Zitting van 25 09 2025
OPENBARE ZITTING
3. WIJZIGING VAN HET ALGEMEEN POLITIEREGLEMENT MALDEGEM: ACTUALISATIE
Juridische gronden
● De wet van 19 juli 2018 tot wijziging van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties wat de verkeersinbreuken betreft die het voorwerp kunnen uitmaken van gemeentelijke en administratieve sancties;
● De wet van 11 december 2023 tot wijziging van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, van de Nieuwe Gemeentewet en van de wet van 15 mei 2007 tot instelling van de functie van gemeenschapswacht, tot instelling van de dienst gemeenschapswachten en tot wijziging van artikel 119bis van de Nieuwe Gemeentewet.
● Artikel 28 § 1 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat dit punt in openbare zitting behandeld wordt.
● Artikel 40 § 3 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 waarin wordt bepaald dat de gemeenteraad de gemeentelijke reglementen vaststelt.
● Algemeen Politiereglement Maldegem vastgesteld door de gemeenteraad op 18 december 2014, zoals laatst gewijzigd door de gemeenteraad op 27 februari 2025.
Feiten en argumentatie
● De in 2024 gewijzigde GAS-wet strekt ertoe de oude regelgeving inzake de gemeentelijke administratieve sancties te moderniseren en te verduidelijken:
○ Door de toepassing van de GAS-wet op het terrein vielen enkele onvolkomenheden op. Dit noodzaakte de aanpassing van een aantal wetsartikelen. Het gaat om beperkte ingrepen om de toepassing van de GAS-wet in de dagdagelijkse praktijk te vergemakkelijken.
○ Sommige bepalingen van de GAS-wet moesten aangepast worden aan de nieuwe regelgeving ter bescherming van persoonsgegevens.
● Naar aanleiding hiervan dient het Algemeen Politiereglement Maldegem te worden geactualiseerd in afwachting van de eventuele vernieuwing van het reglement of tot het reglement omgevormd wordt in een intergemeentelijk politiereglement.
● Onderstaand worden de wijzigingen opgesomd die het mogelijk maken om het Algemeen Politiereglement te conformeren aan hogere regelgeving en om nieuw lokaal beleid te handhaven met GAS:
1. Wijzigingen m.b.t. maximaal GAS-boetebedrag meerderjarige overtreder
○ Door de wetswijziging wordt het mogelijk om het boetebedrag voor louter administratieve en gemengde inbreuken gepleegd door meerderjarigen op te trekken tot maximaal € 500,00. Dit betreft een verhoging van max. € 350,00 naar € 500,00 voor meerderjarigen (art. 3, 1° wet 11.12.2023 juncto art. 4 GAS-wet).
○ Voor minderjarigen blijft het maximale boetebedrag geplafonneerd op € 175,00. Ook het grensbedrag van € 70,00 om mondeling verweer aan te tekenen blijft behouden.
○ In de memorie van toelichting wordt de noodzaak van verhoging voor meerderjarigen toegelicht. Een verhoging van het maximale boetebedrag zal toelaten het bedrag van de geldboete optimaal te moduleren in functie van de aard van de feiten en eventuele herhaling. (…) Naast preventieve en sensibiliserende acties, is handhaving zeer belangrijk waarbij doeltreffende, evenredige en afschrikkende boetes voor overtreders noodzakelijk zijn in de bestrijding van dit fenomeen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de aanpak van zwerfvuil en sluikstorten waarvoor in Vlaanderen een GAS-boete kan opgelegd worden. Samen met bijvoorbeeld lawaaihinder zijn dit inbreuken die de burger als zeer storend ervaart en waarbij hogere boetes kunnen bijdragen tot een efficiëntere aanpak van deze vormen van overlast.
○ De memorie van toelichting onderlijnt dat het maximum bedrag van € 500,00 slechts uitzonderlijk kan worden opgelegd. De administratieve boete moet immers proportioneel zijn in functie van de zwaarte van de feiten en eventuele herhaling.
○ Deze wetswijziging impliceert een tweeledige aanpassing in het Algemeen Politiereglement met name in artikel 6 en artikel 143.
● 2. Wijzigingen m.b.t. bemiddelingsprocedure
○ Wijziging terminologie:
■ Ten gevolge van de GAS-wetswijziging zijn de woorden “vader(s), (en) moeder(s), voogden en personen die de hoede hebben over de minderjarige” vervangen door de woorden “iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige”. Er werd in de aangepaste GAS-wet geopteerd voor een algemene verwijzing naar de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen over de minderjarige. Zowel in het geval er sprake is van meerdere personen die het ouderlijk gezag uitoefenen als de gevallen met slechts één titularis van het ouderlijk gezag (art. 7 wet 11.12.2023 juncto art. 14, 15, 16, 17, 18, 19, 22, 25, 27, 31 en 44 GAS-wet).
■ Dit vereist een aantal terminologische aanpassingen, namelijk de volgende artikels in het Algemeen Politiereglement: artikel 9/1§4, 9/4, 9/5§2.
■ Daarnaast beoogt de wetswijziging ook een aanpassing van het begrip “lokale bemiddeling”. Het gebruik van de term zou verward kunnen worden met buurtbemiddeling. In de aangepaste GAS-wet wordt de term “GAS-bemiddeling” gebruikt. Het is duidelijk dat de afkorting GAS dan staat voor gemeentelijke administratieve sancties (art. 3, 2°; 4, 1°; 5; 8; 11 wet 11.12.2023 juncto art. 4, 8, 18 GAS-wet).
■ Dit vereist een aantal terminologische aanpassingen, namelijk volgende artikels in het Algemeen Politiereglement: artikel 9/3, artikel 6.
○ Wijziging voorwaarden aanbod GAS-bemiddeling:
■ De voorwaarden om GAS-bemiddeling aan een meerderjarige overtreder voor te stellen werden als volgt aangepast:
● De instemming van de overtreder kan zowel aan de sanctionerend ambtenaar als aan de bemiddelaar gegeven worden (art. 6, 1° wet 11.12.2023 juncto art. 12, §1, 2° GAS-wet).
● De voorwaarde dat een slachtoffer geïdentificeerd moet worden werd opgeheven. (art. 6, 2° wet 11.12.2023 juncto art. 12, §1, 3° GAS-wet)
● Ten gevolge hiervan wordt een derde lid voorzien in artikel 9/3 van het Algemeen Politiereglement als volgt: “De bemiddelingsprocedure kan pas worden aangevat indien de overtreder hiermee instemt en deze instemming meedeelt aan de sanctionerend ambtenaar of de bemiddelaar.”
■ Wijziging bijkomende termijn tot opleggen GAS-sanctie na bemiddeling:
● De wetswijzing heeft in één welbepaald geval de termijn voor het opleggen van de administratieve geldboete verlengd.
● Voor het welslagen van de bemiddeling is het belangrijk dat de bemiddelaar voldoende tijd heeft om de bemiddeling naar behoren uit te voeren. Het gebeurt dat een overtreder die het slachtoffer wenst te vergoeden om afbetalingstermijnen vraagt. In de gevallen dat er een termijn wordt afgesproken en op verzoek van de bemiddelaar, is het mogelijk dat de termijn van 12 maanden om een boete op te leggen, wordt verlengd tot 15 maanden. Deze termijn vangt aan op het ogenblik van de vaststelling van de feiten (art. 15 wet 11.12.2023 juncto art. 26, §2, nieuw derde lid GAS-wet).
● Het is wenselijk om de bewoordingen van artikel 6§2 van het Algemeen Politiereglement aan te vullen als volgt: “ §2. Na het verstrijken van de wettelijk voorziene termijn kan geen gemeentelijke administratieve sanctie meer worden opgelegd. Deze termijn bedraagt 6 maanden en neemt een aanvang op het moment van de vaststelling. Ingeval in een dossier een bemiddelingsaanbod gebeurt, bedraagt deze termijn 12 maanden. "Als er een GAS-bemiddeling plaatsvindt waarbij in het akkoord bepaalde termijnen worden afgesproken, dan geldt een afwijkende regeling: op verzoek van de bemiddelaar moet de sanctionerend ambtenaar zijn beslissing nemen en meedelen aan de betrokkene binnen 15 maanden na de vaststelling van de feiten.”
■ Wijziging rechten slachtoffer/benadeelde:
● De wetswijzing beoogt de verbetering van de rechten van slachtoffers in de GAS-procedure. Indien het dossier voor bemiddeling wordt doorverwezen en de overtreder de bemiddeling weigert of de bemiddeling niet succesvol verloopt, dient het slachtoffer door de sanctionerend ambtenaar ingelicht te worden over de mogelijkheden om zijn rechten langs de burgerrechtelijke weg te doen gelden (art. 17 wet 11.12.2023 juncto art. 28, nieuw tweede lid GAS-wet).
● Aan deze informatieverplichting kan voldaan worden door een standaardbrief te versturen. In samenspraak tussen de sanctionerend ambtenaren en bemiddelaars van de stad Gent werd een standaardbrief opgemaakt.
● Deze nieuwe informatieverplichting kan in het Algemeen Politiereglement opgenomen worden in een aanvullend nieuw vierde lid in artikel 9/3 conform het nieuwe tweede lid van artikel 28 van de gewijzigde GAS-wet.:“Indien het dossier voor GAS-bemiddeling wordt doorverwezen en de overtreder de bemiddeling weigert of de bemiddeling niet succesvol verloopt, dient het slachtoffer door de sanctionerend ambtenaar ingelicht te worden over de mogelijkheden om zijn rechten langs de burgerrechtelijke weg te doen gelden."
● 3. Wijzigingen rond 'evenementen'
○ In functie van het handhaven van bepalingen opgenomen in het evenementenkader dat werd goedgekeurd door het college op 14 januari 2025, dienen volgende artikelen gewijzigd te worden in het Algemeen Politiereglement:
○ Onder afdeling 1: Definities, artikel 13 openbare bijeenkomst: de term en de definitie van openbare bijeenkomst wordt vervangen door 'openbaar evenement' en wordt als volgt gedefinieerd:
■ Elke tijdelijke bijeenkomst waaraan iedereen kan deelnemen. Dit kan zowel op een openbare plaats, de openbare weg, een privélocatie of een combinatie hiervan zijn. Dit kan zowel gebeuren in openlucht (d.i. ook tent) als in een overdekte plaats, al dan niet mits betalen van toegangsgeld.
■ In het verdere reglement wordt de term 'bijeenkomst' vervangen door 'evenement':
● De titel van Afdeling 2 wordt vervangen door 'Evenementen'
● Afdeling 2, Onderafdeling 1 en 2, wijziging in de titel
● Artikelen 14, 15, 16, 17, 18, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 28, 42, 44, 64/1, 99
● Afdeling 5, Onderafdeling 9, wijziging in de titel
○ De terminologie 'toelating' wordt in de context van de organisatie van een evenement vervangen door 'vergunning', het betreft volgende artikelen:
■ artikelen 14, 15, 23
■ in artikel 22 naast 'toelating' ook het woord 'vergunning' toegevoegd, omdat je voor het reserveren van een zaal een toelating nodig hebt, maar dat niet altijd om een openbaar evenement gaat waarvoor een echte vergunning vereist is.
○ Omdat het 'Aanvraagformulier fuiven en evenementen' niet meer wordt gebruikt, wordt de term vervangen door de term 'evenementenaanvraag' in artikelen 15 en 23.
○ Artikel 16 en artikel 24 wijzigen als volgt:
■ "Indien het noodzakelijk is om een aantal zaken te bevragen of verduidelijken, kan bijkomend een coördinatievergadering georganiseerd worden met alle betrokkenen. Dit kan zowel op vraag van het lokaal bestuur Maldegem als van de organisator en gebeurt vóór de definitieve beoordeling van de aanvraag.
■ Op deze coördinatievergadering zullen naast de organisator alle andere betrokken partners aanwezig zijn.
■ De gemaakte afspraken worden geformaliseerd in een verslag."
○ Artikelen 19 en 27 worden geschrapt, gelet op het bestaan van artikel 40 dat dezelfde inhoud behandelt.
○ Voor de handhaving van de naleving van geluidsnormen op evenementen dient artikel 51 (Afdeling 5: bestrijding van geluidshinder, onderafdeling 9: openbare evenementen in open lucht en in niet-ingedeelde inrichtingen) te worden vervangen overeenkomstig het evenementenkader:
■ "Het geluidsniveau bij openbare evenementen dient te voldoen aan de voorwaarden opgenomen in de vergunning van het evenement conform volgende normen:
■ §1. Niet-elektronisch versterkte muziek: Indien het geluidsniveau van de muziek niet hoger is dan 85 dB(A) LAeq, 15min (vergelijkbaar met zachte achtergrondmuziek), volstaat naleving van artikel 43 van het politiereglement.
■ §2. Elektronisch versterkte muziek: Het gebruik van elektronisch versterkte muziek valt onder de Vlaamse milieuregelgeving (VLAREM). Afhankelijk van het geluidsniveau en de aard van het evenement gelden volgende bepalingen:
● Volume tussen 85 dB(A) en 100 dB(A) LAeq, 15min:
○ Moet worden aangegeven in de evenementenaanvraag.
○ Het geluidsniveau mag nooit hoger zijn dan 100 dB(A) LAeq, 60min.
○ Binnenlocaties (zaal, café, lokaal): maximaal 12 evenementen per jaar, en 2 per maand.
○ Openlucht of tenten: geen beperking op aantal evenementen.
● Vanaf 95 dB(A) LAeq, 15min: gratis oordopjes verplicht beschikbaar voor het publiek.
■ §3. Geluidsmeting en registratie
● Volume tussen 85 dB(A) en 95 dB(A) LAeq, 15min:
○ Continu geluidsmeting vereist.
○ Volume moet zichtbaar zijn voor de bediener van de installatie.
● Volume tussen 95 dB(A) en 100 dB(A) LAeq, 60min:
○ Continu geluidsmeting én registratie vereist.
○ Start registratie 15 minuten vóór de eerste muziekactiviteit (inclusief soundcheck) en eindigt 15 minuten na de laatste activiteit.
○ Geluidsmeter kan gereserveerd worden via de gemeentelijke uitleendienst.
○ Registratiegegevens moeten binnen 7 dagen digitaal bezorgd worden aan de uitleendienst (Bloemestraat 45, 9990 Maldegem – uitleendienst@maldegem.be).
■ §4. Affichering van geluidsniveau
● Vanaf meer dan 85 dB(A) LAeq, 15min: Maximaal toegestane geluidsniveau moet zichtbaar geafficheerd worden aan de ingang en aan de mengtafel.
● Vanaf meer dan 95 dB(A), 15min: Ook het niveau in LAeq, 60min moet geafficheerd worden op dezelfde plaatsen.
■ §5. Toegestane speelduur
● Afhankelijk van de dag waarop het evenement plaatsvindt:
○ Zondag t.e.m. donderdag: tot 22.00 uur
○ Vrijdag: tot 2.00 uur
○ Zaterdag: tot 4.00 uur
○ Vooravond van een feestdag: wordt als zaterdag beschouwd
○ Meerdaagse evenementen: slechts één avond tot 4.00 uur toegestaan; keuze ligt bij de organisator
○ Uitzonderingen voor jaarlijkse Maldegemse evenementen: mits aanvraag via het evenementenformulier en goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen
■ §6. Afbouwschema bij hoge volumes
● Bij evenementen met muziek vanaf 90 dB(A) LAeq, 15min en 108 dB(C) LCeq, 15min (toetsingswaarde: 102 dB(A) LAmax Slow), moet het afbouwschema gevolgd worden.
● Tijdens de laatste 30 minuten (bij evenementen die niet tot 4.00 uur duren) geldt een verlaagd geluidsniveau van 85 dB(A) LAeq, 15min en 98 dB(C) LCeq, 15min (toetsingswaarde: 92 dB(A) LAmax Slow), als signaal dat het evenement ten einde loopt."
● 4. Wijzigingen rond 'Milieu'
○ Voor de uitvoering van de minimale beleidsacties voor lokale besturen van het "Lokaal Materialenplan: Uitvoeringsplan huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval 2023-2030" dient een §4 toegevoegd te worden aan artikel 115 van het Algemeen Politiereglement. Dit kan omschreven worden als volgt:
■ "Volgende inrichtingen worden verplicht afvalrecipiënten te plaatsen en het zwerfvuil in de omgeving van hun inrichting op te ruimen:
● Inrichtingen die voedingsmiddelen, dranken, tabaksproducten of andere consumptieproducten met eenmalige verpakkingen verkopen of aanbieden die buiten de inrichting onmiddellijk kunnen worden verbruikt.
● Tijdelijke inrichtingen (bv. markten, kermissen, braderijen, circussen, etc.) die voedingsmiddelen, dranken, tabaksproducten of andere consumptieproducten met eenmalige verpakkingen verkopen of aanbieden die buiten de inrichting onmiddellijk kunnen worden verbruikt.
■ Volgende afvalrecipiënten dienen beschikbaar te zijn bij bovenstaande inrichtingen: PMD, GFT, papier & karton, en restafval. Bovenstaande inrichtingen dienen het zwerfvuil op te ruimen binnen een straal van 10 m van de inrichting."
○ Naar aanleiding van de start van GFT ophaling vanaf 1 januari 2026 wordt artikel 116 aangepast en aangevuld als volgt:
■ §1. wordt aangevuld met "en GFT (bioafval of organisch-biologisch afval) vanaf 1 januari 2026"
■ §4. wordt toegevoegd als volgt:
● "Onder 'GFT' wordt verstaan: afval dat afkomstig is van het gescheiden ingezamelde organische deel van het huishoudelijk afval. Het omvat composteerbaar keukenafval, dus ook vlees- en visresten, bereide etenswaren, enz. en het gedeelte van het tuinafval dat bestaat uit niet-houtig, fijn materiaal:
○ Schillen en resten van fruit, groenten en aardappelen
○ Dierlijk en plantaardig keukenafval en etensresten
○ Broodresten
○ Koffiedik, papieren koffiefilter
○ Papier van keukenrol
○ Noten, pitten
○ Vlees- en visresten, schaaldierresten (uitgezonderd schelpen zoals mosselschelpen, oesterschelpen…)
○ Vaste zuivelproducten
○ Eieren, eierschalen
○ Fijn tuin- en snoeiafval (bladeren, gras, onkruid, haagscheersel)
○ Kamer- en tuinplanten (inclusief potgrond)
○ Schaafkrullen en zaagmeel van onbehandeld hout
○ Mest van kleine huisdieren
○ Tevens worden §4, §5 en §6 hernummerd naar respectievelijk §5, §6 en§7 en wordt §4 van artikel 118 toegevoegd als volgt:
■ "§4. Het GFT dient aangeboden te worden in een 40 liter of 120 liter GFT-container met gesloten deksel, met het handvat naar de openbare weg gericht en waarbij het handvat voorzien is van een reglementaire retributiesticker voor ophaling. De geledigde containers dienen door de aanbieder op de dag van lediging terug te worden verwijderd van de openbare ruimte. "
● 5. Andere wijzigingen: schrappen van artikel 130/1 betreffende oneigenlijk gebruik van lachgas:
○ Sinds 8 april 2024 heeft België een verbod op het oneigenlijk gebruik van lachgas. Het Koninklijk Besluit van 29 maart 2024 dat toen in werking ging, bepaalt dat de verkoop, de invoer, het aanschaffen, het bezit of vervoeren strafbaar is. Dat geldt ook voor de online handel.
○ Meerdere gemeenten en steden, waaronder Maldegem, legden lachgas aan banden via het systeem van GAS-boetes (Gemeentelijke Administratieve Sancties). Sinds het verbod van april 2024 is het niet meer mogelijk om het oneigenlijk gebruik van lachgas met een GAS-boete te bestraffen. Het artikel 130/1 dient geschrapt te worden.
● Bovenstaande wijzigingen dienen voorgelegd te worden aan de gemeenteraad.
● Het betreft een hoognodige actualisatie van het algemeen politiereglement Maldegem om terug conform te zijn met hogere regelgeving en om nieuw lokaal beleid (evenementenkader en afvalbeheer) te kunnen handhaven met GAS.
● Deze actualisatie komt er in afwachting van een antwoord vanuit gemeente Aalter om al dan niet werk te maken van een intergemeentelijk algemeen politiereglement.
Tussenkomsten
● door raadslid Timothy De Groote (Vlaams Belang)
● door raadslid Dino Lateste (Groen Maldegem)
● door schepen Marten De Jaeger (cd&v)
● door schepen Peter Van Hecke (Ons Dorp)
Besluit
23 stemmen voor: Anneke Gobeyn, Koenraad De Ceuninck, Annelies Lammertyn, Peter Van Hecke, Marten De Jaeger, Rita Verleye, Valerie Taeldeman, Jason Van Landschoot, Nicole Maenhout, Leandra Decuyper, Dino Lateste, Kiran Van Landschoot, Timothy De Groote, Henk Deprest, Ineke Hebbrecht, Cedric De Smet, Danté Basslé, Patrice Timmerman, Robin Van Kerschaver, Lut D´Hondt, Emma De Smet, Maxim Vandemoere en Christiaan Verstrynge
Artikel 1:
De gemeenteraad stelt het gewijzigde algemene politiereglement als volgt vast:
Algemeen Politiereglement Maldegem:
AFDELING 1: Toepassingsgebied
Artikel 1
Dit reglement is van toepassing op het grondgebied van de gemeente Maldegem en op iedereen die zich op dit grondgebied bevindt, ongeacht zijn woonplaats of nationaliteit.
Artikel 2
Zijn in overtreding met dit reglement, diegenen die weigeren gevolg te geven aan de aanmaningen van bevoegde personen teneinde inbreuken op dit reglement te doen ophouden of om inbreuken te voorkomen.
Artikel 3
Wanneer in betreffend reglement sprake is van vergunningen en/of toelatingen dienen de erin vervatte voorwaarden, modaliteiten en verplichtingen strikt nageleefd te worden.
AFDELING 2: Soorten inbreuken
Artikel 4
§1. Inbreuken die uitsluitend met een gemeentelijke administratieve sanctie kunnen worden gesanctioneerd, opgenomen in de gemeentelijke reglementen als vormen van lokale overlast met inbegrip van de gedepenaliseerde inbreuken van boek II, titel X van het strafwetboek en gedepenaliseerde inbreuken van de besluitwet van 29 december 1945 houdende verbod tot het aanbrengen van opschriften op de openbare weg. Deze inbreuken kunnen uitsluitend bestraft worden met gemeentelijke administratieve sancties (GAS).
§2. Lichte gemengde inbreuken vervat in onderstaande artikelen van het strafwetboek (Sw) waarvan de gedragingen zijn opgenomen als vormen van lokale overlast in de verordeningen en reglementen van de gemeenteraad:
- artikel 461 Sw: het bedrieglijk wegnemen van een zaak;
- artikel 463 Sw: eenvoudige diefstal;
- artikel 526 Sw: vernielen of beschadigen van grafstenen, monumenten, standbeelden,
- kunstvoorwerpen;
- artikel 534 bis Sw: aanbrengen van graffiti op roerende of onroerende goederen;
- artikel 534 ter Sw: beschadigen van onroerende goederen;
- artikel 537 Sw: kwaadwillig omhakken van bomen;
- artikel 545 Sw: vernielen van afsluitingen, hagen, enz.;
- artikel 559, 1° Sw: beschadigen van roerende goederen;
- artikel 561, 1° Sw: nachtlawaai;
- artikel 563, 2° Sw: beschadigen van landelijke of stedelijke afsluitingen;
- artikel 563, 3° Sw: feitelijkheden of lichte gewelddaden;
- artikel 563 bis Sw: zich in de voor het publiek toegankelijke plaatsen begeven met het gezicht geheel of gedeeltelijk bedekt of verborgen, zodat men niet herkenbaar is.
Deze gedragingen kunnen worden bestraft met een straf voorzien in het strafwetboek of met een gemeentelijke administratieve sanctie. Inbreuken begaan door minderjarigen zullen (conform het protocolakkoord niet-verkeer) uitsluitend op niveau van het parket worden behandeld.
§3. Zware gemengde inbreuken vervat in onderstaande artikelen van het strafwetboek waarvan de gedragingen zijn opgenomen als vormen van lokale overlast in de verordeningen en reglementen van de gemeenteraad:
- artikel 398 Sw: opzettelijk verwondingen of slagen toebrengen;
- artikel 521.3° Sw: gehele of gedeeltelijke vernieling of onbruikbaarmaking, met het oogmerk om te schaden, van rijtuigen, wagons en motorvoertuigen.
Deze gedragingen kunnen worden bestraft met een straf voorzien in het strafwetboek of een gemeentelijke administratieve sanctie. Inbreuken begaan door minderjarigen zullen (conform het protocolakkoord niet-verkeer) uitsluitend op niveau van het parket worden behandeld.
§4. De verkeersinbreuken vervat in de onderstaande artikelen van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg:
– Overtredingen van de eerste categorie:
- artikel 22 bis, 4°,
- artikel 22 ter, 1,3°
- artikel 22 sexies, 1 en 2
- artikel 23.1, 1°
- artikel 23.1, 2°
- artikel 23.1, 2, eerste lid, 1°, 2° en 3° en tweede lid
- artikel 23.3
- artikel 23.4
- artikel 24, eerste lid, 2°, 4° en 7°, 8°, 9° en 10
- artikel 25.1, 1°, 2°, 3°, 5°, 8°, 9°, 10°, 11°, 12°, 13°
- artikel 27.1.3
- artikel 27.5.1, 5.2.2 en 5.3.
- artikel 27bis
- artikel 68.3
- artikel 68.3
- artikel 70.2.1
- artikel 70.3
- artikel 77.4
- artikel 77.5
- artikel 77.8
– Overtredingen van de tweede categorie:
- artikel 24 lid 1, 1°, 2°, 4°, 5° en 6°
- artikel 25.1, 4°, 6° en 7°
- artikel 25.1.14°
Het K.B. van 9 maart 2014 (B.S. 20 juni 14) bepaalt in artikel 1 dat de gemeenteraad in zijn besluiten of verordeningen kan voorzien in een administratieve sanctie voor de overtredingen van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, die in artikel 2 van het K.B. van 9 maart 2014 worden opgesomd en die begaan worden door meerderjarige natuurlijke personen of door rechtspersonen. Inbreuken begaan door minderjarigen zullen bijgevolg uitsluitend op het niveau van het parket worden behandeld.
AFDELING 3: Vaststelling
Artikel 5
De politie is bevoegd voor de vaststelling van alle overtredingen vervat in dit algemeen politiereglement.
Inbreuken die uitsluitend bestraft worden met een administratieve sanctie kunnen eveneens vastgesteld worden door ambtenaren zoals bepaald in artikel 21 van de wet van 24 juni 2013.
Elke overtreding die aanleiding kan geven tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie dient te worden vastgesteld door middel van een proces-verbaal of een bestuurlijk verslag.
Indien het proces-verbaal of het bestuurlijk verslag onvoldoende gegevens zou bevatten, kan de aangewezen sanctionerend ambtenaar de politiediensten of de bevoegde gemeentelijke ambtenaar verzoeken die gegevens, eventueel na bijkomend onderzoek, nog toe te voegen aan het dossier.
AFDELING 4: Sancties
Artikel 6
§1. De gemeentelijke administratieve sanctie wordt proportioneel vastgesteld in functie van de feiten die haar verantwoorden en in functie van eventuele herhaling. In het geval van gemengde inbreuken die zowel strafrechtelijk als administratiefrechtelijk kunnen worden bestraft, kunnen nooit terzelfdertijd een strafsanctie en een gemeentelijke administratieve sanctie worden opgelegd, maar slechts één van beide.
§2. Na het verstrijken van de wettelijk voorziene termijn kan geen gemeentelijke administratieve sanctie meer worden opgelegd. Deze termijn bedraagt 6 maanden en neemt een aanvang op het moment van de vaststelling. Ingeval in een dossier een GAS-bemiddelingsaanbod gebeurt, bedraagt deze termijn 12 maanden. Als er een GAS-bemiddeling plaatsvindt waarbij in het akkoord bepaalde termijnen worden afgesproken, dan geldt een afwijkende regeling: op verzoek van de bemiddelaar moet de sanctionerend ambtenaar zijn beslissing nemen en meedelen aan de betrokkene binnen 15 maanden na de vaststelling van de feiten.
§3. De vaststelling van meerdere samenlopende inbreuken op dezelfde reglementen of verordeningen zal worden bestraft met één enkele administratieve geldboete, in verhouding tot de ernst van de feiten zonder dat het bedrag van de geldboete het wettelijk maximum toegelaten bedrag van 500 euro voor meerderjarigen of 175 euro voor minderjarigen mag overschrijden.
§4. De schorsing, intrekking en/of de sluiting worden opgelegd door het College van Burgemeester en Schepenen nadat de overtreder een voorafgaande verwittiging heeft gekregen en volgens de procedure beschreven in dit hoofdstuk.
Artikel 6/1
De gemeentelijke administratieve sancties kunnen opgelegd worden aan natuurlijke personen vanaf de minimumleeftijd van zestien jaar en aan rechtspersonen.
Artikel 7- Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014
Artikel 8- Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014
AFDELING 5: Sanctionerend ambtenaar en Procedure
Artikel 9 – sanctionerend ambtenaar
Het gemeentebestuur zal beroep doen op de provinciale ambtenaren als aangewezen ambtenaar. (Beslissing gemeenteraad d.d. 23/01/08).
Artikel 9/1 – opstarten van de procedure
§1. Wanneer een inbreuk enkel met een gemeentelijke administratieve sanctie kan worden bestraft, wordt het proces-verbaal of het bestuurlijk verslag uiterlijk binnen 2 maanden na de vaststelling verstuurd aan de sanctionerend ambtenaar.
§2. Voor de lichte gemengde inbreuken moet het origineel van het proces-verbaal uiterlijk binnen de twee maanden na de vaststelling door de lokale politie worden overgemaakt aan de procureur des Konings. De politieambtenaar of agent van politie vermeldt op het proces-verbaal uitdrukkelijk de datum waarop het werd toegestuurd aan of ter hand werd gesteld van de procureur des Konings. Gelijktijdig wordt een afschrift van het proces-verbaal bezorgd aan de sanctionerend ambtenaar.
De sanctionerend ambtenaar kan onmiddellijk de procedure opstarten zoals vermeld onder §4, ofwel de mededeling van de procureur des Konings of het verstrijken van de termijn waarbinnen de procureur des Konings de mededeling kan doen, afwachten.
§3. Voor de zware gemengde inbreuken gelden dezelfde voorschriften als voor de lichte gemengde inbreuken zoals vermeld in § 2. De sanctionerend ambtenaar moet echter wachten op de mededeling van de procureur des Konings dat het aangewezen lijkt een administratieve geldboete op te leggen, alvorens hij/zij de procedure tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie opstart.
§4. Wanneer de procedure tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie wordt opgestart, wordt het volgende door middel van een aangetekende brief meegedeeld:
- de feiten en hun kwalificatie;
- dat de overtreder de mogelijkheid heeft om binnen de 15 dagen na de datum van kennisgeving zijn verweermiddelen door middel van een aangetekend schrijven uiteen te zetten, en hij/zij bij die gelegenheid het recht heeft om aan de sanctionerend ambtenaar te vragen om zijn verweer mondeling uiteen te zetten;
- dat de overtreder het recht heeft om zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman;
- dat de overtreder het recht heeft om zijn dossier te raadplegen.
Een kopie van het proces-verbaal of van het bestuurlijk verslag wordt als bijlage bij de brief gevoegd.
Indien de overtreder een minderjarige betreft, wordt tevens iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige ingelicht door middel van een aangetekend schrijven evenals de stafhouder van de orde van advocaten met het oog op het ter beschikking stellen van een raadsman aan de minderjarige.
Artikel 9/2 - verweermiddelen
De overtreder kan bij aangetekende brief een verweerschrift indienen bij de sanctionerend ambtenaar met een eventueel verzoek tot mondelinge verdediging van zijn zaak, uiterlijk de vijftiende dag na de datum van de kennisgeving.
Het recht op een mondeling verweer is niet van toepassing indien de geldboete die kan worden opgelegd niet hoger is dan 70 euro.
De sanctionerend ambtenaar bepaalt de dag waarop de overtreder wordt uitgenodigd om de mondelinge verdediging van zijn zaak voor te dragen.
Van de hoorzitting wordt een verslag opgemaakt dat door de overtreder wordt ondertekend.
Artikel 9/3 – GAS-bemiddeling
In navolging van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties en het Koninklijk besluit houdende de minimumvoorwaarden en modaliteiten voor de bemiddeling in kader van de Wet betreffende de Gemeentelijke Administratieve Sancties, wordt er samengewerkt met de stad Gent voor de toepassing van de GAS-bemiddeling voor meerderjarigen en minderjarigen.
Een toepassing van een herstelprestatie in het kader van GAS-bemiddeling kan zijn, een onbetaalde prestatie onder toezicht van de gemeente of van een door de gemeente aangewezen bevoegde rechtspersoon en uitgevoerd ten behoeve van een gemeenschapsdienst of een publiekrechtelijke rechtspersoon, een stichting of een vereniging zonder winstgevend oogmerk die door de gemeente wordt aangewezen.
De GAS-bemiddelingsprocedure kan pas worden aangevat indien de overtreder hiermee instemt en deze instemming meedeelt aan de sanctionerend ambtenaar of de bemiddelaar.
Indien het dossier voor GAS-bemiddeling wordt doorverwezen en de overtreder de bemiddeling weigert of de bemiddeling niet succesvol verloopt, dient het slachtoffer door de sanctionerend ambtenaar ingelicht te worden over de mogelijkheden om zijn rechten langs de burgerrechtelijke weg te doen gelden.
Artikel 9/4- Kennisgeving beslissing sanctionerend ambtenaar
De sanctionerend ambtenaar brengt zijn beslissing tot het opleggen van een administratieve sanctie bij aangetekende brief ter kennis van de overtreder. Indien de overtreder een minderjarige betreft, wordt tevens een afschrift van de beslissing per aangetekend schrijven aan iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige, evenals aan de raadsman van de minderjarige toegestuurd.
In deze brief worden de rechtsmiddelen vermeld. De sanctionerend ambtenaar kan een afschrift van zijn beslissing versturen naar elke belanghebbende partij die voorafgaandelijk hiertoe een schriftelijk en gemotiveerd verzoek heeft ingediend.
Artikel 9/5- Rechtsmiddelen
§1. De meerderjarige overtreder kan binnen een termijn van één maand vanaf de kennisgeving van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar, bij de politierechtbank bij verzoekschrift hoger beroep instellen tegen de beslissing van de sanctionerend ambtenaar.
De politierechter beoordeelt de wettigheid en de proportionaliteit van de opgelegde sanctie. Hij/zij kan de beslissing van de sanctionerend ambtenaar hetzij bevestigen, hetzij herzien. De politierechter doet, in het kader van een openbaar debat met uiteenzetting door alle partijen, uitspraak in eerste en laatste aanleg. Tegen deze beslissing staat geen hoger beroep open. Wel is cassatieberoep als buiten-gewoon rechtsmiddel mogelijk.
§2. De minderjarige overtreder kan binnen een termijn van één maand vanaf de kennisgeving van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar via een kosteloos verzoek bij de jeugdrechtbank hoger beroep instellen tegen de beslissing van de sanctionerend ambtenaar. Het beroep kan eveneens worden ingesteld door iedere titularis die het ouderlijk gezag heeft over de minderjarige. De jeugdrechtbank blijft bevoegd indien de overtreder meerderjarig is op het ogenblik van de uitspraak.
De jeugdrechtbank kan in de plaats van een administratieve geldboete een maatregel van bewaring, behoeding of opvoeding opleggen bepaald bij artikel 37 van de Wet van 19 juli 2013 tot wijziging van de Wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. In dit geval is artikel 60 van dezelfde wet van toepassing.
De beslissing van de jeugdrechter is niet vatbaar voor hoger beroep.
Wanneer de jeugdrechtbank echter beslist om de gemeentelijke administratieve sanctie te vervangen door een maatregel van bewaring, behoeding of opvoeding zoals bedoeld in artikel 37 van voormelde wet, is de beslissing wel vatbaar voor hoger beroep. In dit geval zijn de procedures bedoeld in voormelde wet van toepassing.
Artikel 9/6- Uitvoerbaarheid van de beslissing van de sanctionerend ambtenaar
De beslissing van de sanctionerend ambtenaar heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van een termijn van één maand vanaf haar kennisgeving, behoudens wanneer hoger beroep wordt ingesteld.
Artikel 9/7 - Inning van de geldboete
§1. De administratieve geldboetes worden geïnd ten voordele van de gemeente.
§2. De beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete heeft uitvoerbare kracht na het verstrijken van één maand vanaf de dag van de kennisgeving, behoudens wanneer hoger beroep wordt aangetekend overeenkomstig artikel 31 van de Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Artikel 9/8- Onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete
Personeelsleden van het operationele kader van de federale en lokale politie kunnen, onder de voorwaarden bepaald in hoofdstuk 5 van de wet van 24 juni 2013, voor natuurlijke personen die noch een woonplaats, noch een vaste verblijfplaats in België hebben, gebruikmaken van een onmiddellijke betaling van de administratieve geldboete.
Artikel 9/9- Verjaring van de geldboete
De administratieve geldboetes verjaren na 5 jaar te rekenen vanaf de datum waarop ze betaald moeten worden. Die termijn kan gestuit worden, hetzij zoals voorzien bij de artikelen 2244 en volgende van het burgerlijk wetboek, hetzij door een afstand van de verkregen verjaring.
Artikel 9/10 - Procedure voor het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie door het college van burgemeester en schepenen
§1. De sanctionerend ambtenaar ontvangt het proces-verbaal of het bestuurlijk verslag en stuurt dit door naar het college van burgemeester en schepenen in het geval de inbreuk betrekking heeft op een toelating of vergunning afgeleverd door het gemeentebestuur of betrekking heeft op een andere inbreuk die een vorm van overlast uitmaakt en die kan leiden tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie door het college van burgemeester en schepenen.
§2. Het college van burgemeester en schepenen kan slechts een sanctie opleggen nadat de overtreder met aangetekende brief een voorafgaande verwittiging heeft ontvangen.
Deze verwittiging bevat een uittreksel van het overtreden reglement of van de overtreden verordening. De verwittiging vermeldt verder dat wanneer de inbreuk wordt gehandhaafd of bij een volgende inbreuk, het college van burgemeester en schepenen, naargelang het geval, één van volgende gemeentelijke administratieve sancties zal opleggen: de administratieve schorsing of intrekking van een toelating of vergunning of de tijdelijke of definitieve sluiting van de instelling.
§3. In het geval na de voorafgaande schriftelijke verwittiging vaststaat op grond van een proces-verbaal of het bestuurlijk verslag, dat de inbreuk blijft bestaan of dat er een volgende zelfde inbreuk is, stuurt de sanctionerend ambtenaar een aangetekende brief aan de overtreder waarin hij/zij de feiten meedeelt die aanleiding geven tot het opstarten van de procedure met een afschrift van het proces-verbaal of het bestuurlijk verslag. Tevens wordt meegedeeld dat het college van burgemeester en schepenen een gemeentelijke administratieve sanctie zal opleggen en dat betrokkene binnen een termijn van 15 dagen na ontvangst van de aangetekende brief schriftelijk zijn verweermiddelen kan indienen met een eventueel verzoek tot mondelinge verdediging van zijn zaak voor het college van burgemeester en schepenen en dat hij/zij het recht heeft zich te laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman. Betrokkene heeft het recht zijn dossier in te zien. De hoorzitting wordt gehouden door het college van burgemeester en schepenen.
§4. Bij het bepalen van de sanctie houdt het college van burgemeester en schepenen rekening met de ernst van de inbreuk.
§5. De kennisgeving van de gemeentelijke administratieve sanctie opgelegd door het college van burgemeester en schepenen wordt ondertekend door de burgemeester en medeondertekend door de algemeen directeur en wordt bij aangetekende brief verstuurd naar de overtreder. Bij de kennisgeving worden de rechtsmiddelen en termijnen vermeld.
§6. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen tot het opleggen van een gemeentelijke administratieve sanctie kan een beroep tot schorsing of nietigverklaring worden ingesteld bij de Raad van State.
AFDELING 6: Opheffing politiereglementen
Artikel 10
Worden expliciet opgeheven op de dag van de inwerkingtreding van huidig reglement:
- politiereglement op het rein houden van de gemeente d.d. 29/10/1980;
- politiereglement op de bescherming van dieren d.d. 29/10/1980;
- politiereglement betreffende luidsprekers op de openbare weg d.d. 25/03/1981;
- politiereglement op het afvuren van vreugdeschoten d.d. 19/10/1982;
- politiereglement op het uitvliegen van duiven tijdens het vluchtseizoen d.d. 26/04/1989;
- politieverordening betreft het voederen van duiven op de openbare weg d.d. 28/03/1990;
- politieverordening op het snoeien van planten langs de openbare weg d.d. 27/11/1991;
- politiereglement aangaande het voeren van verkiezingspropaganda d.d. 10/03/1999;
- politiereglement op woonwagenbewoners d.d. 17/03/2004;
- politiereglement aangaande het aanbrengen van huisnummers in de gemeente Maldegem d.d.
22/01/2003;
- politiereglement betreffende gemeentelijke begraafplaatsen d.d. 26/03/2003.
Bepalingen van het huidig politiereglement gaan boven eender welke bepaling van enig vroeger gemeentelijk politiereglement zelfs al werd dit nu, of eerder, niet expliciet opgegeven.
HOOFDSTUK 2
OPENBARE RUST, VEILIGHEID EN OVERLAST
AFDELING 1: Definities
Artikel 11– Openbare plaats
§1. Voor de toepassing van onderhavig reglement, verstaat men onder «openbare plaats» :
– de openbare weg, te weten de wegen en doorgangen die in hoofdorde bestemd zijn voor alle verkeer van personen en voertuigen, met inbegrip van de bermen, voetpaden en de ruimten aangelegd als aanhorigheden van de verkeerswegen en voornamelijk bestemd voor het parkeren van voertuigen. De berm is de ruimte of het gedeelte van de weg dat niet in de rijweg begrepen is.
– de parken, openbare tuinen, pleinen en speelterreinen en alle stukken van de openbare plaats, buiten de openbare weg, die open staan voor het verkeer van personen en in hoofdorde bestemd zijn voor wandelen en ontspanning.
§2. Onder een «voor het publiek toegankelijke plaats» verstaat men in onderhavig reglement elke plaats waar andere personen dan de beheerder en de personen die er werkzaam zijn toegang hebben ofwel omdat ze geacht worden gewoonlijk toegang te hebben tot die plaats, ofwel omdat ze er toegelaten zijn zonder individueel te zijn uitgenodigd.
Artikel 12- Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.
Artikel 13 – Openbaar evenement
Elke tijdelijke bijeenkomst waaraan iedereen kan deelnemen. Dit kan zowel op een openbare plaats, de openbare weg, een privélocatie of een combinatie hiervan zijn. Dit kan zowel gebeuren in openlucht (d.i. ook tent) als in een overdekte plaats, al dan niet mits betalen van toegangsgeld.
AFDELING 2: Evenementen
Onderafdeling 1: Openbare evenementen in open lucht
Artikel 14
Behoudens voorafgaande schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepenen is het organiseren van ieder openbaar evenement in open lucht, verboden.
Indien de organisatoren niet gekend zijn en niet kunnen geïdentificeerd worden en geen vergunning verleend werd door de het college van burgemeester en schepenen, kan een administratieve sanctie opgelegd worden aan alle deelnemers.
Artikel 15
De vergunning voor een openbaar evenement, in open lucht zal schriftelijk, 6 weken op voorhand, aangevraagd worden, tenzij de situatie een kortere termijn vereist wegens overmacht. Deze aanvraag wordt gericht aan het college van burgemeester en schepenen door middel van de volledig ingevulde "evenementenaanvraag".
Artikel 16
Indien het noodzakelijk is om een aantal zaken te bevragen of te verduidelijken, kan bijkomend een coördinatievergadering georganiseerd worden met alle betrokkenen. Dit kan zowel op vraag van het lokaal bestuur Maldegem als van de organisator en gebeurt vóór de definitieve beoordeling van de aanvraag.
Op deze coördinatievergadering zullen naast de organisator alle andere betrokken partners aanwezig zijn.
De gemaakte afspraken worden geformaliseerd in een verslag.
Artikel 17
De organisator heeft de plicht al het mogelijke te doen opdat het ordelijk verloop van het evenement gehandhaafd kan blijven, inzonderheid dient hij/zij zich te houden aan afspraken die gemaakt zijn met het gemeentebestuur.
Artikel 18
Elke persoon die deelneemt aan een openbaar evenement dient zich te gedragen naar de bevelen van de plaatselijke politie die tot doel hebben de veiligheid of het gemak van doorgang te vrijwaren of te herstellen.
Artikel 19
Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 25 september 2025.
Artikel 20
Het is verboden, op enige wijze, een openbaar evenement die voorafgaandelijk werd vergund en die op de openbare plaats wordt georganiseerd, te onderbreken of op enige wijze te storen.
Onderafdeling 2: Openbare evenementen in een niet ingedeelde inrichting
Artikel 21
Het organiseren van een openbaar evenement in een niet – ingedeelde inrichting dient 3 weken op voorhand gemeld te worden aan het college van burgemeester en schepenen.
Onderafdeling 3: Bijeenkomst in een gemeentelijke zaal/infrastructuur
Artikel 22
Behoudens voorafgaande schriftelijke toelating of vergunning van het college van burgemeester en schepenen is het organiseren van een openbaar of privatief evenement in een gemeentelijke zaal/infrastructuur verboden.
Indien de organisatoren niet gekend zijn en niet kunnen geïdentificeerd worden en geen toelating verleend werd door het college van burgemeester en schepenen, kan een administratieve sanctie opgelegd worden aan alle deelnemers.
Artikel 23
De vergunning voor een openbaar evenement, in een gemeentelijke zaal/infrastructuur zal schriftelijk, 6 weken op voorhand, aangevraagd worden, tenzij de situatie een kortere termijn vereist wegens overmacht. Deze aanvraag wordt gericht aan het college van burgemeester en schepenen door middel van de volledig ingevulde "evenementenaanvraag".
Artikel 24
Indien het noodzakelijk is om een aantal zaken te bevragen of te verduidelijken, kan bijkomend een coördinatievergadering georganiseerd worden met alle betrokkenen. Dit kan zowel op vraag van het lokaal bestuur Maldegem als van de organisator en gebeurt vóór de definitieve beoordeling van de aanvraag.
Op deze coördinatievergadering zullen naast de organisator alle andere betrokken partners aanwezig zijn.
De gemaakte afspraken worden geformaliseerd in een verslag.
Artikel 25
De organisator heeft de plicht al het mogelijke te doen opdat het ordelijk verloop van het evenement gehandhaafd kan blijven, inzonderheid dient hij/zij zich te houden aan afspraken die gemaakt zijn met het gemeentebestuur.
Artikel 26
Elke persoon die deelneemt aan een openbaar evenement dient zich te gedragen naar de bevelen van de plaatselijke politie die tot doel hebben de veiligheid of het gemak van doorgang te vrijwaren of te herstellen.
Artikel 27
Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 25 september 2025.
Artikel 28
Het is verboden, op enige wijze, een openbaar evenement in een gemeentelijke zaal/infrastructuur die voorafgaandelijk werd vergund en die op de openbare plaats wordt georganiseerd, te onderbreken of op enige wijze te storen.
AFDELING 3: Veiligheid en doorgang op de openbare plaats
Onderafdeling 1: Algemene bepaling
Artikel 29– Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.
Onderafdeling 2: Hinderlijke en gevaarlijke voorwerpen
Artikel 30 – Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.
Artikel 31
De huurder of eigenaar van een gebouw mag de kelderingangen die wegens gedoogzaamheid in de voetpaden bestaan enkel openen gedurende de tijd dat hun opening nodig is voor het laden en het lossen.
Onderafdeling 3: Reinheid van de openbare plaats
Artikel 32
De hoofdbewoner, hoofdgebruiker, de bewoner van de benedenverdieping en, bij ontstentenis van deze, de eigenaar van ieder gebouw of ander onroerend goed moet instaan voor de reinheid van de aangelegde berm, het voetpad en de goot voor de eigendom dat hij/zij gebruikt of bewoont.
Is het een appartementsgebouw, dan berusten deze verplichtingen op degenen die op het gelijkvloers woonachtig zijn, of op de eerste verdieping, indien het gelijkvloers onbewoond is, tenzij het reglement van inwendige orde een andere verantwoordelijke daartoe heeft aangeduid.
Het is verboden op alle openbare plaatsen biociden te gebruiken.
Artikel 33
De huurder en desgevallend de eigenaar van een stuk grond palend aan een voetpad of verhoogde berm deel uitmakend van de openbare weg is verplicht dit voetpad of deze verhoogde berm te onderhouden, zodanig dat de voetgangers op geen enkele wijze gehinderd worden zelfs niet door onkruid of gewassen op dit voetpad of verhoogde berm.
Artikel 33/1
Een uitzondering wordt gemaakt voor eigenaars en huurders die een geveltuin willen aanleggen na verkrijgen van een vergunning via de dienst Infrastructuur. Zij moeten het aangelegde groen zodanig onderhouden dat het geen hinder of gevaar oplevert, zoals vermeld in het Reglement Geveltuinen. Het Lokaal Bestuur Maldegem kan, na eerste verwittiging, het gevelgroen wegnemen en de openbare weg in zijn oorspronkelijke staat herstellen op kosten van de eigenaar.
Artikel 34
Werkzaamheden die stof of afval op de openbare plaats of de omringende eigendommen kunnen verspreiden mogen pas aangevat worden nadat er schermen aangebracht zijn.
Iedereen die, op om het even welke wijze, de openbare plaats heeft bevuild of laten bevuilen moet er voor zorgen dat deze onverwijld opnieuw gereinigd wordt.
Bij niet naleving zal mits aanmaning het reinigen ambtshalve en op kosten van de bevuiler en indien deze laatste niet gekend, de eigenaar, gebeuren.
Het is verboden afval, dat zich al dan niet op de straat bevindt, in de rioolroosters, in waterlopen of in de kunstmatige afvoerwegen voor hemelwater te brengen, zodat de goede werking ervan zou kunnen belemmerd of in gevaar gebracht worden.
Onderafdeling 4: Bestrijding van sneeuw en ijs en het betreden van ijs
Artikel 35
Het is verboden, behoudens toelating van de burgemeester, op een openbare plaats :
– water te laten lopen of te doen lopen bij vriesweer of dreigende vorst;
– glijbanen te maken;
– sneeuw of ijs afkomstig van of uit de gebouwen of aanhorigheden ervan te werpen of neer te leggen;
– ijskegels aan de buitenkant van de daken te laten hangen.
Het is verboden zich op het ijs te begeven van kanalen, vijvers, beken, grachten en waterlopen, zonder toelating van de bevoegde overheden.
Artikel 36
Bij gladheid of sneeuwval is de hoofdbewoner, hoofdgebruiker, de bewoner van de benedenverdieping en, bij ontstentenis van deze, de eigenaar van ieder gebouw of stuk grond verplicht :
– sneeuw of ijs weg te ruimen van de voetpaden en stoepen die grenzen aan zijn gebouw of het perceel grond dat hij/zij bewoont, gebruikt of waarvan hij/zij eigenaar is, alsook dezelfde gedeelten te bestrooien met strooizout, zand, zaagsel of fijne as. In verkeersvrije straten en pleinen, of in straten waar geen trottoir is aangelegd, geldt deze verplichting over een breedte van 1 meter. In beide omstandigheden wordt de afstand gemeten vanaf de rooilijn of de gevel of in geval van aanwezige gelijkgrondse uitsprongen (o.a. terrassen, ...) vanaf de uiterste grens van deze uitsprongen;
– te zorgen dat de sneeuw of het ijs, bij het wegruimen, wordt gebracht op de uiterste rand van het voetpad of de stoep, derwijze dat er voor de voetgangers voldoende ruimte overblijft en er tevens voldoende openingen aanwezig zijn voor het afvloeien van het dooiwater. Tevens dienen de brandkranen en riooldeksels vrij te blijven. Bij een te smal voetpad of stoep zal de sneeuw of ijs op de weg opgehoopt worden, zo dicht mogelijk bij de boordsteen van het voetpad of de stoep maar op die wijze dat de greppels, riooldeksels, autobushaltes, rioolmonden en overige kunstwerken van openbaar nut vrij blijven.
Onderafdeling 5: Snoeien van planten die boven de openbare weg hangen
Artikel 37
De gebruiker of bij ontstentenis daarvan de eigenaar van een onroerend goed moet ervoor zorgen dat de planten op hun eigendom zodanig gesnoeid worden dat geen enkele tak ervan :
– over de rijbaan hangt op minder dan 4,50 meter boven de grond;
– over de gelijkgrondse berm of over het voetpad hangt op minder dan 2,5 meter boven de grond;
– de luchtleidingen van het laagspanningsnet en de openbare verlichting hindert;
– levende afsluitingen moeten op minimum 0,50 meter achter de perceelsgrens geplant worden en dienen gesnoeid te worden indien zij het voet- en/of fietspad belemmeren.
Dode afsluitingen moeten volledig buiten de grens van het openbaar domein staan.
Langs de verharde wegen mogen de hagen en het ondoorzichtig gedeelte van de dode afsluitingen langs de bolvormige kant van de onoverzichtelijke bochten slechts een maximum-hoogte van 1 meter bereiken. Deze hoogte wordt gemeten vanaf het peil van de rijweg.
– de stabiliteit van de installaties voor openbare verlichting in het gedrang brengt of het uitgestraalde licht ervan in belangrijke mate vermindert;
– enige belemmering betekent voor de leesbaarheid van de straatnaamborden of voor de doeltreffendheid van de openbare verlichting;
– het(de) huisnummer(s) bedekt.
Onderafdeling 6: Draden, toestellen en andere verbindingen
Artikel 38
Zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning van de burgemeester is het verboden op of over de openbare plaats, draden, toestellen of andere verbindingen, uitgaande van privé-initiatief, aan te brengen.
AFDELING 4: Identificeerbaarheid
Onderafdeling 1: Algemene bepalingen
Artikel 39
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder
- “het gelaat” verstaan :”het voorhoofd, de wangen, de ogen, de mond, de neus en de kin”.
- maskeren : is het bedekken van het gelaat of het onherkenbaar maken van het gelaat (bv. door het aanbrengen van verf, dragen van een nylonkous,...).
Artikel 40
Het maskeren van het gelaat is verboden op openbare plaatsen.
Onderafdeling 2: Carnaval en Halloween
Artikel 41
Het maskeren van het gelaat is toegestaan in het kader van Driekoningen, carnaval, viering van 100- dagen, Pasen, Halloween feesten, Sinterklaas, Kerstmis tot 24u.
Artikel 42
Het is tijdens carnavalsoptochten en andere openbare evenementen verboden computerconfetti en andere materialen bestaande uit kunststof (plastiek) te werpen of te bezitten, of spuitbussen met kleur- en scheerschuim, spuitbussen met kleurhaarlak, spuitserpentaires, dolle draad, schoensmeer of enig ander middel dat kwetsuren of schade kan veroorzaken aan personen of goederen, op de openbare plaats of in de openbare inrichtingen te gebruiken of bij zich te hebben.
Met computerconfetti wordt alleen de confetti bedoeld die uit afval van computerpapier vervaardigd is. Het is verboden confetti of slingerpapier in openbare plaatsen, waar dranken of eetwaren worden verbruikt te werpen of opgeraapte confetti of slingerpapier te werpen.
AFDELING 5: Bestrijding van de geluidshinder
Onderafdeling 1: Geluidsoverlast
Artikel 43
Het is dag en nacht verboden geluid, gerucht of rumoer te veroorzaken zonder reden of zonder noodzaak als dat toe te schrijven is aan een gebrek aan vooruitzicht en voorzorg en de rust van de inwoners in het gedrang brengt. Het bewijs kan met alle mogelijke middelen geleverd worden.
Onder dag wordt verstaan de periode van 6u tot 22u.
Onderafdeling 2: Niet-hinderlijk geluid
Artikel 44
Een geluid wordt als niet-hinderlijk beschouwd wanneer dit het gevolg is van :
- werken aan de openbare weg of voor het aanleggen van openbare nutsvoorzieningen, uitgevoerd met toestemming van de daartoe bevoegde overheid of in opdracht van die overheid;
- werken van 7 uur tot 20 uur op werkdagen en van 8 uur tot 20 uur op zaterdagen die aan private eigendommen worden uitgevoerd, waarvoor de bevoegde overheid een vergunning heeft verleend, en van verbeterings-, verbouwings- of onderhoudswerken aan dergelijke eigendommen die zonder vergunning kunnen worden uitgevoerd, en waarbij de nodige voorzorgen worden getroffen om overdreven of niet noodzakelijk lawaai te voorkomen;
- werken of handelingen die dringend of zonder verder uitstel moeten worden uitgevoerd ter bescherming van personen of eigendommen, of ter voorkoming van rampen;
- een door het gemeentebestuur vergund evenement, voor zover de in de vergunning en afgesloten overeenkomst met het gemeentebestuur opgelegde voorwaarden worden nageleefd;
- spelende kinderen.
Onderafdeling 3: Geluidsinstallaties in en op de voertuigen
Artikel 45
Het is de bestuurder van een voertuig verboden elektronische versterkte muziek die hoorbaar is buiten het voertuig te produceren of toe te laten dat dergelijke muziek wordt geproduceerd. De overtredingen tegen deze bepaling, die aan boord van voertuigen worden begaan, worden verondersteld door de persoon op wiens naam het voertuig staat ingeschreven te zijn begaan, tot bewijs van het tegendeel.
Het is verboden voertuigen of hun toebehoren draaiende te houden terwijl het voertuig stilstaat, tenzij daartoe noodzaak is.
Het gebruik van voertuigen uitgerust met of voorzien van luidsprekers en bestemd voor het maken van reclame en propaganda is onderworpen aan de voorafgaande geschreven toelating van het college van burgemeester en schepenen.
Onderafdeling 4: Werktuigen aangedreven door ontploffings- of elektrische motoren
Artikel 46
Het gebruik in open lucht van alle werktuigen aangedreven door ontploffing- of elektrische motoren is verboden van 22.00 uur tot 6.00 uur. Tenzij een voorafgaande toelating werd bekomen van de burgmeester of het college van burgemeester en schepenen in het kader van bepaalde bouwwerkzaamheden. Op zondagen, evenals op wettelijke feestdagen is het gebruik van dergelijke toestellen eveneens verboden.
De verbodsbepalingen van dit artikel zijn echter niet van toepassing op land-, tuin- en bosbouwmachines, aangewend voor de normale exploitatie van het land-, tuin- en bosbouwbedrijf.
Onderafdeling 5: Speel-, sport of experimenteertuigen
Artikel 47
Het gebruik van speel-, sport- of experimenteertuigen aangedreven door verbrandingsmotoren en die niet kunnen worden aangezien als zijnde voertuigen te gebruiken in open lucht, is verboden, behoudens toelating van de burgemeester op openbare of private terreinen die gelegen zijn op minder dan 500 meter aan de rand van een woonwijk of woonkern of van stilte behoevende inrichtingen en parken.
Onderafdeling 6: Alarmkanonnen
Artikel 48
Zonder voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester of zijn gemachtigde is het verboden, op private of openbare eigendommen al dan niet automatische alarmkanonnen en gelijkaardige toestellen die gebruikt worden om vogels af te schrikken, te gebruiken.
Deze kanonnen mogen niet gebruikt worden op minder dan 100 meter van een woning of op minder dan 500 meter van een woonkern, tenzij het gebruik ervan gegrond is.
Het gebruik ervan is enkel toegelaten tussen 7.00 uur 's morgens en 20.00 uur 's avonds.
In de mate van het mogelijke dient de opening van het alarmkanon weg van de omliggende woning(en) of woonkern geplaatst te worden.
De ontploffingen mogen elkaar niet opvolgen met tussenpozen van minder dan 15 minuten.
De toelating wordt geschorst of ingetrokken indien een overtreding van dit reglement of het bestaan van overmatige hinder wordt vastgesteld.
Bij gebreke aan een machtiging, wordt bewarend beslag gelegd op het vogelschrikkanon en toebehoren door de politiediensten.
Onderafdeling 7: Verhuizingen
Artikel 49
Geen verhuizing mag plaatshebben tussen 22.00 uur en 06.00 uur tenzij bij dringende noodzakelijkheid en wanneer de lokale politie hiervan vooraf in kennis werd gesteld.
Onderafdeling 8: Geluid veroorzaakt door dieren
Artikel 50
Honden of andere dieren mogen geen abnormale hinder veroorzaken voor de buren door aanhoudend geblaf, geschreeuw, gekrijs of ander aanhoudend geluid.
De burgemeester kan de politieambtenaren laten overgaan tot de inbeslagname van de betrokken dieren en de plaatsing van het dier op kosten van de eigenaar of de houder ervan in een dierenasiel, zo de eigenaar of de houder van de dieren na de eerste waarschuwing geen passende maatregelen zou genomen hebben en de abnormale hinder zou aanhouden waarbij de openbare rust wordt verstoord.
Onderafdeling 9: Openbare evenementen en in niet-ingedeelde inrichtingen
Artikel 51
Het geluidsniveau bij openbare evenementen dient te voldoen aan de voorwaarden opgenomen in de vergunning van het evenement conform volgende normen:
§1. Niet-elektronisch versterkte muziek: Indien het geluidsniveau van de muziek niet hoger is dan 85 dB(A) LAeq, 15min (vergelijkbaar met zachte achtergrondmuziek), volstaat naleving van artikel 43 van het politiereglement.
§2. Elektronisch versterkte muziek: Het gebruik van elektronisch versterkte muziek valt onder de Vlaamse milieuregelgeving (VLAREM). Afhankelijk van het geluidsniveau en de aard van het evenement gelden volgende bepalingen:
○ Volume tussen 85 dB(A) en 100 dB(A) LAeq, 15min:
■ Moet worden aangegeven in de evenementenaanvraag.
■ Het geluidsniveau mag nooit hoger zijn dan 100 dB(A) LAeq, 60min.
■ Binnenlocaties (zaal, café, lokaal): maximaal 12 evenementen per jaar, en 2 per maand.
■ Openlucht of tenten: geen beperking op aantal evenementen.
○ Vanaf 95 dB(A) LAeq, 15min: gratis oordopjes verplicht beschikbaar voor het publiek.
§3. Geluidsmeting en registratie
○ Volume tussen 85 dB(A) en 95 dB(A) LAeq, 15min:
■ Continu geluidsmeting vereist.
■ Volume moet zichtbaar zijn voor de bediener van de installatie.
○ Volume tussen 95 dB(A) en 100 dB(A) LAeq, 60min:
■ Continu geluidsmeting én registratie vereist.
■ Start registratie 15 minuten vóór de eerste muziekactiviteit (inclusief soundcheck) en eindigt 15 minuten na de laatste activiteit.
■ Geluidsmeter kan gereserveerd worden via de gemeentelijke uitleendienst.
■ Registratiegegevens moeten binnen 7 dagen digitaal bezorgd worden aan de uitleendienst (Bloemestraat 45, 9990 Maldegem – uitleendienst@maldegem.be).
§4. Affichering van geluidsniveau
○ Vanaf meer dan 85 dB(A) LAeq, 15min: Maximaal toegestane geluidsniveau moet zichtbaar geafficheerd worden aan de ingang en aan de mengtafel.
○ Vanaf meer dan 95 dB(A), 15min: Ook het niveau in LAeq, 60min moet geafficheerd worden op dezelfde plaatsen.
§5. Toegestane speelduur
○ Afhankelijk van de dag waarop het evenement plaatsvindt:
■ Zondag t.e.m. donderdag: tot 22.00 uur
■ Vrijdag: tot 2.00 uur
■ Zaterdag: tot 4.00 uur
■ Vooravond van een feestdag: wordt als zaterdag beschouwd
■ Meerdaagse evenementen: slechts één avond tot 4.00 uur toegestaan; keuze ligt bij de organisator
■ Uitzonderingen voor jaarlijkse Maldegemse evenementen: mits aanvraag via het evenementenformulier en goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen
§6. Afbouwschema bij hoge volumes
○ Bij evenementen met muziek vanaf 90 dB(A) LAeq, 15min en 108 dB(C) LCeq, 15min (toetsingswaarde: 102 dB(A) LAmax Slow), moet het afbouwschema gevolgd worden.
○ Tijdens de laatste 30 minuten (bij evenementen die niet tot 4.00 uur duren) geldt een verlaagd geluidsniveau van 85 dB(A) LAeq, 15min en 98 dB(C) LCeq, 15min (toetsingswaarde: 92 dB(A) LAmax Slow), als signaal dat het evenement ten einde loopt
Artikel 51/1
Indien de openbare rust verstoord wordt door gelijk welk geluid veroorzaakt in en/of vanuit lokalen toegankelijk voor het publiek, met inbegrip van het daaraan palende terras, dan kan de inrichting tijdelijk gesloten worden.
AFDELING 6: Dieren
Onderafdeling 1: Algemene bepalingen
Artikel 52
De eigenaars, de bezitters of bewakers van honden en andere dieren moeten deze aangelijnd laten rondlopen op een openbare plaats. Deze verplichting geldt niet voor honden die gebruikt worden tijdens de jacht, die een kudde begeleiden, die onder toezicht rondlopen binnen de gemeentelijke hondenlosloopweide, die voor reddingsoperaties ingezet worden en voor politiehonden, blindengeleidehonden en assistentiehonden.
De bewaking dient zodanig te zijn dat de begeleider de hond of het dier elk ogenblik kan beletten om personen of dieren te intimideren of lastig te vallen, voertuigen te bespringen of private eigendommen te betreden.
Het is verboden honden of andere dieren te laten begeleiden door personen die het dier niet onder controle kunnen houden.
Het is verboden wilde of verwilderde duiven of verwilderde huisdieren (bv. zwerfkatten) te voederen.
Artikel 53
De eigenaar of de begeleider van de dieren die de openbare plaats vervuilen, is verplicht de openbare plaats op te kuisen.
Indien de overtreder de uitwerpselen niet verwijdert, worden de kosten voor het opruimen en reinigen door de gemeente aan de overtreder aangerekend.
Artikel 54
De eigenaar, bezitter, bewaker of houder van een dier dient ervoor te zorgen dat de afsluiting waardoor het dier van de openbare plaats gescheiden wordt, zich op elk moment in goede staat bevindt teneinde een uitbraak of schade te vermijden.
Artikel 55 – Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014
Onderafdeling 2: Honden
Artikel 56 – Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014
Artikel 57 – Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014
Artikel 58 – Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014
Artikel 59
De eigenaar of begeleider van honden is ertoe gehouden:
– te beletten dat hun hond de parken en plantsoenen, de speelpleinen (indien toegelaten), de recreatiecentra, andere voor het publiek toegankelijke plaatsen, alsmede de voet- en fietspaden, de rijwegen, de wandelpaden en de bermen bevuilt;
– steeds in het bezit te zijn van voldoende zakjes voor het verwijderen van de uitwerpselen van zijn dier. Het (de) zakje(s) moet(en) op het eerste verzoek van de toezichthoudende ambtenaar worden getoond;
– altijd en overal, met uitzondering van speciaal aangelegde hondentoiletten, de uitwerpselen van de hond onmiddellijk te verwijderen met behulp van het daartoe bestemde zakje. Het zakje moet de uitwerpselen mag alleen worden gedeponeerd in de gemeentelijke vuilnisbakken of meegegeven worden met het huisvuil. Uitzondering aan deze verplichting wordt gemaakt voor slechtzienden en blinden met een blindengeleidehond en rolstoelgebruikers.
De bepalingen van dit artikel ontslaan de aangelanden evenwel niet van hun algemene verplichting de bepalingen inzake het rein houden van de gemeente na te leven.
Onderafdeling 3: Uitvliegen van duiven
Artikel 60
Het is verboden duiven die niet deelnemen aan prijsvluchten te laten uitvliegen tijdens het speelseizoen tussen 07.00 uur en 18.00 uur op zaterdagen en op zon- en feestdagen en vooraleer de prijsvluchten gesloten zijn.
Het speelseizoen begint de eerste zondag van april en eindigt de laatste zondag van oktober.
Zo de duiven niet gelost werden, gelden dezelfde voorschriften tot het sluiten van de prijskamp. In dit geval zijn de deelnemende duivenliefhebbers gehouden dit ruchtbaar te maken in de buurt van het duivenhok.
Artikel 61
Elke handeling die de liefhebber schade kan toebrengen of hem benadelen is verboden. Deze handelingen zijn o.a. slaan op allerlei voorwerpen, zwaaien met of uithangen van linnen of gelegenheidsvlaggen, uitgezonderd de nationale of andere vaandels die uithangen ter gelegenheid van bepaalde feestdagen of toegestane feesten, of die hangen aan openbare gebouwen, het plaatsen van molentjes en het oplaten van ballonnen in de nabijheid van duivenhokken.
Onderafdeling 4: Exotische in het wild levende dieren
Artikel 62 - Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.
Artikel 63 - Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014 .
Onderafdeling 5: Circus met dieren
Artikel 63/1
Het is verboden met wilde dieren te werken in een circus.
Gedomesticeerde dieren zoals ganzen, eenden, hoenderachtigen, duiven, runderen, honden, katten, Aziatische buffel, dromedarissen, kamelen, lama’s, geiten, paarden, pony’s, ezels, fretten, konijnen, schapen en varkens mogen gebruikt worden, mits aan de voorwaarden wordt voldaan van het KB van 2 september 2005 betreffende het welzijn van dieren gebruikt in circussen en rondreizende tentoonstellingen (gewijzigd bij KB van 26 april 2007).
AFDELING 7: Vuurwerk, wensballonnen, wapens en munitie
Artikel 64
Zowel op het openbaar domein als binnen private eigendommen is het verboden, zonder afbreuk te doen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen betreffende de jacht en het organiseren van schietoefeningen op schietstanden, zonder een voorafgaandelijke geschreven toelating van de burgemeester of zijn gemachtigde schietwapens af te schieten, afschieten van wapens met veren of perslucht, paintball shooting, airsoft shooting, veldkanonnetjes in werking te zetten, vreugdeschoten te lossen of op het openbaar domein vuur te maken.
Het gebruik van wensballonnen of gelijkaardig is ten allen tijde verboden.
Artikel 64/1
§1. Het ontsteken van feestvuurwerk door particulieren is verboden.
Onder feestvuurwerk dient te worden verstaan: vuurwerk dat bestemd is voor gebruik door particulieren en in België vrij mag verkocht worden aan personen vanaf 16 jaar. Elk type feestvuurwerk bestemd voor particulieren is duidelijk gedefinieerd in hogere wetgeving.
§2. Het ontsteken van spektakelvuurwerk (en toebehoren) kan enkel toegelaten worden op voorwaarde dat een voorafgaande machtiging wordt aangevraagd aan het college van burgemeester en schepenen.
Wel is het vereist dat bij deze handelingen de gepaste veiligheidsmaatregelen worden genomen om het veroorzaken van schade of gevaar voor derden te vermijden.
Onder spektakelvuurwerk (en toebehoren) wordt verstaan: professioneel vuurwerk dat afgestoken wordt ter gelegenheid van evenementen. Een particulier mag geen spektakelvuurwerk bezitten.
Bij het afsteken van vuurwerk moet de hinder voor de buurt beperkt blijven.
Artikel 65
In het geval van een individuele vergunning dient de betrokkene, ten tijde van de activiteit drager te zijn van deze vergunning en dient hij/zij bovendien bij deze, op verzoek, aan ieder binnen deze regelgeving gemachtigd persoon te vertonen.
Artikel 66
Het is verboden aan minderjarigen beneden de leeftijd van zestien jaar te verkopen of uit te delen: knalbonbons, knalerwten, knalstenen, voetzoekers en ander vuurwerk die niet vallen onder de wet op de springstoffen van 28 mei 1956 en zijn latere wijzigingen.
Artikel 67
Vuurwerk dat gebruikt wordt of kennelijk bedoeld is om gebruikt te worden in strijd met bovenvermelde bepalingen wordt in beslag genomen.
AFDELING 8: Rondreizende woonwagenbewoners en kampeerders
Artikel 68
Behoudens vergunning vanwege de burgemeester, is het verboden op het hele grondgebied van de gemeente en op iedere plaats van de openbare ruimte langer dan 24 uur achtereen te verblijven of te slapen in een tent, wagen, een caravan of een daartoe ingericht voertuig, of er te kamperen.
Het is eveneens verboden meer dan 24 uur achtereen op een privéterrein te verblijven in een mobiel onderkomen zoals een woon- en aanhangwagen, een caravan of een mobilhome, behoudens vergunning.
Artikel 68/1
Uitzonderingen op artikel 68 zijn toegestaan voor:
– het verblijven op een locatie die als zone voor verblijfsrecreatie is ingekleurd;
– het kamperen in een tent op de terreinen nabij het speelbos te Kleit en dit voor maximaal twee opeenvolgende nachten, voor maximum drie tenten en maximum vijftien personen per nacht.
Artikel 69
Het is verboden:
– een kermis of circusvoorstelling te organiseren of zich als foorkramer te vestigen op een voor het publiek toegankelijk privaat terrein zonder vergunning van de bevoegde overheid;
– een kermis- of circusattractie te installeren of de installatie ervan op te slaan buiten de voorziene plaatsen en data voor iedere kermis, foor of circus, alsook in de gevallen dat de overheid de intrekking van de concessie of de vergunning beveelt;
– voor de uitbaters hun voertuigen elders te plaatsen dan op de door het bestuur aangeduide plaatsen.
De kermis- en circusattracties en de voertuigen geplaatst in overtreding met onderhavige bepaling moeten verplaatst worden bij het eerste politiebevel.
Circusexploitanten die het dierenwelzijn niet garanderen, verliezen onmiddellijk hun vergunning.
Artikel 70
Het is kermis-, circusexploitanten en foorkramers in het bijzonder verboden groot en klein vee, almede pluimvee, te houden op het terrein dat ze met woon- of kermiswagen bezetten, tenzij het terrein speciaal daartoe is uitgerust en uitgezonderd trekdieren en dieren van het kermis- of circusbedrijf.
Artikel 71
De kermis- en circusexploitanten en woonwagenbewoners zijn verplicht:
- de plaats rond en onder de wagen zuiver te houden;
- zich van hun afval op wettige wijze te ontdoen;
- een doorgang van ten minste vier meter tussen de wagens te laten, die moeten toelaten eventuele tussenkomsten van de hulpverleners mogelijk te maken.
Artikel 72 - Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.
Artikel 73 - Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.
AFDELING 9: Voorkomen van ongevallen
Artikel 74
Het is verboden op een openbare plaats enig voorwerp te werpen of producten te verspreiden of te plaatsen waardoor dieren zouden gekwetst of bevuild worden, goederen beschadigd of bevuild worden of personen gekwetst of gehinderd worden.
Artikel 75
Het is verboden te klimmen op of over afsluitingen en kunstwerken of op plaatsen te komen waar dit volgens de opschriften verboden is. Het is eveneens verboden te klimmen op andere voorwerpen op een manier waarop men zichzelf of een ander effectief in gevaar brengt.
De (speel)toestellen ter beschikking gesteld van het publiek mogen niet ongepast gebruikt worden zodat de openbare veiligheid in het gedrang komt. De gemeente is niet aansprakelijk voor ongevallen te wijten aan het onoordeelkundig gebruik van speeltoestellen op een gemeentelijk speelterrein, noch voor het gebruik van dergelijke (speel)toestellen in tegenstrijd met de bepaling van onderhavig artikel.
Het is verboden om op de openbare plaats voorwerpen neer te werpen, te plaatsen of achter te laten, die door hun val of door ongezonde uitwasemingen kunnen schaden.
Artikel 76
Het is verboden de openbare veiligheid in het gedrang te brengen door bouwvalligheid, gebrek aan herstelling of onderhoud aan huizen of gebouwen, of door een belemmering of een uitgraving of enig ander werk op of nabij openbare straten, wegen, pleinen of banen, zonder de voorgeschreven of gebruikelijke voorzorgsmaatregelen of waarschuwingstekens.
De eigenaars van gebouwen zijn verplicht om gehoor te geven aan de aanmaning van de administratieve overheid om gebouwen die bouwvallig zijn, te herstellen of te slopen.
Artikel 77
De eigenaar moet gepaste feitelijke maatregelen nemen om de toegang tot onbezette gebouwen te verhinderen.
De eigenaar van een niet-bewoond of niet gebruikt gebouw is verplicht het op een zodanige wijze af te sluiten dat iedere toegangsmogelijkheid, zonder inbraak, onmogelijk wordt. Tevens dienen in deze gebouwen de gepaste maatregelen te worden genomen om de toegang voor huis- en knaagdieren, in het wild levende dieren en voor vogels via vensters, ramen, deuren keldergaten en riolen te voorkomen.
Artikel 78
Het is verboden op een openbare plaats voorwerpen te plaatsen of te bevestigen die, ingevolge een onvoldoende stevigheid, op de openbare weg kunnen vallen en daardoor de veiligheid of het gemak van doorgang in gevaar kunnen brengen of die door hun aard de openbare weg of de gebruikers ervan kunnen bevuilen.
Vlaggen en constructies mogen worden aangebracht mits de onderkant ervan ten minste drie meter van de grond verwijderd is. Zij dienen verder in overeenstemming te zijn met andere reglementaire bepalingen dienaangaande.
AFDELING 10: Bediening van installaties van algemeen nut
Artikel 79
Personen die daar door het gemeentebestuur niet toe werden gemandateerd, mogen geen kranen van leidingen of kanaliseringen, schakelaars van de openbare verlichting, openbare uurwerken, signalisatieapparaten, elektriciteitskasten alsook uitrustingen voor telecommunicatie die zich bevinden op of onder de openbare weg of in openbare gebouwen bedienen.
Artikel 79/1
Iedere bedrieglijke hulpoproep of bedrieglijk gebruik van een praatpaal of signalisatietoestel bestemd om de veiligheid van de gebruikers te vrijwaren, is verboden.
AFDELING 11: Toebrengen van schade
Artikel 80
Het is verboden voorwerpen op iemand te werpen, die de persoon hinderen of bevuilen of op welke manier dan ook schade veroorzaken.
Artikel 81
Het is verboden stenen of andere harde lichamen, of andere voorwerpen die kunnen bevuilen of beschadigen, tegen voertuigen, huizen, gebouwen, afsluitingen of in tuinen en besloten erven te werpen.
Artikel 82
Met behoud van de toepassing van de bepalingen van Boek II, titel XI, hoofdstuk III, van het Strafwetboek is het verboden andermans roerende eigendommen opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Artikel 83
Het is verboden afsluitingen, van welk materialen dan ook gemaakt, opzettelijk te beschadigen.
Artikel 84
Het is verboden eigendommen en straatmeubilair te vernielen of met graffiti te bespuiten, tenzij het college uitdrukkelijk toelating geeft in het kader van een artistiek project.
Artikel 85
Het is verboden om andermans onroerende goederen opzettelijk te beschadigen.
Artikel 86
Het is verboden te vernielen, neer te halen, te verminken of te beschadigen:
– grafsteden, gedenktekens of grafstenen;
– monumenten, standbeelden of andere voorwerpen die tot algemeen nut of tot openbare versiering bestemd zijn en door de bevoegde overheid of met machtigingen zijn opgericht;
– monumenten, standbeelden, schilderijen of welke kunstvoorwerpen ook, die in kerken, tempels of andere openbare plaatsen zijn geplaatst.
Artikel 87
Het is verboden om kwaadwillig bomen om te hakken of zodanig af te snijden, te verminken of te ontschorsen dat zij vergaan, of om enten te vernielen.
Artikel 88
Het is verboden om grachten geheel of ten dele te dempen, levende of dode hagen af te hakken of uit te rukken, landelijke of stedelijke afsluitingen, uit welke materialen ook gemaakt, te vernielen en ook om grenspalen, hoekbomen of andere bomen, geplant of erkend om de grenzen tussen verschillende erven te bepalen, te verplaatsen of te verwijderen.
AFDELING 12: Opzettelijke slagen en verwondingen
Artikel 89
Het is verboden om opzettelijke slagen en verwondingen toe te brengen.
AFDELING 13: Diefstal
Artikel 90
Hij/zij die een zaak die hem niet toebehoort, bedrieglijk wegneemt, is schuldig aan diefstal. Met diefstal wordt gelijkgesteld: het bedrieglijk wegnemen van andermans goed voor een kortstondig gebruik.
AFDELING 14: Wildplassen
Artikel 91
Het is verboden te urineren of uitwerpselen achter te laten op een openbare plaats of in galerijen en passages op privé-gebied die voor het publiek toegankelijk zijn, elders dan in de daartoe bestemde plaatsen.
AFDELING 15: Voeren van publiciteit – aanplakkingen – aanbrengen spandoeken en opschriften
Artikel 92
Het is verboden door aanplakking, beschildering, uitstrooiing of op enige andere wijze publicitaire teksten, propaganda of andere teksten, beelden of tekeningen op het openbaar domein aan te brengen, tenzij op plaatsen aangeduid door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 93
Aangebrachte publiciteit mag niet afgerukt, gescheurd, bevuild, noch onleesbaar gemaakt worden.
Artikel 94
Het overdekken van aanplakkingen is verboden tot zolang de datum van de gebeurtenis waarvoor de aanplakking dient, niet is verstreken of tot zolang dat deze haar belang niet verloren heeft. Publiciteit wordt geacht haar belang te hebben verloren vanaf het ogenblik dat zij twee maanden is aangebracht of wanneer deze door weer- of andere omstandigheden in de tekst of in de voorstelling beschadigd is.
AFDELING 16: Verkiezingspropaganda
Artikel 95
Veertig dagen voor de datum van een door of krachtens de wet voorziene verkiezing of volksraadpleging tot en met de dag van die verkiezing of volksraadpleging, is het verboden door aanplakking, beschildering, uitstrooiing of op andere wijze publicitaire teksten, propaganda of andere teksten, beelden of tekeningen aan te brengen, tenzij met voorafgaande en schriftelijke toelating van de eigenaar of de gebruiksgerechtigde.
Het gemeentebestuur stelt na de toekenning van de lijstnummers bij verkiezing of na het ter beschikking stellen aan de inwoners van de brochure bij volksraadpleging, aanplakborden ter beschikking van de in de kiesomschrijving ingediende lijsten bij verkiezingen en/of de verdedigers van de mogelijke antwoorden op de vragen bij volksraadpleging, op de door het gemeentebestuur voorziene plaatsen.
Elke hierboven bedoelde lijst bij verkiezing of elk mogelijk antwoord op de vragen bij volksraadpleging beschikt per bord over een vlakke oppervlakte van 2m² met dezelfde afmetingen en met een gelijke zichtbaarheid van op de openbare weg. De volgorde op de borden wordt bepaald van links naar rechts en naar volgorde van de lijstnummers bij verkiezing of aan de volgorde van de brochure bij volksraadpleging. Elke lijst of elk mogelijk antwoord plakt op deze borden uitsluitend op de met het lijstnummer gemarkeerde ruimte bij verkiezing of op de met het vraagnummer en het mogelijk antwoord gemarkeerde ruimte bij volksraadpleging.
De verkiezingspropaganda moet binnen de 2 weken na de datum van de verkiezing of volksraadpleging verwijderd zijn.
Het gemeentebestuur mag de officiële aanplakborden vroeger verwijderen.
Het gemeentebestuur zal de officiële aankondigingen bij verkiezing of volksraadpleging op het marktplein uithangen.
Artikel 96
Op de dag van de verkiezing of volksraadpleging is het verboden in een straal van 100 meter rond de ingang van kiesbureaus voertuigen en/of aanhangwagens voorzien van propaganda of publiciteit te plaatsen.
Artikel 97
Op de dag van de verkiezing of volksraadpleging is het verboden gebruik te maken van luidsprekers, toestellen of apparaten voor het verspreiden van propaganda of publiciteit.
In de periode bedoeld in art. 95 en onverminderd de eerste bepaling van dit artikel, is het gebruik van geluidsinstallaties enkel toegelaten op werkdagen tussen 09.00 uur en 17.00 uur en voor zover men over een voorafgaande schriftelijke toelating van de burgemeester beschikt, onverminderd art. 45.
Artikel 98
In de periode bedoeld in art. 95 is het uitrijden van een aaneengesloten groep van ten minste tien voertuigen enkel toegelaten mits men over een voorafgaande schriftelijke toelating van de burgemeester beschikt.
Bij de organisatie van auto- en fietskaravanen moeten de deelnemers zich houden aan de verkeersregels (KB 1 december 1975). Bij de organisatie van een fietskaravaan moet in het bijzonder rekening gehouden worden met de bepalingen betreffende fietsers in groep (art. 43bis).
AFDELING 17: Lichtpollutie
Artikel 99
Het gebruik van lichtbronnen in open lucht is beperkt tot de noodwendigheden inzake uitbating en veiligheid. De verlichting is dermate geconcipieerd dat niet functionele lichtoverdracht naar de omgeving maximaal wordt beperkt. Het in de lucht projecteren van stilstaande of bewegende lichtstralen voor publicitaire, artistieke of ander doeleinden, is verboden. Mits een voorafgaande en schriftelijke toelating van de burgemeester kan hiervan worden afgeweken voor openbare evenementen.
Artikel 100
Deze bepalingen zijn niet van toepassing op :
– de openbare verlichting en de monumentenverlichting, geplaatst door of in opdracht van de
overheden;
– de specifieke verlichting van sportterreinen;
– de wettelijke verplichte verlichting op voertuigen;
– de vergunde lichtreclames.
AFDELING 18: Activiteiten op/of grenzend aan de openbare plaats
Onderafdeling 1a: Uitstallen van koopwaar door handelszaken
Artikel 101
De exploitant van een handelszaak mag geen uitstalinrichtingen van koopwaar en/of automaten plaatsen op de openbare plaats zonder voorafgaandelijke schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 101/1
De uitstalinrichtingen (uitgezonderd automaten) mogen uitsluitend op de openbare plaats geplaatst worden overdag (d.w.z. tussen 6u en 22u), op de dagen waarop de achterliggende handelszaak geopend is, aan de straatzijde waar de betreffende handelszaak gelegen is en voor de gevel van de betreffende handelszaak. Draagtoestellen (uitgezonderd automaten) mogen niet op de openbare plaats worden geplaatst of tegen de gevel bevestigd indien er geen waren op uitgestald zijn.
Artikel 101/2
De uitstalinrichtingen mogen slechts die oppervlakte innemen bepaald in de vergunning en ze moeten steeds voldoen aan de opgelegde voorwaarden bepaald in de vergunning.
Artikel 101/3
Tenzij anders bepaald in de vergunning, moeten de uitstalinrichtingen tegen de rooilijn geplaatst worden over een breedte die niet meer bedraagt dan de breedte van de bijbehorende handelszaak.
Artikel 101/4
De doorgang dient obstakelvrij en vrij van hoogteverschillen te zijn en moet minimaal voldoen aan de normen opgenomen in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
Artikel 101/5
De uitstallingen moeten zorgvuldig onderhouden worden.
Artikel 101/6
De uitstallingen die in strijd met de vergunning zijn geplaatst of die zonder de vereiste vergunning zijn geplaatst, moeten op het eerste verzoek van de politie of van een gemachtigde ambtenaar verwijderd worden. Als op dat verzoek niet ingegaan wordt, kan ambtshalve worden overgegaan tot de verwijdering ervan, op kosten en risico van de overtreder.
Onderafdeling 1b: het plaatsen van fietsstallingen of fietsrekken op de openbare plaats bij een handelszaak
Artikel 101/7
De exploitant van een handelszaak mag geen fietsenstallingen of fietsrekken plaatsen op de openbare plaats zonder voorafgaandelijke schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepenen.
De modaliteiten voor het bekomen van dergelijke vergunning zijn dezelfde als omschreven onder onderafdeling 1a, artikel 101/1 t.e.m. artikel 101/6.
Onderafdeling 1c: Publiciteit, bekendmakingen, verfraaiing waarbij de openbare plaats wordt ingenomen door handelszaken.
Artikel 101/8
Er mogen geen voorzieningen of objecten op het openbaar domein geplaatst worden voor publiciteit, bekendmaking, verfraaiing, of niet-winstgevende doeleinden, zonder voorafgaandelijke schriftelijke melding aan het gemeentebestuur volgend de procedure vermeld op de gemeentelijke website.
Artikel 101/9
Dergelijke objecten mogen uitsluitend overdag (d.w.z. tussen 6u en 22u) geplaatst worden, op de dagen waarop de achterliggende handelszaak geopend is, aan de straatzijde waar de betreffende handelszaak gelegen is en voor de gevel van de betreffende handelszaak.
Artikel 101/10
De doorgang dient obstakelvrij en vrij van hoogteverschillen te zijn en moet minimaal voldoen aan de normen opgenomen in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1997 houdende vaststelling van een algemene bouwverordening inzake wegen voor voetgangersverkeer.
Artikel 101/11
De uitstallingen moeten zorgvuldig onderhouden worden.
Artikel 101/12
De objecten die niet conform zijn geplaatst, moeten op het eerste verzoek van de politie of van een gemachtigde ambtenaar verwijderd worden. Als op dat verzoek niet ingegaan wordt, kan ambtshalve worden overgegaan tot de verwijdering ervan, op kosten en risico van de overtreder.
Onderafdeling 2: Inzamelingen op de openbare weg
Artikel 102
Het is verboden op het openbaar domein en in voor het publiek toegankelijke plaatsen om het even welke inzamelingen te verrichten, inclusief de huis-aan-huis inzameling, zonder in het bezit te zijn van een geschreven vergunning. Indien men niet beschikt over een vergunning afgeleverd door een hogere autoriteit, kan een vergunning toegekend worden door de burgemeester of zijn gemachtigde. De burgemeester of zijn gemachtigde bepaalt gebeurlijk de voorwaarden die in acht dienen te worden genomen. Verzoekers moeten hun aanvraag tot de vereiste vergunning richten tot de burgemeester minimum 2 weken voor de eerste inzameling.
Artikel 103
Het is de inzamelaars geboden deze geschreven vergunning, waarin duidelijk de redenen van hun activiteit en de eventuele voorwaarden worden bepaald, tijdens hun activiteiten bij zich te hebben en deze telkens spontaan te vertonen.
Onderafdeling 3: Straatoptredens
Artikel 104
Het is verboden om op de openbare plaats zang-, muziek- of andere voorstellingen te geven zonder voorafgaandelijke schriftelijke toelating van de burgemeester.
Onderafdeling 4: Skateboards
Artikel 105
Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.
Onderafdeling 5: Schaatsen op beken, vijvers en waterlopen
Artikel 105/1
Het is verboden zich op het ijs van de waterlopen en stilstaande waters te begeven.
Bij een voldoende ijsdikte kan de burgemeester, na technisch advies te hebben ingewonnen, een afwijking van dit verbod toestaan.
Onderafdeling 6: Bedelarij
Artikel 105/2
Het is op het ganse grondgebied verboden te bedelen op een agressieve manier, onder meer door het opdringerig aanklampen van voorbijgangers.
Artikel 105/3
Het is op het ganse grondgebied verboden bij het bedelen gebruik te maken van dieren.
Artikel 105/4
Het is op het ganse grondgebied verboden te bedelen op trottoirs waar de doorgang van voetgangers of de toegang naar gebouwen bemoeilijkt kan worden.
Artikel 105/5
Het is op het ganse grondgebied verboden te bedelen op de rijbaan of ten aanzien van de bestuurders of passagiers van voertuigen op de rijbaan, onder meer op of in de nabijheid van kruispunten.
Artikel 105/6
Het is op het ganse grondgebied verboden aan de deuren te bellen of te kloppen met het doel een aalmoes te bekomen.
AFDELING 19: Betreden van akkers
Artikel 106
Het is verboden, zonder daartoe gerechtigd te zijn, op andermans grond te komen of erover te gaan of dieren of vee erover te laten lopen vanaf de periode dat de grond is gereed gemaakt of bezaaid of beplant tot het ogenblik dat de veldvruchten geoogst zijn.
Artikel 107
Het is verboden veldvruchten of andere nuttige voortbrengsels van de bodem die nog niet geoogst zijn, te roven.
AFDELING 20: Drankslijterijen
Artikel 108
Het is de exploitant van een drankslijterij verboden een besluit van de burgemeester, waarbij met het oog op de vrijwaring van de openbare orde, de sluiting van zijn inrichting wordt bevolen, te overtreden.
De officier van bestuurlijke politie kan, na een eerste waarschuwing en tot de eerstvolgende ochtendopening, de voor het publiek toegankelijke gelegenheid sluiten, wanneer de uitbating ervan de openbare orde verstoort.
AFDELING 21: Verplichtingen opgelegd in geval van brand, overstroming en andere gevaren
Artikel 109 - Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.
Artikel 110 - Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.
Artikel 111 - Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 18 december 2014.
Artikel 112
De brandmonden gelegen in een openbare plaats, moeten steeds vrij blijven voor gebruik en gemakkelijk toegankelijk gehouden worden.
AFDELING 22: Nummering der gebouwen
Artikel 113
Elk gebouw dat bewoond is of bewoond kan worden moet voorzien zijn van een, enkel en alleen door de gemeenteoverheid toegekend, huisnummer. Ook bij gebouwen voor administratief, commercieel of industrieel gebruik moet een dergelijk huisnummer aangebracht worden, zelfs indien ze geen woning bevatten.
Artikel 114
Het huisnummer moet aangebracht worden op of bij het hoofdgebouw, bij de hoofdingang, zicht- en leesbaar vanaf de openbare weg. Wanneer een gebouw niet langs de openbare weg gelegen is, moet bovendien een huisnummer aangebracht worden aan de hoofdingang of –toegang van de eigendom waarop het gebouw opgericht is.
AFDELING 23: Zwerfvuil, inzameling huishoudelijke afvalstoffen
Onderafdeling 1: Achterlaten van afval
Artikel 115
§1. Het is verboden in de openbare ruimte of op de onbebouwde gronden om het even welke voorwerpen, stoffen, materialen of afval te werpen, neer te leggen, achter te laten, te laten vloeien of terecht te laten komen die van die aard zijn om iemand te doen struikelen, of om de openbare ruimte of onbebouwde gronden te bevuilen, te beschadigen of onveilig te maken.
§2. Onder afval wordt verstaan:
– zwerfvuil (verpakkingen van snoep, snacks, sigaretten en drank, maar ook papier- en plasticafval, sigarettenpeuken, kauwgom, fruit- en groente afval, …);
– sluikstorten van huishoudelijk afval;
– het oneigenlijk gebruik van straatvuilbakjes voor huishoudelijk afval, ander dan afval afkomstig van ter plekke geconsumeerde producten.
§3. Iedereen die, op om het even welke wijze, de openbare ruimte heeft bevuild of laten bevuilen, moet ervoor zorgen dat deze onverwijld opnieuw proper gemaakt wordt. Indien men nalaat hieraan gevolg te geven, wordt ambtshalve overgegaan tot de reiniging op kosten en risico van de overtreder.
§4. Volgende inrichtingen worden verplicht afvalrecipiënten te plaatsen en het zwerfvuil in de omgeving van hun inrichting op te ruimen:
- Inrichtingen die voedingsmiddelen, dranken, tabaksproducten of andere consumptieproducten met eenmalige verpakkingen verkopen of aanbieden die buiten de inrichting onmiddellijk kunnen worden verbruikt.
- Tijdelijke inrichtingen (bv. markten, kermissen, braderijen, circussen, etc.) die voedingsmiddelen, dranken, tabaksproducten of andere consumptieproducten met eenmalige verpakkingen verkopen of aanbieden die buiten de inrichting onmiddellijk kunnen worden verbruikt.
Volgende afvalrecipiënten dienen beschikbaar te zijn bij bovenstaande inrichtingen: PMD, GFT, papier & karton, en restafval. Bovenstaande inrichtingen dienen het zwerfvuil op te ruimen binnen een straal van 10 m van de inrichting.
Onderafdeling 2: Inzameling huisvuil, papier, karton, PMD en vanaf 1 januari 2026 GFT
Artikel 116
§1. Onder ‘huisvuil’ wordt verstaan: alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen die in de voorgeschreven recipiënt voor de huisvuilophaling kunnen geborgen worden, met uitzondering van papier, karton, textiel, glas, klein gevaarlijk afval (KGA), tuin- en groenafval, plastiek, metaal en drankkartons, GFT (bioafval of organisch-biologisch afval) vanaf 1 januari 2026 en andere selectief ingezamelde afvalstoffen.
§2. Onder ‘papier en karton’ wordt verstaan: alle kranten, reclamedrukwerk, tijdschriften, publicaties, schrijfpapier, kopieerpapier, computerpapier, boeken en papieren of kartonnen verpakkingen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen, met uitzondering van geolied papier of karton, papier met waslaag, carbonpapier, vervuild papier, vervuilde papieren en kartonnen verpakkingen, papieren voorwerpen waar kunststof of andere materialen in verwerkt zijn, kaarten met magneetbanden, behangpapier, cementzakken, meststofzakken en sproeistofzakken en dergelijke.
§3. Onder PMD (plastiek verpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons) wordt verstaan :
– plastiek flessen en flacons van frisdrank, water, melk en detergenten
– plastiek schaaltjes, vlootjes en bakjes
– plastiek potjes en tubes
– plastiek folies en zakjes
– metalen blikjes (bussen) van frisdranken, water en bier
– conservenblikken
– spuitbussen van voedingswaren en cosmetica
– aluminiumschoteltjes, -bakjes en -zakjes
– metalen deksels en schroefdoppen van deze verpakkingen
– drankkartons van frisdrank, melk en soep
Het aangeboden PMD-afval mag geen KGA, glas, etensresten of andere afvalstoffen bevatten.
§4. Onder ‘GFT’ wordt verstaan: afval dat afkomstig is van het gescheiden ingezamelde organische deel van het huishoudelijk afval. Het omvat composteerbaar keukenafval, dus ook vlees- en visresten, bereide etenswaren, enz. en het gedeelte van het tuinafval dat bestaat uit niet-houtig, fijn materiaal:
– Schillen en resten van fruit, groenten en aardappelen
– Dierlijk en plantaardig keukenafval en etensresten
– Broodresten
– Koffiedik, papieren koffiefilter
– Papier van keukenrol
– Noten, pitten
– Vlees-en visresten, schaaldierresten (uitgezonderd schelpen zoals mosselschelpen, oesterschelpen, ...)
– Vaste zuilvelproducten
– Eieren, eierschalen
– Fijn tuin- en snoeiafval (bladeren, gras, onkruid, haagscheersel)
– Kamer- en tuinplanten (inclusief potgrond)
– Schaafkrullen en zaagmeel van onbehandeld hout
– Mest van kleine huisdieren
Artikel 117
Het huisvuil wordt eenmaal per week huis-aan-huis opgehaald langs de straten, wegen en pleinen waar de ophaling is ingericht, op de door het college van burgemeester en schepenen bepaalde dagen.
Huisvuil mag niet worden meegegeven met het grofvuil of een andere inzameling dan deze van huisvuil.
Huisvuil mag evenmin aangeboden worden op het recyclagepark.
Voor papier en karton en PMD wordt de huis-aan-huis inzameling tweewekelijks georganiseerd.
Artikel 118
§1.De verschillende afvalfracties moet aangeboden worden in de daarvoor voorziene zakken en/of recipiënten ten vroegste om 18 uur op de vooravond van de ophaling.
De inzameling start vanaf 6.00 uur ’s morgens. De aangeboden afvalstoffen moeten vóór de eerste passage van de ophaaldienst voor ophaling zijn aangeboden.
§2. De zakken en/of recipiënten moeten degelijk gesloten zijn, zodat ze hun inhoud niet verliezen en gemakkelijk hanteerbaar zijn. Het is verboden in de huisvuilzakken gelijk welke stof of gelijk welk voorwerp te bergen dat het personeel van de reinigingsdienst kan kwetsen of besmetten.
§3. Papier en karton dienen aangeboden te worden in papieren zakken, kartonnen dozen of voldoende samengebonden. Er moet voor gezorgd worden dat het papier niet kan wegwaaien en dat het door de ophalers op een vlotte en nette manier kan opgehaald worden.
§4. Het GFT dient aangeboden te worden in een 40 liter of 120 liter GFT-container met gesloten deksel, met het handvat naar de openbare weg gericht en waarbij het handvat voorzien is van een reglementaire retributiesticker voor ophaling. De geledigde containers dienen door de aanbieder op de dag van lediging terug te worden verwijderd van de openbare ruimte.
§5. De inwoners moeten het afval goed zichtbaar aan de rand van het voetpad op de berm voor hun woning plaatsen. Het afval moet zodanig geplaatst worden dat het de weggebruiker niet hindert.
§6. Het afval dat door nalatigheid van de ophaler niet is opgehaald, mag na melding aan het meldpunt van IVM, maximaal 24 uur na de normale ophaaldag blijven staan.
§7. Buiten de bevoegde personen is het voor iedereen verboden grof huisvuil, metalen, papier, vuilniszakken, recipiënten en containers te doorzoeken, mee te nemen, te verplaatsen, te beschadigen of de inhoud ervan op de openbare ruimte te storten.
Onderafdeling 3: Inzameling grofvuil en asbestplaten en -leien
Artikel 119
§1. Onder grofvuil wordt verstaan: alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in het recipiënt voor de huisvuilophaling kunnen geborgen worden, met uitzondering van papier, karton, textiel, glas, KGA, GFT- en groenafval, plastiek-, metaal- en drankkartonverpakkingen (PMD), tapijten, matrassen, bouw- en sloopafval, ‘metalen gemengd’, autobanden, afgedankte elektrische en elektronische apparaten (AEEA), sanitaire toestellen, handels- en nijverheidsafval en andere selectief ingezamelde afvalstoffen.
§2. Onder asbestplaten en -leien wordt verstaan: alle asbest bevattende golfplaten en dakleien.
§3. Het grofvuil en de asbestplaten en -leien worden aan huis opgehaald, op afroep en tegen betaling. De inzameling wordt via de IVM geregeld. Wie grofvuil of asbestplaten en -leien wenst aan te bieden moet hiervoor eerst een afspraak maken met IVM. Het grofvuil en de asbestplaten en -leien kunnen ook worden aangeboden op het containerpark. Het herbruikbaar grofvuil kan worden aangeboden in het kringloopcentrum waarmee de gemeente een overeenkomst heeft afgesloten.
§4. Het grofvuil mag ten vroegste de avond vóór de ophaling na 16.00 uur op de openbare weg geplaatst worden. Het grofvuil moet aangeboden worden en zich bevinden ter hoogte van de woning van de betrokken inwoner, en op zodanige wijze geplaatst worden dat het verkeer hierdoor niet verhinderd of belemmerd wordt. De stukken moeten verhandelbaar zijn door 2 personen (dus max. 60 kg zwaar). Alle voorwerpen moeten zodanig verpakt worden dat ze geen gevaar kunnen opleveren voor de ophalers van de afvalstoffen en het totale volume van alle aangeboden voorwerpen samen, per ophaalpunt, is beperkt tot 3 m³.
§5. De asbestplaten en -leien moeten in een speciaal daarvoor voorziene asbestplaatzak of bigbag worden aangeboden aan de rand van (of op) de openbare weg. De aanbieder moet in het desbetreffende geval een inname openbaar domein aanvragen. Er mogen maximaal 2 asbestplaatzakken en/of bigbags worden aangeboden.
Onderafdeling 4: Selectieve inzameling
Artikel 120
Het is verboden afval dat niet overeenstemt met de bepalingen van selectieve inzameling te deponeren in een recipiënt bestemd voor selectieve inzameling. Het is verboden afval te werpen of achter te laten in en naast een recipiënt voor selectieve inzameling.
Artikel 121
§1. Glas moet volgens kleur in de verschillende openingen van de glascontainer gedeponeerd worden. Dit kan iedere dag tussen 8 uur ’s ochtends en 20 uur ’s avonds.
§2. Het is verboden glas of ander afval achter te laten naast de glasbol. Wanneer de glasbol vol is, moet het glas terug meegenomen worden of in een andere glasbol gedeponeerd worden.
Onderafdeling 5: Textielinzameling en inzameling andere afvalstoffen
Artikel 121/1
Behoudens goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, is de inzameling van textiel op alle openbare plaatsen en plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn (dus ook private plaatsen die toegankelijk zijn zoals parkings) verboden..
Artikel 121/2
Behoudens goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen, is de inzameling van afvalstoffen die winst kunnen opleveren zoals papier en karton, frituurolie, oud ijzer, gsm’s, … (deze lijst is niet limitatief) op alle openbare plaatsen en plaatsen die voor het publiek toegankelijk zijn (dus ook private plaatsen die toegankelijk zijn zoals parkings) verboden.
AFDELING 24: Ordemaatregelen begraafplaatsen
Artikel 122
De gemeentelijke begraafplaatsen zijn voor het publiek toegankelijk:
- in de zomer met ingang van het zomeruur van 08.00u tot 22.00u.
- in de winter met ingang van het winteruur van 08.00u tot 18.00 u.
Afwijkingen kunnen worden toegestaan door de burgemeester, meer bepaald in de periode rond Allerheiligen. Hieraan zal de nodige ruchtbaarheid gegeven worden.
Voor dienstnoodwendigheden kunnen de begraafplaatsen, tijdens de openingsuren, op bevel van de burgemeester tijdelijk voor het publiek gesloten worden.
Artikel 123
Op de begraafplaatsen zijn alle handelingen verboden waardoor de orde of de aan de overledenen verschuldigde eerbied wordt verstoord.
Het is in het bijzonder verboden :
– aanplakbrieven of opschriften aan te brengen, behoudens in de gevallen bepaald bij het decreet van 16 januari 2004 (en latere wijzigingen) of bij politieverordening;
– goederen te koop aan te bieden of zijn diensten aan te bieden;
– de grasperken en de aanplantingen van de begraafplaats en aanhorigheden te betreden of op welk wijze dan ook te beschadigen;
– om grafschennis te plegen, maar ook voorwerpen te ontvreemden, verplaatsen of beschadigen;
– de graftekens en alle hulde- en versieringsvoorwerpen op welke wijze ook te beschadigen;
– binnen de omheining van de begraafplaats en de aanhorigheden vuilnis en afval neer te leggen, tenzij op de daartoe bestemde plaatsen;
– op de begraafplaats of de aanhorigheden zich te gedragen op een wijze die met de ernst en de stilte der plaats en met de eerbied verschuldigd aan de overledenen niet overeenstemt;
– met voertuigen de begraafplaats binnen te rijden, tenzij om uitzonderlijke redenen en in uitzonderlijke gevallen onder toezicht van de door het college aangestelde personen;
– op de begraafplaatsen te fietsen;
– opschriften of grafschriften aan te brengen die de welvoeglijkheid, de orde aan de overledenen verschuldigde eerbied verstoren;
– verharde al of niet met steen of gras bedekte wegen om te woelen of te beplanten;
– gelijk welke daad te stellen, die de welvoeglijkheid van de plaats, de orde en de eerbied voor de overledenen stoort of kan storen.
Honden zijn toegelaten op de begraafplaats mits deze zijn aangelijnd conform artikel 52 en artikel 59 van dit reglement.
Artikel 124
Het plaatsen van graftekens en monumenten is onderworpen aan de reglementering opgenomen in het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
Bij niet-naleving ervan kan, na het verstrijken van de termijn van bekendmaking aan de nabestaanden heeft het gemeentebestuur de bevoegdheid om de grafzerk te verwijderen en de kosten te verhalen op de nabestaanden.
Artikel 125
Op zondagen, wettelijke en reglementaire feestdagen en vanaf de voorlaatste werkdag van oktober tot en met 2 november is het behoudens toestemming van de burgemeester, op de gemeentelijke begraafplaatsen verboden graftekens te plaatsen, bouw- en beplantings- of aanaardingswerk aan de graven uit te voeren.
De personen die ter gelegenheid van Allerheiligen bloemen wensen aan te brengen op de graven, mogen deze bloemen ten vroegste de dag na Allerheiligen wegnemen. Niet weggenomen bloempotten na 30 november zullen ambtswege worden verwijderd.
Artikel 126
Binnen de omheining van de gemeentelijke begraafplaats mag geen enkel materiaal achtergelaten worden en worden materialen geplaatst naarmate van de behoeften. De voor de graftekens bestemde stenen moeten langs alle zichtbare kanten afgewerkt en gekapt zijn en klaar om onmiddellijk geplaatst te worden. Indien een vaste bloembak deel uitmaakt van het grafteken op een grafkelder of urnenkelder dient deze zich binnen de vastgelegde maximumafmetingen van de concessie te bevinden zoals bepaald in het huishoudelijk reglement op begraafplaatsen en lijkbezorging.
AFDELING 25: Drankgelegenheden
Artikel 127
Iedere nieuwe uitbater dient zijn/haar intentie om een drankgelegenheid te openen of te heropenen kenbaar te maken aan de burgemeester via het aanvraagformulier dat op de website van de gemeente of bij de dienst lokale economie te vinden is.
De aanvrager dient het formulier te naam- en dagtekenen, waarna het minstens twee maanden voor de (her)opening van de inrichting dient afgegeven of opgestuurd te worden naar de dienst lokale economie.
AFDELING 26: Gebruik en verkoop van alcohol
Artikel 128
Het is verboden om tussen 00.00 uur en 08.00 uur (gedistilleerde of gegiste dranken al dan niet in gemixte vorm) in de openbare plaats, buiten de terrassen en andere toegelaten plaatsen speciaal bestemd voor dit doel, alcoholhoudende dranken te gebruiken. Het bezit van geopende recipiënten die alcoholhoudende dranken bevatten worden gelijkgesteld met het gebruik beoogd in onderhavig artikel.
Artikel 129
De burgemeester kan de verantwoordelijke exploitanten of door hem aangestelde personen van inrichtingen, uitbatingen en aanhorigheden die al dan niet tegen betaling voor het publiek toegankelijk zijn, ook al is de toegang beperkt tot bepaalde categorieën van personen, verbieden om gedurende een bepaalde periode, alcoholhoudende dranken (gedistilleerde of gegiste dranken al dan niet in gemixte vorm) te verkopen en /of aan te bieden, zelfs gratis en in welke hoeveelheid ook, tenzij de consument na bestelling of aanbod bediend wordt binnenin de zaak of aanhorigheden (terras, tuin,...) en dit voor onmiddellijke consumptie aldaar.
Artikel 130
Een uitzondering op voorgaande artikelen kan door de burgemeester worden toegestaan aan de organisatoren van activiteiten waarbij de inname van een afgebakende zone van de openbare plaats voorafgaandelijk werd toegestaan. De uitzondering heeft enkel uitwerking binnen de toegestane afbakening van de openbare plaats.
AFDELING 27: Schadelijke middelen
Artikel 130/1
Opgeheven bij gemeenteraadsbesluit dd. 25 september 2025.
AFDELING 28: De groene ruimte
Artikel 131
Onder groene ruimtes wordt verstaan: het geheel van openbare parken en bossen, groene zones langs spoor- en andere wegen, braakland, recreatiegebieden en begraafplaatsen.
Artikel 132
Behoudens dienstvoertuigen en hulpverleningsdiensten, mag geen enkel motorvoertuig in groene ruimten circuleren zonder de toelating van de burgemeester. De groene ruimten zijn verder alleen toegankelijk voor voetgangers, invalidenwagens, kinderwagens, aan de hand geleide fietsen en bromfietsen, al dan niet bereden kinderrijwielen van kinderen jonger dan 9 jaar, in de mate dat hun gedrag de veiligheid van de andere gebruikers niet in het gedrang brengt.
Ruiters of gespannen zijn niet toegestaan in de groene ruimten, tenzij anders aangeduid op de locatie of indien zij beschikken over een voorafgaande toelating van de burgemeester of het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 133
Het is verboden vogels te vangen en hun nesten te vernielen en alle andere dieren die zich in de omgeving bevinden lastig te vallen.
Artikel 134
Het is verboden knoppen en bloemen of planten te verwijderen. Het is verboden bomen te verminken, schudden of ontschorsen; takken, bloemen of andere planten af te rukken of af te snijden; palen of andere voorwerpen voor de bescherming van aanplantingen uit te rukken; wegen en dreven te beschadigen; zich te begeven in bloemperken- en tapijten, ze te vernietigen of te beschadigen.
Artikel 135
De toegang tot grasperken is verboden voor alle personen en dieren wanneer dit verbod tot betreden wordt aangeduid door specifieke borden. De toegang tot grasperken is verboden voor alle voertuigen. Grasperken die door voertuigen mogen bereden worden zijn aangeduid door specifieke borden.
AFDELING 29: Plaatsverbod
Artikel 136
Het is verboden het plaatsverbod opgelegd door de burgemeester op basis van artikel 134 sexies van de Nieuwe Gemeentewet niet te respecteren.
AFDELING 30: Verkeer
Onderafdeling 1: Overtredingen van de eerste categorie
Artikel 137
Zijn overtredingen van de eerste categorie, bestraft met een administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling zoals bepaald in artikel 2, §1 van het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen:
a | Binnen de woonerven en de erven, is het parkeren verboden, behalve: | 22bis, 4°, a) |
| - op de plaatsen die afgebakend zijn door wegmarkeringen of door een wegbedekking in een andere kleur en waar de letter "P" aangebracht is; - op plaatsen waar een verkeersbord het toelaat. | |
b | Op de openbare wegen voorzien van verhoogde inrichtingen, die aangekondigd zijn door de verkeersborden A14 en F87, of die op de kruispunten alleen aangekondigd zijn door de verkeersborden A14, of die gelegen zijn binnen een zone afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b, is stilstaan en parkeren verboden op deze inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering | 22ter.1, 3° |
c | Voetgangers hebben toegang tot de voetgangerszone. In voetgangerszones is het parkeren verboden. | 22sexies 1 en 2 |
d | Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld rechts ten opzichte van zijn rijrichting. | 23.1, 1° |
| Indien het een rijbaan is met éénrichtingsverkeer, mag het evenwel langs de ene of langs de andere kant opgesteld worden. | |
e | Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld: | 23.1, 2° |
| - buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm; - indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden; - indien de berm niet breed genoeg is, moet het voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden; - indien er geen bruikbare berm is, moet het voertuig op de rijbaan opgesteld worden. | |
f | Elk voertuig dat volledig of ten dele op de rijbaan opgesteld is, moet geplaatst worden: | 23.2, lid 1, 1° tot 3° |
| 1° zover mogelijk van de aslijn van de rijbaan; 2° evenwijdig met de rand van de rijbaan, behoudens bijzondere plaatsaanleg; 3° in één enkele file. | |
| Motorfietsen zonder zijspan of aanhangwagen mogen evenwel haaks op de rand van de rijbaan parkeren voor zover zij daarbij de aangeduide parkeermarkering niet overschrijden. | 23.2 lid 2° |
g | Fietsen en tweewielige bromfietsen moeten buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken, behalve op plaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°. f van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. | 23.3 |
h | Motorfietsen mogen buiten de rijbaan en de parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer van het gebruik van de openbare weg opgesteld worden zonder het verkeer van de andere weggebruikers te hinderen of onveilig te maken | 23.4 |
i | Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid: | 24, lid 1, 2°, 4° en 7° tot 10° |
| - op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden; - op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen; - in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbijgelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering; - op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke reglementering; - op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt; op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt. | |
j | Het is verboden een voertuig te parkeren: | 25.1 |
| - op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen; - op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst; - voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht; - op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen; - buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht; - op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht; - op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg; - op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen; - op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen; - buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middenberm die deze rijbanen scheidt. | 1°, 2°, 3°, 5°, 8°, 9°, 10°, 11°, 12°, 13° |
k | Het is verboden onjuiste aanduidingen op de schijf te laten verschijnen. De aanduidingen van de schijf mogen niet gewijzigd worden voordat het voertuig de parkeerplaats verlaten heeft. | 27.1.3 |
l | Het is verboden op de openbare weg motorvoertuigen die niet meer kunnen rijden en aanhangwagens langer dan vierentwintig uur na elkaar te parkeren. | 27.5.1 |
| Binnen de bebouwde kommen is het verboden op de openbare weg auto's, slepen en aanhangwagens met een maximale toegelaten massa van meer dan 7,5 ton langer dan acht uur na elkaar te parkeren, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a, E9c of E9d is aangebracht. | 27.5.2 |
| Het is verboden op de openbare weg reclamevoertuigen langer dan drie uur na elkaar te parkeren. | 27.5.3 |
m | Het niet hebben aangebracht van de speciale kaart bedoeld in artikel 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg of het door artikel 27.4.1 van hetzelfde besluit hiermee gelijkgesteld document op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het op een voorbehouden parkeerplaats voor personen met een handicap geparkeerde voertuig. | 27bis |
n | Het niet in acht nemen van het verkeersbord C3 wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen. | 68.3 |
o | Het niet in acht nemen van het verkeersbord F 103 wanneer deze inbreuken vastgesteld worden door automatisch werkende toestellen. | 68.3 |
p | Verkeersborden E1, E3, E5, E7 en van type E9 betreffende het stilstaan en het parkeren niet in acht nemen. | 70.2.1 |
q | Het verkeersbord E11 niet in acht nemen. | 70.3 |
r | Het stilstaan of parkeren is verboden op markeringen van verkeersgeleiders en verdrijvingsvlakken. | 77.4 |
s | Het stilstaan of parkeren is verboden op witte markeringen bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan. | 77.5 |
t | Het stilstaan of parkeren is verboden op de dambordmarkering die bestaat uit witte vierkanten die op de grond zijn aangebracht. | 77.8 |
Onderafdeling 2: Overtredingen van de tweede categorie
Artikel 138
Zijn overtredingen van de tweede categorie, bestraft met een administratieve geldboete of een onmiddellijke betaling zoals bepaald in artikel 2, §2 van het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen:
a | Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid: | 24, lid 1, 1°, 2°, 4°, 5° en 6° |
| - op de trottoirs en, binnen de bebouwde kommen, op de verhoogde bermen, behoudens plaatselijke reglementering; - op de fietspaden en op minder dan 3 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden; - op de oversteekplaatsen voor voetgangers, op de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen en op de rijbaan op minder dan 3 meter voor deze oversteekplaatsen; - op de rijbaan in de onderbruggingen, in de tunnels en behoudens plaatselijke reglementering onder de bruggen; - op de rijbaan nabij de top van een helling en in een bocht wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is. | |
c | Het is verboden een voertuig te parkeren: | 25.1, 4°, 6°, 7° |
| - op de plaatsen waar de voetgangers en de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen op de rijbaan moeten komen om omheen een hindernis te gaan of te rijden; - op de plaatsen waar de doorgang van spoorvoertuigen zou belemmerd worden; - wanneer de vrije doorgang op de rijbaan minder dan 3 meter breed zou worden. | |
d | Het is verboden een voertuig te parkeren op de parkeerplaatsen gesignaleerd zoals voorzien in artikel 70.2.1.3°, c van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg behalve voor de voertuigen gebruikt door personen met een handicap die in het bezit zijn van een speciale kaart zoals bedoeld in artikel 27.4.1 of 27.4.3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. | 25.1, 14° |
Artikel 139
In geval van wijziging van het Koninklijk besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden C3 en F 103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen, geldt de aangepaste tekst van voornoemd Koninklijk besluit van 9 maart 2014, in afwachting van de aanpassing van de artikelen 137 en 138.
Artikel 140
Voor de identificatie van de overtreder gelden de artikelen 67bis en 67ter van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, en artikel 33 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Onderafdeling 3: Zone met beperkte parkeertijd (blauwe zone)
Artikel 141
§1. Elke bestuurder die, op een werkdag of op de dagen vermeld op de signalisatie, een auto, een vierwielige bromfiets, een driewieler met motor of een vierwieler met motor 248 parkeert in een zone met beperkte parkeertijd, moet op de binnenkant van de voorruit of, als er geen voorruit is, op het voorste gedeelte van het voertuig een parkeerschijf aanbrengen, die overeenstemt met het model dat bepaald is door de Minister van Verkeerswezen.
Het betreft een gedepenaliseerde inbreuk (zie artikel 27.1.1 koninklijk besluit 1/12/1975).
Het begin en het einde van die zone worden aangeduid door een verkeersbord waaraan de zonale geldigheid wordt gegeven bedoeld in artikel 65.5 van het koninklijk besluit 1/12/1975 en die het verkeersbord E9a en de parkeerschijf weergeeft.
§2. De bestuurder moet de pijl van de parkeerschijf op het streepje plaatsen dat volgt op het tijdstip van aankomst.
Behalve wanneer bijzondere voorwaarden zijn aangebracht op de signalisatie, is het gebruik van de schijf voorgeschreven van 9 u. tot 18 u. op de werkdagen en voor een maximumduur van twee uren.
Het voertuig moet de parkeerplaats verlaten hebben uiterlijk bij het verstrijken van de vergunde parkeerduur.
§3. Bovenvermelde bepalingen gelden niet op de plaatsen waar één van de verkeersborden E9a tot E9g is aangebracht, tenzij deze aangevuld zijn met een onderbord waarop een parkeerschijf is afgebeeld.
§4. De beperkte parkeertijd, bedoeld in dit artikel (zie artikel 27.1 koninklijk besluit 1/12/1975) is niet van toepassing op de voertuigen die geparkeerd staan voor de inrij van eigendommen en waarvan het inschrijvingsteken van dit voertuig leesbaar op die inrij is aangebracht.
Artikel 142
Voor de identificatie van de overtreder gelden de artikelen 67bis en 67ter van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer, en artikel 33 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Artikel 143
Inbreuken op artikel 141 worden bestraft met een gemeentelijke administratieve geldboete van maximaal 175 of 500 euro, naargelang de overtreder minderjarig of meerderjarig is, tenzij het parkeren valt onder de toepassing van een concessieovereenkomst.
AFDELING 31: Protocolakkoorden
Artikel 144
De gemengde inbreuken voorzien in de politiereglementen of verordeningen van de gemeente Maldegem
worden behandeld conform het protocolakkoord betreffende de gemeentelijke administratieve sancties in
geval van gemengde inbreuken, afgesloten tussen de Procureur des Konings en het college van
burgemeester en schepenen, bekrachtigd door de gemeenteraad, zoals laatst gewijzigd. Dit protocolakkoord leeft alle wettelijke bepalingen na die betrekking hebben op de procedures voorzien voor de overtreders en schendt de rechten van de overtreders niet.
Artikel 145
Het algemeen politiereglement betreffende gemeentelijke administratieve sancties van 29 augustus 2013 werd opgeheven bij besluit van de gemeenteraad van 18 december 2014.
Artikel 2:
§1. Het algemeen politiereglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286. §1. 1° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
§2. Het algemeen politiereglement wordt eveneens bekendgemaakt overeenkomstig artikel 15 van de Wet van 24 juni 2013. Dat gebeurt door publicatie op de gemeentelijke website en via het gemeentelijk infomagazine.
Artikel 3:
Dit gewijzigde algemeen politiereglement treedt in werking op 1 oktober 2025.
Artikel 4
Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan:
● de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen,
● het provinciebestuur Oost-Vlaanderen - dienst juridische aangelegenheden - cel administratieve sancties,
● de korpschef van de politiezone Aalter/Maldegem
● de procureur des konings te Gent