Deze bepalingen zijn niet van toepassing op :

 de openbare verlichting en de monumentenverlichting, geplaatst door of in opdracht van de

            overheden;

 de specifieke verlichting van sportterreinen;

 de wettelijke verplichte verlichting op voertuigen;

 de vergunde lichtreclames.

 

AFDELING 18:  Activiteiten op/of grenzend aan de openbare plaats

Onderafdeling 1a: Uitstallen van koopwaar door handelszaken

Artikel 101

De exploitant van een handelszaak mag geen uitstalinrichtingen van koopwaar en/of automaten plaatsen op de openbare plaats zonder voorafgaandelijke schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 101/1

De uitstalinrichtingen (uitgezonderd automaten) mogen uitsluitend op de openbare plaats geplaatst worden overdag (d.w.z. tussen 6u en 22u), op de dagen waarop de achterliggende handelszaak geopend is, aan de straatzijde waar de betreffende handelszaak gelegen is en voor de gevel van de betreffende handelszaak. Draagtoestellen (uitgezonderd automaten) mogen niet op de openbare plaats worden geplaatst of tegen de gevel bevestigd indien er geen waren op uitgestald zijn.

Artikel 101/2

De uitstalinrichtingen mogen slechts die oppervlakte innemen bepaald in de vergunning en ze moeten steeds voldoen aan de opgelegde voorwaarden bepaald in de vergunning.

Artikel 101/3

Tenzij anders bepaald in de vergunning, moeten de uitstalinrichtingen tegen de rooilijn geplaatst worden over een breedte die niet meer bedraagt dan de breedte van de bijbehorende handelszaak.

Artikel 101/4

De doorgang dient obstakelvrij en vrij van hoogteverschillen te zijn en moet minimaal voldoen aan de normen opgenomen in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Artikel 101/5

De uitstallingen moeten zorgvuldig onderhouden worden.

Artikel 101/6

De uitstallingen die in strijd met de vergunning zijn geplaatst of die zonder de vereiste vergunning zijn geplaatst, moeten op het eerste verzoek van de politie of van een gemachtigde ambtenaar verwijderd worden. Als op dat verzoek niet ingegaan wordt, kan ambtshalve worden overgegaan tot de verwijdering ervan, op kosten en risico van de overtreder.

 

Onderafdeling 1b: het plaatsen van fietsstallingen of fietsrekken op de openbare plaats bij een handelszaak

Artikel 101/7

De exploitant van een handelszaak mag geen fietsenstallingen of fietsrekken plaatsen op de openbare plaats zonder voorafgaandelijke schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepenen.

De modaliteiten voor het bekomen van dergelijke vergunning zijn dezelfde als omschreven onder onderafdeling 1a, artikel 101/1 t.e.m. artikel 101/6.

 

Onderafdeling 1c: Publiciteit, bekendmakingen, verfraaiing waarbij de openbare plaats wordt ingenomen door handelszaken.

Artikel 101/8

Er mogen geen voorzieningen of objecten op het openbaar domein geplaatst worden voor publiciteit, bekendmaking, verfraaiing, of niet-winstgevende doeleinden, zonder voorafgaandelijke schriftelijke melding aan het gemeentebestuur volgens de procedure vermeld op de gemeentelijke website.

Artikel 101/9

Dergelijke objecten mogen uitsluitend overdag (d.w.z. tussen 6u en 22u) geplaatst worden, op de dagen waarop de achterliggende handelszaak geopend is, aan de straatzijde waar de betreffende handelszaak gelegen is en voor de gevel van de betreffende handelszaak.

Artikel 101/10

De doorgang dient obstakelvrij en vrij van hoogteverschillen te zijn en moet minimaal voldoen aan de normen opgenomen in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.

Artikel 101/11

De uitstallingen moeten zorgvuldig onderhouden worden.

Artikel 101/12

De objecten die niet conform zijn geplaatst, moeten op het eerste verzoek van de politie of van een gemachtigde ambtenaar verwijderd worden. Als op dat verzoek niet ingegaan wordt, kan ambtshalve worden overgegaan tot de verwijdering ervan, op kosten en risico van de overtreder.

 

Onderafdeling 2: Inzamelingen op de openbare weg

Artikel 102

Het is verboden op het openbaar domein en in voor het publiek toegankelijke plaatsen om het even welke inzamelingen te verrichten, inclusief de huis-aan-huis inzameling, zonder in het bezit te zijn van een geschreven vergunning. Indien men niet beschikt over een vergunning afgeleverd door een hogere autoriteit, kan een vergunning toegekend worden door de burgemeester of zijn gemachtigde. De burgemeester of zijn gemachtigde bepaalt gebeurlijk de voorwaarden die in acht dienen te worden genomen. Verzoekers moeten hun aanvraag tot de vereiste vergunning richten tot de burgemeester minimum 2 weken voor de eerste inzameling.

Artikel 103

Het is de inzamelaars geboden deze geschreven vergunning, waarin duidelijk de redenen van hun activiteit en de eventuele voorwaarden worden bepaald, tijdens hun activiteiten bij zich te hebben en deze telkens spontaan te vertonen.

 

Onderafdeling 3: Straatoptredens

Artikel 104

Het is verboden om op de openbare plaats zang-, muziek- of andere voorstellingen te geven zonder voorafgaandelijke schriftelijke toelating van de burgemeester.

 

Onderafdeling 4: Skateboards

Artikel 105

Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.

 

Onderafdeling 5: Schaatsen op beken, vijvers en waterlopen

Artikel 105/1

Het is verboden zich op het ijs van de waterlopen en stilstaande waters te begeven.

Bij een voldoende ijsdikte kan de burgemeester, na technisch advies te hebben ingewonnen, een afwijking van dit verbod toestaan.

 

Onderafdeling 6: Bedelarij

Artikel 105/2

Het is op het ganse grondgebied verboden te bedelen op een agressieve manier, onder meer door het opdringerig aanklampen van voorbijgangers.

Artikel 105/3

Het is op het ganse grondgebied verboden bij het bedelen gebruik te maken van dieren.

Artikel 105/4

Het is op het ganse grondgebied verboden te bedelen op trottoirs waar de doorgang van voetgangers of de toegang naar gebouwen bemoeilijkt kan worden.

Artikel 105/5

Het is op het ganse grondgebied verboden te bedelen op de rijbaan of ten aanzien van de bestuurders of passagiers van voertuigen op de rijbaan, onder meer op of in de nabijheid van kruispunten.

Artikel 105/6

Het is op het ganse grondgebied verboden aan de deuren te bellen of te kloppen met het doel een aalmoes te bekomen.

 

AFDELING 19: Betreden van akkers

Artikel 106

Het is verboden, zonder daartoe gerechtigd te zijn, op andermans grond te komen of erover te gaan of dieren of vee erover te laten lopen vanaf de periode dat de grond is gereed gemaakt of bezaaid of beplant tot het ogenblik dat de veldvruchten geoogst zijn.

Artikel 107

Het is verboden veldvruchten of andere nuttige voortbrengsels van de bodem die nog niet geoogst zijn, te roven.

 

AFDELING 20: Drankslijterijen

Artikel 108

Het is de exploitant van een drankslijterij verboden een besluit van de burgemeester, waarbij met het oog op de vrijwaring van de openbare orde, de sluiting van zijn inrichting wordt bevolen, te overtreden.

De officier van bestuurlijke politie kan, na een eerste waarschuwing en tot de eerstvolgende ochtendopening, de voor het publiek toegankelijke gelegenheid sluiten, wanneer de uitbating ervan de openbare orde verstoort.

 

AFDELING 21: Verplichtingen opgelegd in geval van brand, overstroming en andere gevaren

Artikel 109  - Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.

Artikel 110  - Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.

Artikel 111 - Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.

Artikel 112

De brandmonden gelegen in een openbare plaats, moeten steeds vrij blijven voor gebruik en gemakkelijk toegankelijk gehouden worden.

 

AFDELING 22: Nummering der gebouwen

Artikel 113

Elk gebouw dat bewoond is of bewoond kan worden moet voorzien zijn van een, enkel en alleen door de gemeenteoverheid toegekend, huisnummer. Ook bij gebouwen voor administratief, commercieel of industrieel gebruik moet een dergelijk huisnummer aangebracht worden, zelfs indien ze geen woning bevatten.

Artikel 114

Het huisnummer moet aangebracht worden op of bij het hoofdgebouw, bij de hoofdingang, zicht- en leesbaar vanaf de openbare weg. Wanneer een gebouw niet langs de openbare weg gelegen is, moet bovendien een huisnummer aangebracht worden aan de hoofdingang of –toegang van de eigendom waarop het gebouw opgericht is.

 

AFDELING 23: Zwerfvuil, inzameling huishoudelijke afvalstoffen

Onderafdeling 1: Achterlaten van afval

Artikel 115

§1. Het is verboden in de openbare ruimte of op de onbebouwde gronden om het even welke voorwerpen, stoffen, materialen of afval te werpen, neer te leggen, achter te laten, te laten vloeien of terecht te laten komen die van die aard zijn om iemand te doen struikelen, of om de openbare ruimte of onbebouwde gronden te bevuilen, te beschadigen of onveilig te maken.

 

§2. Onder afval wordt verstaan:

 zwerfvuil (verpakkingen van snoep, snacks, sigaretten en drank, maar ook papier- en plasticafval, sigarettenpeuken, kauwgom, fruit- en groente afval, …);

 sluikstorten van huishoudelijk afval;

 het oneigenlijk gebruik van straatvuilbakjes voor huishoudelijk afval, ander dan afval afkomstig van ter plekke geconsumeerde producten.

§3. Iedereen die, op om het even welke wijze, de openbare ruimte heeft bevuild of laten bevuilen, moet ervoor zorgen dat deze onverwijld opnieuw proper gemaakt wordt. Indien men nalaat hieraan gevolg te geven, wordt ambtshalve overgegaan tot de reiniging op kosten en risico van de overtreder.

 

§4. Volgende inrichtingen worden verplicht afvalrecipiënten te plaatsen en het zwerfvuil in de omgeving van hun inrichting op te ruimen:

- Inrichtingen die voedingsmiddelen, dranken, tabaksproducten of andere consumptieproducten met eenmalige verpakkingen verkopen of aanbieden die buiten de inrichting onmiddellijk kunnen worden verbruikt.

- Tijdelijke inrichtingen (bv. markten, kermissen, braderijen, circussen, etc.) die voedingsmiddelen, dranken, tabaksproducten of andere consumptieproducten met eenmalige verpakkingen verkopen of aanbieden die buiten de inrichting onmiddellijk kunnen worden verbruikt.

Volgende afvalrecipiënten dienen beschikbaar te zijn bij bovenstaande inrichtingen: PMD, GFT, papier & karton, en restafval. Bovenstaande inrichtingen dienen het zwerfvuil op te ruimen binnen een straal van 10 m van de inrichting.

 

Onderafdeling 2: Inzameling huisvuil, papier, karton, PMD en vanaf 1 januari 2026 GFT

Artikel 116

§1. Onder ‘huisvuil’ wordt verstaan: alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen die in de voorgeschreven recipiënt voor de huisvuilophaling kunnen geborgen worden, met uitzondering van papier, karton, textiel, glas, klein gevaarlijk afval (KGA), tuin- en groenafval, plastiek, metaal en drankkartons, GFT (bioafval of organisch-biologisch afval) vanaf 1 januari 2026 en andere selectief ingezamelde afvalstoffen.

§2. Onder ‘papier en karton’ wordt verstaan: alle kranten, reclamedrukwerk, tijdschriften, publicaties, schrijfpapier, kopieerpapier, computerpapier, boeken en papieren of kartonnen verpakkingen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen, met uitzondering van geolied papier of karton, papier met waslaag, carbonpapier, vervuild papier, vervuilde papieren en kartonnen verpakkingen, papieren voorwerpen waar kunststof of andere materialen in verwerkt zijn, kaarten met magneetbanden, behangpapier, cementzakken, meststofzakken en sproeistofzakken en dergelijke.

§3. Onder PMD (plastiek verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons) wordt verstaan :

 plastiek flessen en flacons van frisdrank, water, melk en detergenten

 plastiek schaaltjes, vlootjes en bakjes

 plastiek potjes en tubes

 plastiek folies en zakjes

 metalen blikjes (bussen) van frisdranken, water en bier

 conservenblikken

 spuitbussen van voedingswaren en cosmetica

 aluminiumschoteltjes, -bakjes en -zakjes

 metalen deksels en schroefdoppen van deze verpakkingen

 drankkartons van frisdrank, melk en soep

Het aangeboden PMD-afval mag geen KGA, glas, etensresten of andere afvalstoffen bevatten.

§4. Onder ‘GFT’ wordt verstaan: afval dat afkomstig is van het gescheiden ingezamelde organische deel van het huishoudelijk afval. Het omvat composteerbaar keukenafval, dus ook vlees- en visresten, bereide etenswaren, enz. en het gedeelte van het tuinafval dat bestaat uit niet-houtig, fijn materiaal:

 Schillen en resten van fruit, groenten en aardappelen

 Dierlijk en plantaardig keukenafval en etensresten

– Broodresten

 Koffiedik, papieren koffiefilter

 Papier van keukenrol

 Noten, pitten

 Vlees-en visresten, schaaldierresten (uitgezonderd schelpen zoals mosselschelpen, oesterschelpen, ...)

 Vaste zuivelproducten

 Eieren, eierschalen

 Fijn tuin- en snoeiafval (bladeren, gras, onkruid, haagscheersel)

 Kamer- en tuinplanten (inclusief potgrond)

 Schaafkrullen en zaagmeel van onbehandeld hout

 Mest van kleine huisdieren

 

Artikel 117

Het huisvuil wordt eenmaal per week huis-aan-huis opgehaald langs de straten, wegen en pleinen waar de ophaling is ingericht, op de door het college van burgemeester en schepenen bepaalde dagen.

Huisvuil mag niet worden meegegeven met het grofvuil of een andere inzameling dan deze van huisvuil.

Huisvuil mag evenmin aangeboden worden op het recyclagepark.

Voor papier en karton en PMD wordt de huis-aan-huis inzameling tweewekelijks georganiseerd.

 

Artikel 118

§1.De verschillende afvalfracties moeten aangeboden worden in de daarvoor voorziene zakken en/of recipiënten ten vroegste om 18 uur op de vooravond van de ophaling.

De inzameling start vanaf 6.00 uur ’s morgens. De aangeboden afvalstoffen moeten vóór de eerste passage van de ophaaldienst voor ophaling zijn aangeboden.

§2. De zakken en/of recipiënten moeten degelijk gesloten zijn, zodat ze hun inhoud niet verliezen en gemakkelijk hanteerbaar zijn. Het is verboden in de huisvuilzakken gelijk welke stof of gelijk welk voorwerp te bergen dat het personeel van de reinigingsdienst kan kwetsen of besmetten.

§3. Papier en karton dienen aangeboden te worden in papieren zakken, kartonnen dozen of voldoende samengebonden. Er moet voor gezorgd worden dat het papier niet kan wegwaaien en dat het door de ophalers op een vlotte en nette manier kan opgehaald worden.

§4. Het GFT dient aangeboden te worden in een 40 liter of 120 liter GFT-container met gesloten deksel, met het handvat naar de openbare weg gericht en waarbij het handvat voorzien is van een reglementaire retributiesticker voor ophaling. De geledigde containers dienen door de aanbieder op de dag van lediging terug te worden verwijderd van de openbare ruimte.

§5. De inwoners moeten het afval goed zichtbaar aan de rand van het voetpad op de berm voor hun woning plaatsen. Het afval moet zodanig geplaatst worden dat het de weggebruiker niet hindert.

§6. Het afval dat door nalatigheid van de ophaler niet is opgehaald, mag na melding aan het meldpunt van IVM, maximaal 24 uur na de normale ophaaldag blijven staan.

§7. Buiten de bevoegde personen is het voor iedereen verboden grof huisvuil, metalen, papier, vuilniszakken, recipiënten en containers te doorzoeken, mee te nemen, te verplaatsen, te beschadigen of de inhoud ervan op de openbare ruimte te storten.

 

Onderafdeling 3: Inzameling grofvuil en asbestplaten en -leien

Artikel 119

§1. Onder grofvuil wordt verstaan: alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in het recipiënt voor de huisvuilophaling kunnen geborgen worden, met uitzondering van papier, karton, textiel, glas, KGA, GFT- en groenafval, plastiek-, metaal- en drankkartonverpakkingen (PMD), tapijten, matrassen, bouw- en sloopafval, ‘metalen gemengd’, autobanden, afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA), sanitaire toestellen, handels- en nijverheidsafval en andere selectief ingezamelde afvalstoffen.

§2. Onder asbestplaten en -leien wordt verstaan: alle asbestbevattende golfplaten en dakleien.

§3. Het grofvuil en de asbestplaten en -leien worden aan huis opgehaald, op afroep en tegen betaling. De inzameling wordt via de IVM geregeld. Wie grofvuil of asbestplaten en -leien wenst aan te bieden moet hiervoor eerst een afspraak maken met IVM. Het grofvuil en de asbestplaten en -leien kunnen ook worden aangeboden op het containerpark. Het herbruikbaar grofvuil kan worden aangeboden in het kringloopcentrum waarmee de gemeente een overeenkomst heeft afgesloten.

§4. Het grofvuil mag ten vroegste de avond vóór de ophaling na 16.00 uur op de openbare weg geplaatst worden. Het grofvuil moet aangeboden worden en zich bevinden ter hoogte van de woning van de betrokken inwoner, en op zodanige wijze geplaatst worden dat het verkeer hierdoor niet verhinderd of belemmerd wordt. De stukken moeten verhandelbaar zijn door 2 personen (dus max. 60 kg zwaar). Alle voorwerpen moeten zodanig verpakt worden dat ze geen gevaar kunnen opleveren voor de ophalers van de afvalstoffen en het totale volume van alle aangeboden voorwerpen samen, per ophaalpunt, is beperkt tot 3 m³.

§5. De asbestplaten en -leien moeten in een speciaal daarvoor voorziene asbestplaatzak of bigbag worden aangeboden aan de rand van (of op) de openbare weg. De aanbieder moet in het desbetreffende geval een inname openbaar domein aanvragen. Er mogen maximaal 2 asbestplaatzakken en/of bigbags worden aangeboden.

 

Onderafdeling 4: Selectieve inzameling

Artikel 120

Het is verboden afval dat niet overeenstemt met de bepalingen van selectieve inzameling te deponeren in een recipiënt bestemd voor selectieve inzameling. Het is verboden afval te werpen of achter te laten in en naast een recipiënt voor selectieve inzameling.

Artikel 121

§1. Glas moet volgens kleur in de verschillende openingen van de glascontainer gedeponeerd worden. Dit kan iedere dag tussen 8 uur ’s ochtends en 20 uur ’s avonds.

§2. Het is verboden glas of ander afval achter te laten naast de glasbol. Wanneer de glasbol vol is, moet het glas terug meegenomen worden of in een andere glasbol gedeponeerd worden.

Onderafdeling 5: Textielinzameling en inzameling andere afvalstoffen

Artikel 121/1

Behoudens goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, is de inzameling van textiel op alle openbare plaatsen en plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn (dus ook private plaatsen die toegankelijk zijn zoals parkings) verboden..

Artikel 121/2

Behoudens goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, is de inzameling van afvalstoffen die winst kunnen opleveren zoals papier en karton, frituurolie, oud ijzer, gsm’s, … (deze lijst is niet limitatief) op alle openbare plaatsen en plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn (dus ook private plaatsen die toegankelijk zijn zoals parkings) verboden.

 

AFDELING 24: Ordemaatregelen begraafplaatsen

Artikel 122

De gemeentelijke begraafplaatsen zijn voor het publiek toegankelijk:

- in de zomer met ingang van het zomeruur van 08.00u tot 22.00u.

- in de winter met ingang van het winteruur van 08.00u tot 18.00 u.

Afwijkingen kunnen worden toegestaan door de burgemeester, meer bepaald in de periode rond Allerheiligen.  Hieraan zal de nodige ruchtbaarheid gegeven worden.

Voor dienstnoodwendigheden kunnen de begraafplaatsen, tijdens de openingsuren, op bevel van de burgemeester tijdelijk voor het publiek gesloten worden.

Artikel 123

Op de begraafplaatsen zijn alle handelingen verboden waardoor de orde of de aan de overledenen verschuldigde eerbied wordt verstoord.

Het is in het bijzonder verboden :

 aanplakbrieven of opschriften aan te brengen, behoudens in de gevallen bepaald bij het decreet van 16 januari 2004 (en latere wijzigingen) of bij politieverordening;

 goederen te koop aan te bieden of zijn diensten aan te bieden;

 de grasperken en de aanplantingen van de begraafplaats en aanhorigheden te betreden of op welk wijze dan ook te beschadigen;

 om grafschennis te plegen, maar ook voorwerpen te ontvreemden, verplaatsen of beschadigen;

 de graftekens en alle hulde- en versieringsvoorwerpen op welke wijze ook te beschadigen;

 binnen de omheining van de begraafplaats en de aanhorigheden vuilnis en afval neer te leggen, tenzij op de daartoe bestemde plaatsen;

 op de begraafplaats of de aanhorigheden zich te gedragen op een wijze die met de ernst en de stilte der plaats en met de eerbied verschuldigd aan de overledenen niet overeenstemt;

 met voertuigen de begraafplaats binnen te rijden, tenzij om uitzonderlijke redenen en in uitzonderlijke gevallen onder toezicht van de door het college aangestelde personen;

 op de begraafplaatsen te fietsen;

 opschriften of grafschriften aan te brengen die de welvoeglijkheid, de orde aan de overledenen verschuldigde eerbied verstoren;

 verharde al of niet met steen of gras bedekte wegen om te woelen of te beplanten;

 gelijk welke daad te stellen, die de welvoeglijkheid van de plaats, de orde en de eerbied voor de overledenen stoort of kan storen.

Honden zijn toegelaten op de begraafplaats mits deze zijn aangelijnd conform artikel 52 en artikel 59 van dit reglement.

Artikel 124

Het plaatsen van graftekens en monumenten is onderworpen aan de reglementering opgenomen in het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.

Bij niet-naleving ervan kan, na het verstrijken van de termijn van bekendmaking aan de nabestaanden heeft het gemeentebestuur de bevoegdheid om de grafzerk te verwijderen en de kosten te verhalen op de nabestaanden.

Artikel 125

Op zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen en vanaf de voorlaatste werkdag van oktober tot en met 2 november is het behoudens toestemming van de burgemeester, op de gemeentelijke begraafplaatsen verboden graftekens te plaatsen, bouw- en beplantings- of aanaardingswerk aan de graven uit te voeren.

De personen die ter gelegenheid van Allerheiligen bloemen wensen aan te brengen op de graven, mogen deze bloemen ten vroegste de dag na Allerheiligen wegnemen. Niet weggenomen bloempotten na 30 november zullen ambtswege worden verwijderd.

Artikel 126

Binnen de omheining van de gemeentelijke begraafplaats mag geen enkel materiaal achtergelaten worden en worden materialen geplaatst naarmate van de behoeften. De voor de graftekens bestemde stenen moeten langs alle zichtbare kanten afgewerkt en gekapt zijn en klaar om onmiddellijk geplaatst te worden. Indien een vaste bloembak deel uitmaakt van het grafteken op een grafkelder of urnenkelder dient deze zich binnen de vastgelegde maximumafmetingen van de concessie te bevinden zoals bepaald in het huishoudelijk reglement op begraafplaatsen en lijkbezorging.

 

AFDELING 25: Drankgelegenheden

Artikel 127

Iedere nieuwe uitbater dient zijn/haar intentie om een drankgelegenheid te openen of te heropenen kenbaar te maken aan de burgemeester via het aanvraagformulier dat op de website van de gemeente of bij de dienst lokale economie te vinden is. 

De aanvrager dient het formulier te naam- en dagtekenen, waarna het minstens twee maanden voor de (her)opening van de inrichting dient afgegeven of opgestuurd te worden naar de dienst lokale economie.

 

AFDELING 26: Gebruik en verkoop van alcohol

Artikel 128

Het is verboden om tussen 00.00 uur en 08.00 uur (gedistilleerde of gegiste dranken al dan niet in gemixte vorm) in de openbare plaats, buiten de terrassen en andere toegelaten plaatsen speciaal bestemd voor dit doel, alcoholhoudende dranken te gebruiken. Het bezit van geopende recipiënten die alcoholhoudende dranken bevatten worden gelijkgesteld met het gebruik beoogd in onderhavig artikel.

Artikel 129

De burgemeester kan de verantwoordelijke exploitanten of door hem aangestelde personen van inrichtingen, uitbatingen en aanhorigheden die al dan niet tegen betaling voor het publiek toegankelijk zijn, ook al is de toegang beperkt tot bepaalde categorieën van personen, verbieden om gedurende een bepaalde periode, alcoholhoudende dranken (gedistilleerde of gegiste dranken al dan niet in gemixte vorm) te verkopen en /of aan te bieden, zelfs gratis en in welke hoeveelheid ook, tenzij de consument na bestelling of aanbod bediend wordt binnenin de zaak of aanhorigheden (terras, tuin,...) en dit voor onmiddellijke consumptie aldaar.

Artikel 130

Een uitzondering op voorgaande artikelen kan door de burgemeester worden toegestaan aan de organisatoren van activiteiten waarbij de inname van een afgebakende zone van de openbare plaats voorafgaandelijk werd toegestaan. De uitzondering heeft enkel uitwerking binnen de toegestane afbakening van de openbare plaats.

 

AFDELING 27: Schadelijke middelen

Artikel 130/1

Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 25 september 2025.

 

AFDELING 28: De groene ruimte

Artikel 131

Onder groene ruimtes wordt verstaan: het geheel van openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen.

Artikel 132

Behoudens dienstvoertuigen en hulpverleningsdiensten, mag geen enkel motorvoertuig in groene ruimten circuleren zonder de toelating van de burgemeester. De groene ruimten zijn verder alleen toegankelijk voor voetgangers, invalidenwagens, kinderwagens, aan de hand geleide fietsen en bromfietsen, al dan niet bereden kinderrijwielen van kinderen jonger dan 9 jaar, in de mate dat hun gedrag de veiligheid van de andere gebruikers niet in het gedrang brengt.

Ruiters of gespannen zijn niet toegestaan in de groene ruimten, tenzij anders aangeduid op de locatie of indien zij beschikken over een voorafgaande toelating van de burgemeester of het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 133

Het is verboden vogels te vangen en hun nesten te vernielen en alle andere dieren die zich in de omgeving bevinden lastig te vallen.

Artikel 134

Het is verboden knoppen en bloemen of planten te verwijderen. Het is verboden bomen te verminken, schudden of ontschorsen; takken, bloemen of andere planten af te rukken of af te snijden; palen of andere voorwerpen voor de bescherming van aanplantingen uit te rukken; wegen en dreven te beschadigen; zich te begeven in bloemperken- en tapijten, ze te vernietigen of te beschadigen.

Artikel 135

De toegang tot grasperken is verboden voor alle personen en dieren wanneer dit verbod tot betreden wordt aangeduid door specifieke borden. De toegang tot grasperken is verboden voor alle voertuigen. Grasperken die door voertuigen mogen bereden worden zijn aangeduid door specifieke borden.

 

AFDELING 29: Plaatsverbod

Artikel 136

Het is verboden het plaatsverbod opgelegd door de burgemeester op basis van artikel 134 sexies van de Nieuwe Gemeentewet niet te respecteren.

 

AFDELING 30: Verkeer

Onderafdeling 1: Overtredingen van de eerste categorie

Artikel 137

Zijn overtredingen van de eerste categorie, bestraft met een administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling zoals bepaald in artikel 2, §1 van het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties:

 

a

Binnen de woonerven en de erven, is het parkeren verboden, behalve:

22bis, 4°, a)

 

 - op de plaatsen die afgebakend zijn door wegmarkeringen of door een wegbedekking in een andere kleur en waar de letter "P" aangebracht is;             

 - op plaatsen waar een verkeersbord het toelaat. 

 

b

Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 26 februari 2026.

 

c

Voetgangers hebben toegang tot de voetgangerszone. In voetgangerszones is het parkeren verboden.

22sexies 1 en 2

d

Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld rechts ten opzichte van zijn rijrichting.

23.1, 1°

 

Indien het een rijbaan is met éénrichtingsverkeer, mag het evenwel langs de ene of langs de andere kant opgesteld worden.

 

e

Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:

23.1, 2°

 

- buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;

- indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;

- indien de berm niet breed genoeg is, moet het voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;

- indien er geen bruikbare berm is, moet het voertuig op de rijbaan opgesteld worden.

- indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op:

°de zijdelingse strook

°de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.

- indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden op:

°de zijdelingse strook of

°de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is

 

f

Elk voertuig dat volledig of ten dele op de rijbaan opgesteld is, moet geplaatst worden:

23.2, lid 1, 1° tot 3°

 

1° zover mogelijk van de aslijn van de rijbaan; 

2° evenwijdig met de rand van de rijbaan, behoudens bijzondere plaatsaanleg;

3° in één enkele file.

 

 

Motorfietsen zonder zijspan of aanhangwagen mogen evenwel haaks op de rand van de rijbaan parkeren voor zover zij daarbij de aangeduide parkeermarkering niet overschrijden.

23.2 lid 2°

 

g

Fietsen, voortbewegingstoestellen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerstroken bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikelen 70.2.1.3°. f en 77.5, tweede lid van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. De voortbewegingstoestellen die bestemd zijn voor personen met een verminderde mobiliteit mogen altijd buiten de rijbaan en die parkeerstroken opgesteld worden.

23.3

h

Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken.

23.4

 

i

Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:

24, lid 1, 2°, 4° en 7° tot 11°

 

- op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;             

- op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;

- in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;             

- op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke reglementering; 

- op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;             

op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;

- op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.

 

j

Het is verboden een voertuig te parkeren:

25.1

 

- op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;

- op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst; 

- voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;

- op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen; 

- buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht; 

- op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;

- op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;             

- op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;             

- op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;

- buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middenberm die deze rijbanen scheidt;

-op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

1°, 2°, 3°, 5°, 8°, 9°, 10°, 11°, 12°, 13°, 15°

k

Het is verboden onjuiste aanduidingen op de schijf te laten verschijnen. De aanduidingen van de schijf mogen niet gewijzigd worden voordat het voertuig de parkeerplaats verlaten heeft.

27.1.3

 

l

Het is verboden op de openbare weg motorvoertuigen die niet meer kunnen rijden en aanhangwagens langer dan vierentwintig uur na elkaar te parkeren.

27.5.1

 

Binnen de bebouwde kommen is het verboden op de openbare weg auto's, slepen en aanhangwagens met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton langer dan acht uur na elkaar te parkeren, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a, E9c of E9d is aangebracht.

27.5.2

 

Het is verboden op de openbare weg reclamevoertuigen langer dan drie uur na elkaar te parkeren.

27.5.3

 

m

Het niet hebben aangebracht van de speciale kaart bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg of het door artikel 27.4.1 van hetzelfde besluit hiermee gelijkgesteld document op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het op een voorbehouden parkeerplaats voor personen met een handicap geparkeerde voertuig.

27bis

 

n

Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3.

68.3

o

Het niet in acht nemen van het verkeersbord F 103.

71

p

Verkeersborden E1, E3, E5, E7 en van type E9 betreffende het stilstaan en het parkeren niet in acht nemen.

70.2.1

q

Het verkeersbord E11 niet in acht nemen.

70.3

r

Het stilstaan of parkeren is verboden op markeringen van verkeersgeleiders en verdrijvingsvlakken.

77.4

s

Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

77.5

t

Het stilstaan of parkeren is verboden op de dambordmarkering die bestaat uit witte vierkanten die op de grond zijn aangebracht.

77.8

 

u

Het niet in acht nemen van het verkeersbord F111, behalve wat de snelheidsbeperking betreft.

71.2

 

Onderafdeling 2: Overtredingen van de tweede categorie

Artikel 138

Zijn overtredingen van de tweede categorie, bestraft met een administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling zoals bepaald in artikel 2, §2 van het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3,3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties:

 

a

Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:

24, lid 1, 1°, 2°, 4°, 5° en 6°

 

- op de trottoirs en, binnen de bebouwde kommen, op de verhoogde bermen, behoudens plaatselijke reglementering;              

- op de fietspaden en op minder dan 3 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;              

- op de oversteekplaatsen voor voetgangers, op de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen en op de rijbaan op minder dan 3 meter voor deze oversteekplaatsen;              

- op de rijbaan in de onderbruggingen, in de tunnels en behoudens plaatselijke reglementering onder de bruggen;              

- op de rijbaan nabij de top van een helling en in een bocht wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is.

 

c

Het is verboden een voertuig te parkeren:

25.1, 4°, 6°, 7°

 

- op de plaatsen waar de voetgangers en de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen op de rijbaan moeten komen om omheen een hindernis te gaan of te rijden;              

- op de plaatsen waar de doorgang van spoorvoertuigen zou belemmerd worden;  

- wanneer de vrije doorgang op de rijbaan minder dan 3 meter breed zou worden.

 

d

Het is verboden een voertuig te parkeren op de parkeerplaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°, c van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg behalve voor de voertuigen gebruikt door personen met een handicap die in het bezit zijn van een speciale kaart zoals bedoeld in artikel 27.4.1 of 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

25.1, 14°

 

Artikel 139

In geval van wijziging van het Koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3.3° van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties geldt de aangepaste tekst van voornoemd Koninklijk besluit van 9 maart 2014, in afwachting van de aanpassing van de artikelen 137 en 138.

Artikel 140

Voor de identificatie van de overtreder gelden de artikelen 67bis en 67ter van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, en artikel 33 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

 

Onderafdeling 3: Zone met beperkte parkeertijd (blauwe zone)

Artikel 141

§1. Elke bestuurder die, op een werkdag of op de dagen vermeld op de signalisatie, een auto, een vierwielige bromfiets, een driewieler met motor of een vierwieler met motor parkeert in een zone met beperkte parkeertijd, moet op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig een parkeerschijf aanbrengen, die overeenstemt met het model dat bepaald is door de Minister van Verkeerswezen.

Het betreft een gedepenaliseerde inbreuk (zie artikel 27.1.1 koninklijk besluit 1/12/1975).

Het begin en het einde van die zone worden aangeduid door een verkeersbord waaraan de zonale geldigheid wordt gegeven bedoeld in artikel 65.5 van het koninklijk besluit 1/12/1975 en die het verkeersbord E9a en de parkeerschijf weergeeft.

§2. De bestuurder moet de pijl van de parkeerschijf op het streepje plaatsen dat volgt op het tijdstip van aankomst.

Behalve wanneer bijzondere voorwaarden zijn aangebracht op de signalisatie, is het gebruik van de schijf voorgeschreven van 9 u. tot 18 u. op de werkdagen en voor een maximumduur van twee uren.

Het voertuig moet de parkeerplaats verlaten hebben uiterlijk bij het verstrijken van de vergunde parkeerduur.

§3. Bovenvermelde bepalingen gelden niet op de plaatsen waar één van de verkeersborden E9a tot E9g is aangebracht, tenzij deze aangevuld zijn met een onderbord waarop een parkeerschijf is afgebeeld.

§4. De beperkte parkeertijd, bedoeld in dit artikel (zie artikel 27.1 koninklijk besluit 1/12/1975) is niet van toepassing op de voertuigen die geparkeerd staan voor de inrij van eigendommen en waarvan het inschrijvingsteken van dit voertuig leesbaar op die inrij is aangebracht.

Artikel 142

Voor de identificatie van de overtreder gelden de artikelen 67bis en 67ter van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, en artikel 33 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.

Artikel 143

Inbreuken op artikel 141 worden bestraft met een gemeentelijke administratieve geldboete van maximaal 175 of 500 euro, naargelang de overtreder minderjarig of meerderjarig is, tenzij het parkeren valt onder de toepassing van een concessieovereenkomst.

 

AFDELING 31: Protocolakkoorden

Artikel 144

De gemengde inbreuken voorzien in de politiereglementen of verordeningen van de gemeente Maldegem

worden behandeld conform de protocolakkoorden betreffende de gemeentelijke administratieve sancties in

geval van gemengde inbreuken (betreffende verkeer en niet-verkeer), afgesloten tussen de Procureur des Konings en het college van burgemeester en schepenen, bekrachtigd door de gemeenteraad, zoals laatst gewijzigd. Deze protocolakkoorden leven alle wettelijke bepalingen na die betrekking hebben op de procedures voorzien voor de overtreders en schendt de rechten van de overtreders niet.

 

Artikel 145

Het algemeen politiereglement betreffende gemeentelijke administratieve sancties van 29 augustus 2013 werd opgeheven bij besluit van de gemeenteraad van 18 december 2014.

 

Artikel 2:

§1. Het algemeen politiereglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286. §1. 1° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.

§2. Het algemeen politiereglement wordt eveneens bekendgemaakt overeenkomstig artikel 15 van de Wet van 24 juni 2013. Dat gebeurt door publicatie op de gemeentelijke website en via het gemeentelijk infomagazine.

 

Artikel 3:

Dit gewijzigde algemeen politiereglement treedt in werking op 1 maart 2026.

 

Artikel 4

Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan:

         de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen,

         het provinciebestuur Oost-Vlaanderen - dienst juridische aangelegenheden - cel administratieve sancties,

         de korpschef van de politiezone Aalter/Maldegem

         de procureur des Konings te Gent

 

 

Publicatiedatum: 13/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 02 2026

 

OPENBARE ZITTING

 

 

14.  INTERGEMEENTELIJK SAMENWERKINGSVERBAND VENECO - INTEKENEN OP REGIOWERKING 2026-2031

 

Juridische gronden

        Artikel 28 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de vergaderingen van de gemeenteraad openbaar zijn;

        Artikel 40 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de gemeentelijke aangelegenheden;

        Artikel 41, 4° van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat volgende bevoegdheden niet aan het college van burgemeester en schepenen kunnen worden toevertrouwd: het oprichten van en het toetreden tot rechtspersonen en het beslissen tot oprichting van, deelname aan of vertegenwoordiging in agentschappen, instellingen, verenigingen en ondernemingen;

  22° de aan de gemeenteraad toegewezen bevoegdheden vermeld in deel 3, titel 3 houdende de intergemeentelijke samenwerking;

        Art. 396 t.e.m. 464 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, betreffende de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met rechtspersoonlijkheid;

          Het regiodecreet van 3 februari 2023.

 

Argumentatie

           Op vraag van de gemeenten-vennoten neemt Veneco de rol op van ondersteuner en facilitator van de regiowerking. De invulling van die rol wordt uiteengezet in het Ondernemingsplan 2025-2030 van Veneco, dat werd aangenomen in de algemene vergadering van 12 juni 2025. De coördinatie en ondersteuning van de regiowerking wordt bij Veneco opgenomen door een stafmedewerker;

        Doelstelling van de regiowerking is om ervaringen uit te wisselen tussen lokale besturen, expertise te delen, de belangen van de regio te behartigen en bijkomende financiering naar de regio te halen. Vaste fora zijn de burgemeestersoverleggen (respectievelijk Meetjesland en Leie-Schelde-Oostrand) en het Politiek Streekforum, waarbij Veneco instaat voor de voorbereiding, organisatie en opvolging. Daarnaast wordt op vraag van de lokale besturen ook gewerkt rond verschillende andere dossiers van subregionaal of regionaal belang;

        Onder de noemer ‘regiowerking’ valt ook de ondersteuning door de stafmedewerkers Mobiliteit van Veneco inzake de vervoerregio Gent. In dat kader zijn ook operationele taken aan Veneco overgedragen, zoals het in de markt zetten van een fietsdeelsysteem voor de ganse vervoerregio of het begeleiden van de gemeenten bij het realiseren van Hoppin-punten;

        De huidige samenwerkingsovereenkomst inzake regiowerking tussen Veneco en de gemeenten-vennoten loopt af op 31 december 2025. Met dit besluit wordt de continuering van de dienstverlening aan de gemeenteraad voorgelegd. Conform het Ondernemingsplan en het herwerkte financieel model van Veneco gebeurt de formalisering voortaan op eenzelfde manier als voor de andere aangeboden pakketten, namelijk met een beslissing van de Raad van Bestuur van Veneco (genomen in zitting van 3 december 2025) en van de colleges en gemeenteraden van de lokale besturen. Aangezien er geen verdere rechten en plichten voortvloeien uit dit engagement, wordt er voor de voorliggende periode 2026-2031 geen samenwerkingsovereenkomst meer opgemaakt.

 

Financiële implicaties

        De bijdrage voor het dienstverleningspakket ‘regiowerking’ werd door de Raad van Bestuur vastgesteld op 0,45 euro per inwoner, jaarlijks te indexeren met 2%. Dit bedrag omvat de personeels- en werkingskosten en de toegewezen overheadkosten. Het detail van de berekening is terug te vinden in het uittreksel van de Raad van Bestuur in bijlage. De kredieten werden voorzien in de meerjarenbegroting;

        De voor een dienstjaar begrote kosten worden na de afsluiting van de boekhouding van Veneco vergeleken met de reële kosten. Het verschil ontstaan in boekjaar n wordt verrekend in het boekjaar n+1.

 

Besluit

 

25 stemmen voor: Danté Basslé, Koenraad De Ceuninck, Annelies Lammertyn, Peter Van Hecke, Marten De Jaeger, Anneke Gobeyn, Valerie Taeldeman, Jason Van Landschoot, Wim Swyngedouw, Nicole Maenhout, Leandra Decuyper, Kiran Van Landschoot, Timothy De Groote, Ineke Hebbrecht, Henk Deprest, Cedric De Smet, Leen Anthuenis, Robin Van Kerschaver, Lut D´Hondt, Dino Lateste, Patrice Timmerman, Emma De Smet, Maxim Vandemoere, Christiaan Verstrynge en Rik Vandenberghe

 

 

Artikel 1

De gemeenteraad beslist om voor de periode 2026-2031 in te tekenen op het dienstverleningspakket ‘regiowerking’ aangeboden door Veneco.

 

Artikel 2

De gemeenteraad gaat akkoord met de uitbetaling van de jaarlijkse gemeentelijke bijdrage van 0,45 euro per inwoner (bedrag voor 2026, jaarlijks te indexeren met 2%).

 

Artikel 3

Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan Veneco, Panhuisstraat 1, 9070 Destelbergen.

 

 

Publicatiedatum: 13/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 02 2026

 

OPENBARE ZITTING

 

 

15.  ELISABETHSTRAAT - OVERNAME GROND VAN WOONMAATSCHAPPIJ DIMENSA - GOEDKEURING VAN DE AKTE

 

Juridische gronden

        De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.

        Artikel 28 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat dit punt in openbare zitting behandeld wordt.

        Artikel 40 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid ten aanzien van de gemeentelijke aangelegenheden.

        Artikel 41 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat volgende bevoegdheden niet aan het college van burgemeester en schepenen kunnen worden toevertrouwd:

 11° het stellen van daden van beschikking met betrekking tot onroerende goederen

 

Feiten

           De sociale bouwmaatschappij Volkshaard kocht op 30 augustus 2017 een perceel grond ter hoogte van de parking voor CC  Den Hoogen Pad aan het OCMW van Maldegem voor de bouw van een sociaal woningenproject.

 

Argumentatie

           In zitting van 15 oktober 2019 verleende het schepencollege de Volkshaard een omgevingsvergunning voor het bouwen van een appartementsgebouw met 21 woongelegenheden en een ondergrondse parkeergarage voor 16 wagens.

           Op 30 mei 2023 werd De Volkshaard de sociale woonmaatschappij Dimensa. 

           Na de voltooiing van de bouwwerken wenst Dimensa het toekomstige openbare domein omheen het bouwproject over te dragen aan de gemeente Maldegem.

           Het studieburo Goegebeur, Kestelstraat 2 te 9880 Aalter stelde op 19 november 2025 het plan overdracht openbaar domein op voor het perceeltje met een oppervlakte van 862 m² en gereserveerd individueel perceelsidentificatienummer 43001 H 1164 B P0000.

           Gelet op de ontwerpakte Elisabethstraat - overname grond Dimensa.

           Op voorstel van het college van burgemeester en schepenen.

           De algemeen directeur herinnert aan alle feitelijke en wettelijke bepalingen.

 

Financiële weerslag

        Geen weerslag op de gemeentelijke meerjarenplanning 2026 - 2031.

 

Besluit

 

25 stemmen voor: Danté Basslé, Koenraad De Ceuninck, Annelies Lammertyn, Peter Van Hecke, Marten De Jaeger, Anneke Gobeyn, Valerie Taeldeman, Jason Van Landschoot, Wim Swyngedouw, Nicole Maenhout, Leandra Decuyper, Kiran Van Landschoot, Timothy De Groote, Ineke Hebbrecht, Henk Deprest, Cedric De Smet, Leen Anthuenis, Robin Van Kerschaver, Lut D´Hondt, Dino Lateste, Patrice Timmerman, Emma De Smet, Maxim Vandemoere, Christiaan Verstrynge en Rik Vandenberghe

 

 

Artikel 1:

De gemeenteraad keurt de volgende ontwerpakte overname grond Dimensa in de Elisabethstraat goed:

 

AKTE OVERDRACHT ONROERENDE GOEDEREN MET BESTEMMING OPENBAAR DOMEIN

 

Op,  datum , voor mij,  Koenraad De Ceuninck,  burgemeester van de gemeente Maldegem, handelend krachtens het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en de beslissing van de gemeenteraad van 26 februari 2026.

 

Zijn verschenen:

 

Enerzijds:

 

De Besloten Vennootschap “DIMENSA Woonmaatschappij” (voorheen Volkshaard), met adres van de zetel gevestigd is te Gent, Raven­steinstraat 12, met ondernemingsnummer btw be0400.067.887 RPR Gent afdeling Gent. Vennootschap opgericht krachtens onderhandse akte van drie januari 1928, bekendgemaakt in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van twintig januari 1928 onder nummer 897. De statuten werden meermaals gewijzigd en voor de laatste maal ingevolge de notulen opgesteld door notaris Stijn Raes te Gent, op 30 mei 2023, waarvan een uittreksel werd bekendgemaakt in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad van 14 juni daarna, onder het nummer 23356070.

De vennootschap werd op 1 december 1927 erkend door de Nationale Maatschappij voor de Huisvesting (N.M.H.) onder nr. 416 en op 19 maart 1991 door de Vlaamse Huisvestings­maatschappij (V.H.M.) onder nummer 416. De duur van de vennootschap is onbepaald.

Hier vertegenwoordigd door de heer Hans Irène Cécile Roger HEYSE, wonende te 9810 Nazareth, Sterrenbosstraat 48, aangesteld ingevolge een bijzondere authentieke volmacht, opgesteld overeenkomstig artikel 20 van de statuten, verleden en afgesloten voor notaris Stijn Raes te Gent op 12 juni 2023 (waarvan een afschrift werd gehecht aan de akte verleden voor notaris Stijn Raes, te Gent, met tussenkomst van notaris Bernard Desmet, te Nazareth, op 14 november 2023, overgeschreven op het kantoor Rechtszekerheid Gent2 op 21 november daarna, onder referte 68-T-21/11/2023-16332).

 

Hierna genoemd ‘de overdrager’

 

Anderzijds:

 

De gemeente Maldegem, waarvan de burelen gevestigd zijn te 9990 Maldegem, Markt 7, met ondernemingsnummer 0207.448.554, hier vertegenwoordigd door:

  1. De heer Danté Basslé, geboren te Knokke-Heist op 6 mei 2004, RRNR. 04.05.06-123.39 wonende Vakebuurtstraat 308/B, Voorzitter van de gemeenteraad

 

  1. Mevrouw Britt Donna Schoupe, geboren te Halle op 23 januari 1987, RRNR. 87.01.23-226.45, wonende te 8301 Knokke-Heist, Sloep 9,  Algemeen Directeur en

handelend in uitvoering van een beslissing van de gemeenteraad van Klik of tik om een datum in te voeren.. Deze beslissing is definitief geworden ten gevolge van het verstrijken van de termijn waarover de toezichthoudende overheid beschikt om de beslissing te schorsen of te vernietigen.

 

Hierna genoemd ‘de verkrijger’

 

Artikel 1 – OVERDRACHT van algemeen nut

De overdrager verklaart dat de uitvoering van de wegenis- en andere infrastructuurwerken voor het project gelegen te Elisabethstraat gesubsidieerd werd op basis van artikel 5.23, 2° van de Vlaamse Codex Wonen (VCW). Hiertoe is het noodzakelijk dat deze infrastructuurwerken, samen met de grond waarin of waarop ze zijn uitgevoerd, met toepassing van artikel 5.24 van de VCW, worden overgedragen aan de verkrijger, om in het gemeentelijk openbaar domein te worden opgenomen.

De overdrager verklaart dat de huidige overdracht kadert binnen de verplichting, vermeld in de eerste paragraaf. Om die reden gebeurt deze overdracht om algemeen nut.

 

Artikel 2 – BESCHRIJVING van het goed

De overdrager draagt het hieronder beschreven goed in volle eigendom over aan de verkrijger, die aanvaardt.

 

Gemeente Maldegem – vijfde afdeling – Adegem- eerste  -  afdeling

  1. Een grond met oppervlakte van 862 m²  33 dm², gelegen te Kerkwijk, gekadastreerd als sectie H, met nummer 1164 A00 P0000, zoals afgebeeld op het plan van opmeting en afpaling, opgemaakt te Aalter   op 19 november 2025 door het studieburo Goegebeur, Kestelstraat 2. Dit plan zal als dusdanig en ongewijzigd door de partijen en de instrumenterende ambtenaar “ne varietur” worden ondertekend en als bijlage bij deze akte gehecht blijven.

 

De overdrager bevestigt dat dit plan is opgenomen in de databank van plannen van afbakening van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie, onder referentienummer 43001/10823, en met gereserveerd perceelnummer 43001 H 1164/00 B00 P0000 en verklaart dat het nadien niet meer gewijzigd werd.

 

  1. De wegenis- en andere infrastructuurwerken,  uitgevoerd in en op de in punt 1 vermelde grond.

 

Hierna genoemd ‘het goed’.

 

Artikel 3 – oorsprong van eigendom

Het goed hoort toe aan de overdrager. Het werd voorheen verkregen,

 

  1. deel uitmakend van een grotere oppervlakte, bij akte van aankoop verleden door notaris Christian Vanhyfte van de vennootschap “Vanhyfte – Vandevelde, geassocieerde notarissen” BV BVBA, met zetel Westeindestraat 30 – 32 bus 32   op dertig augustus 2017  te  Maldegem, geregistreerd op het Registratiekantoor Gent 2 op 13 september 2017, Register OBA (5) Boek O Blad O Vak 19279 (Bijlage geregistreerd op het Registratiekantoor Gent 2 op 17 december 2017, Register OA (6) Boek O Blad 100 Vak 4885) en overschrijving door de Hypotheekbewaring Gent II op 13 september 2017 referentie 68 – T – 13/09/2017 – 13795.     

 

De verkrijger verklaart genoegen te nemen met de oorsprong van eigendom zoals hierboven aangegeven en eist van de overdrager geen andere titel dan een uitgifte van deze akte.

 

Artikel 4 – Bodemdecreet

De overdrager verklaart:

 

  1. dat het goed bij zijn weten geen risicogrond is in de zin van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006.

 

  1. dat de verkrijger vóór het sluiten van deze overeenkomst op de hoogte is gebracht van de inhoud van het bodemattest afgeleverd door de OVAM op 03/12/2025 De inhoud van dit bodemattest luidt:

1 Kadastrale gegevens

Datum toestand op : 01.01.2025

Afdeling: 43001 maldegem 5 afd/Adegem1/

Sectie: H

Nummer: 1164/00A000

2 Inhoud van het bodemattest

Deze grond is niet opgenomen in het grondeninformatieregister.

2.0 extra informatie

Meer informatie over de aanpak van PFAS-verontreiniging en de stand van het onderzoek, en de bijhorende no regret-maatregelen vindt u op https:\\www.vlaanderen.be/pfas-vervuiling.

2.1 informatie uit de gemeentelijke inventaris

De OVAM heeft geen aanwijzingen dat deze grond een risicogrond is.

2.2 uitspraak over de bodemkwaliteit

Er zijn geen aanwijzingen bij de OVAM dat op deze grond een bodemverontreiniging voorkomt.

2.3 bijkomende adviezen en/of bepalingen

Er zijn geen gebruiksadviezen of gebruiksbeperkingen van toepassing op deze grond. Voor grondverzet dient er pas vanaf een volumen van 250 m³ een technisch verslag opgemaakt te worden.

Dit bodemattest vervangt alle vorige bodemattesten.

3 Opmerkingen

Voor meer informatie: ovam.vlaanderen.be/het-bodemattest

Meer informatie over de gegevensstromen die door de OVAM worden gebruikt, vindt u op ovam.vlaanderen.be/disclaimer.

Maatregelen opgelegd of van toepassing buiten het kader van het Bodemdecreet worden niet vermeld op het bodemattest. Hiervoor kunt u best contact opnemen met uw lokaal bestuur.

De OVAM staat niet in voor de juistheid van de aan haar verstrekte gegevens.

Te Mechelen, 03.12.2025

 

  1. geen weet te hebben van bodemverontreiniging die schade kan berokkenen aan de verkrijger of aan derden, of die aanleiding kan geven tot een saneringsverplichting, tot gebruiksbeperkingen of tot andere maatregelen die de overheid in dit verband kan opleggen.

 

Voor zover de voorgaande verklaringen door de overdrager te goeder trouw afgelegd werden, neemt de verkrijger de risico’s van eventuele bodemverontreiniging, eventuele gebruiks- of bestemmingsbeperkingen en/of voorzorgsmaatregelen op zich, alsook de eventuele schade, zowel als de kosten van bodemsaneringswerken die daaruit zouden kunnen voortvloeien. De verkrijger verklaart dat hij de overdrager hiervoor tegenover hem tot geen vrijwaring zal zijn gehouden.

 

Conform artikel 117 van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 vermeldt de instrumenterend ambtenaar dat de bepalingen van afdeling II van dit decreet werden toegepast.

 

Artikel 5 - Stedenbouwkundige inlichtingen

De instrumenterend ambtenaar vermeldt, overeenkomstig artikel 5.2.1, § 1, eerste lid van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna ‘de Vlaamse Codex’):

        dat er voor het onroerend goed volgende omgevingsvergunningen voor stedenbouwkundige handelingen zijn uitgereikt:

        stedenbouwkundige vergunning

Beschrijving:

nieuwbouw van appartementsgebouw met 21 sociale huurappartementen en ondergrondse parkeergarage voor 16 wagens.

Referentie:

43010_2016_12565

Gemeentelijk dossiernummer:

17727

Beslissing eerste aanleg:

Vergund

Datum beslissing:

27/03/2017

Vergunningverlenende overheid:

College van burgemeester en schepenen

 

 

Einddatum:

Bron: Lokaal bestuur (bevraagd 23/01/2026)

Omgevingsvergunning

31/01/2022

Beschrijving:

bouwen van appartementsgebouw met 21 woongelegenheden en ondergrondse parkeergarage voor 16 wagens

OMV-nummer:

OMV_2019073091

Project type:

Aanvraag omgevingsproject

 

Lopende procedure:

Beslissingen:

Geen lopende procedure

Datum beslissing:

15/10/2019

Type:

Voorwaardelijk vergund

Instantie:

College van burgemeester en schepenen

 

Omgevingsvergunning:

Beschrijving: tijdelijke bemaling

OMV-nummer: OMV_2021137374

Project type: Melding omgevingsproject

 

De instrumenterende ambtenaar verwijst, overeenkomstig artikel 5.2.1, § 1, derde lid van de Vlaamse Codex naar artikel 4.2.1 van diezelfde Vlaamse Codex betreffende de vergunningsplichtige handelingen, hierna letterlijk geciteerd:

 

‘Niemand mag zonder voorafgaande omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen :

1° de hiernavolgende bouwwerken verrichten, met uitzondering van onderhoudswerken :

a) het optrekken of plaatsen van een constructie,

b) het functioneel samenbrengen van materialen waardoor een constructie ontstaat,

c) het afbreken, herbouwen, verbouwen en uitbreiden van een constructie;

2° met bomen begroeide oppervlakten, vermeld in artikel 3, § 1 en § 2, van het bosdecreet van 13 juni 1990 ontbossen, zoals vermeld in artikel 4, 15°, van dat decreet;

3° bomen die op een hoogte van één meter boven het maaiveld een stamomtrek van één meter hebben, en geen deel uitmaken van de oppervlakten, vermeld in 2°, vellen;

4° het reliëf van de bodem aanmerkelijk wijzigen, onder meer door de bodem aan te vullen, op te hogen, uit te graven of uit te diepen waarbij de aard of de functie van het terrein wijzigt;

5° een grond gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten voor :

a) het opslaan van gebruikte of afgedankte voertuigen, of van allerlei materialen, materieel of afval,

b) het parkeren van voertuigen, wagens of aanhangwagens,

c) het plaatsen van één of meer verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt, in het bijzonder woonwagens, kampeerwagens, afgedankte voertuigen en tenten, met uitzondering van het kamperen op een toeristisch logies dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4 van het decreet van 5 februari 2016 betreffende het toeristische logies;

6° de hoofdfunctie van een bebouwd onroerend goed geheel of gedeeltelijk wijzigen, indien de Vlaamse Regering deze functiewijziging als vergunningsplichtig heeft aangemerkt;

7° een woning opsplitsen of in een gebouw het aantal woongelegenheden die hoofdzakelijk bestemd zijn voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande wijzigen, ongeacht of het gaat om een eengezinswoning, een etagewoning, een flatgebouw, een studio of een al dan niet gemeubileerde kamer;

8° recreatieve terreinen aanleggen of wijzigen, onder meer een golfterrein, een voetbalterrein, een tennisveld of een zwembad;

9° een publiciteitsinrichting plaatsen of aanbrengen.’

 

ARTIKEL 6 _ ONROEREND ERFGOED

Beschermd erfgoed[1]

De overdrager verklaart dat het onroerend goed, voorwerp van deze overeenkomst, niet beschermd is.

 

Geïnventariseerd erfgoed[2]

De overdrager verklaart dat het goed niet is opgenomen in de landschapsatlas, noch in de inventaris archeologische zones, de inventaris bouwkundig erfgoed, de inventaris van houtige beplantingen met erfgoedwaarde of de inventaris van historische tuinen en parken. Hij verklaart hierover nooit enige betekening of kennisgeving te hebben ontvangen.

 

ARTIKEL 7 - WATERTOETS - OVERSTROMINGSGEBIED

Na opzoeking door ondergetekende instrumenterende ambtenaar van de overstromingskaarten van Geo Vlaanderen blijkt dat het goed:

        Niet gelegen is in mogelijk of effectief overstromingsgevoelig gebied zoals vastgesteld door de Vlaamse regering

 

ARTIKEL 8- STAAT VAN HET GOED

Het goed wordt overgedragen:

 

  1. vrij, onbelast en zuiver van alle bevoorrechte of hypothecaire lasten, inschrijvingen en overschrijvingen;

 

  1. in de staat en op de plaats waar het zich bevindt bij de ingenottreding door de verkrijger, die verklaart het bedoeld onroerend goed grondig te kennen;

 

  1. met alle erfdienstbaarheden die het goed zouden kunnen bezwaren of bevoordelen waarbij de verkrijger de voordelen kan verwerven en zich tegen de nadelen kan beschermen;

 

Er wordt door de overdrager geen enkele waarborg gegeven wat betreft de juiste oppervlakte of configuratie van het goed. Elk verschil in oppervlakte, zelfs als het meer dan een twintigste bedraagt, maakt verlies of winst uit voor de verkrijger zonder dat er uit dien hoofde enige rechtsvordering kan ingesteld worden noch door de verkrijger, noch door de overdrager.